25 juli 2017

Niet de regels maar de patiënt primeert


Dit is een stukje dat de minister zeker niet mag overslaan. Het zal haar in haar groot hart raken.

"Als je het ons vraagt, mag je EBM-ontkenners gerust klasseren bij klimaatsceptici, creationisten en aanhangers van de miasmen-theorie." Tot u spreekt het KCE. "En dit is geen ambtshalve standpunt omdat evidence-based medicine nu eenmaal tot het DNA van het KCE behoort; dit is ook ingegeven door welbegrepen eigenbelang als (potentiële) patiënt vandaag of morgen. Dus, neen, EBM is niet passé, en zal dat ook niet snel worden, want het is de definitieve overwinning op alle vormen van kwakzalverij… Vijf-jaars-overleving als de ultieme test tegen alternatieve feiten, als het ware."

Het KCE trekt zijn register verder open: "En EBP dan – evidence-based practice – hoe staat het daarmee, en wat is het verschil met EBM? Voor sommigen is het enige verschil dat men de op bewijzen gestoelde zorg opentrekt naar andere disciplines dan de geneeskunde beoefend door artsen. Voor anderen gaat het nog iets verder en wijst het woord ‘praktijk' vooral op de stap tussen de genees'kunde' (of verpleeg'kunde', enz.) en het effectief toepassen van die kunde in de dagdagelijkse praktijk. Het lijkt een kleine stap meer, maar de consequenties zijn ingrijpend. Plots bevinden we ons niet uitsluitend meer op het competentiedomein van de geneeskunde, verpleegkunde, kinesitherapie, epidemiologie, noem maar op, maar op het terrein van de gedragsverandering, van de pedagogie, van de sociale marketing en van, godbetert, de reclamejongens."

In juli 2016 kreeg het KCE de opdracht van de minister om een omvattend EBP-plan uit te tekenen. Zo'n EBP-plan moest meer samenhang brengen en nieuwe accenten leggen. Voor het KCE betekende dit nog meer nieuwe regeltjes waarvan het zelf schrijft: "Hopelijk is het netto bilan uiteindelijk positief in termen van de kwaliteit van zorg voor de patiënt." Als er evenveel denkfouten als taal- en stijlfouten in het rapport staan ziet het er niet goed uit. De federale regering volgt in deze het Angelsaksisch model dat gerust als een rampenmodel mag omschreven worden. Dat heeft men in andere Europese landen gelukkig wél ingezien.


Ik ben niet gelukkig met die hele evolutie. In de hele zorgsector moet goede zorg centraal staan en niet de bewezen zorg en de vaak knellende richtlijnen, die daarmee gepaard gaan. Het accent ligt nu te veel op verantwoording, standaarden, transparantie en controle. Dat pakt niet goed uit voor de persoonlijke zorg voor de patiënt. Dat is ook de conclusie waartoe de adviescommissie kwam die de Nederlandse minister voor Volksgezondheid moet bijstaan. De Nederlandse Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) wil met dit advies dat begin deze maand verscheen toewerken naar een nieuw uitgangspunt voor goede zorg. En volgens Jan Kremer van de RVS is goede zorg 'vooral een kwestie van hart en ziel en niet alleen van verstand. Eenduidig wetenschappelijk bewijs doet onvoldoende recht aan het morele en persoonlijke karakter van goede zorg.'


De raad wil op alle niveaus in de zorgsector af van het afrekenen op uniform bewijs, dus ook in de spreekkamer tijdens het gesprek met de patiënt. Het moet gaan om de context van de patiënt en de te verlenen zorg. Precies het omgekeerde van wat het KCE wil. De Raad wil dat overheid en verzekeraars opnieuw meer vertrouwen krijgen in de afspraken die de zorgverleners maken met de patiënt. Dat betekent ook 'minder controle op de strikte naleving van knellende richtlijnen', aldus de RVS.


Met de nieuwe Nederlandse Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) is het ‘bestwil principe' in de zorg verlaten en is de autonomie en wettelijk vrije keuze van de patiënt centraal komen te staan in de zorg. Patiënten moeten weer zelf in staat worden gesteld keuzes te maken in hun leven, ‘goede' keuzes en ‘slechte' keuzes.


Mensen mogen in Nederland het leven leiden dat het beste bij hen past, behalve in de zorg. Dat leidt soms tot conflicten als zorgmedewerkers (en hun bestuurders) heel veel moeite hebben met in hun ogen slechte keuzes van patiënten. Keuze voor een manier van leven die leidt tot een korter leven, te vermijden risico's en enige ontluistering worden vaak niet geaccepteerd in de zorg en leiden meestal tot goedbedoeld ingrijpen door hulpverleners. Maar ook keuzes tussen meer vrijheid versus meer risico, meer levensvreugde versus meer risico worden in toenemende mate in risico-beheersing opgelost.


Ik meen dat de patiënt, ook als hij valt onder toezicht van de zorg, evenveel zelfbeschikkingsrecht heeft en dus risico mag lopen als de patiënten die niet van zorg afhankelijk zijn. Uiteraard drukt deze verantwoordelijkheid voor een kwetsbare medemens zwaar op de zorgmedewerkers. En dat hoort ook zo. Maar ook zij ervaren dat zij soms keuzes maken waarin niet de kwaliteit van leven van de patiënt primeert maar de wens de risico's voor de patiënt tot een minimum te beperken.


En hier komen we tot het punt: het gaat niet om de bestwil van de patiënt maar de bestwil van de zorg. En dat heeft weinig te maken met de zorg zoals de patiënt dat écht zou willen.


De voorbije jaren is onze gezondheidszorg van de aanname dat ‘de patiënt echt centraal' afgeraakt. Daarom primeren vaak de regels en luisteren artsen pas in de laatste plaats naar de patiënt. Maar dan ook alleen maar als wat hij wil risicoloos is, binnen de regels past en ook in het aanbod zit. Veiligheid voor de instelling voor alles. En als het evidence based is.

Ik geloof echt dat de arts weer de moed moet hebben zijn hart te volgen in de zorg en beginnen bij de patiënt. De arts moet de patiënt opnieuw leren vragen wat hij wil en hem gelukkig maakt, ook als het zijn eigen keuze of niet evidence based niet zou zijn. Daarna zou hij zo creatief mogelijk moeten kunnen reageren en pas in de laatste plaats kijken of hij niet gierend buiten de EBP-regels gaat. De arts moet een zeer zorgvuldige afweging maken tussen risico en kwaliteit van leven. Pas dan komt de patiënt echt centraal en wordt zorgen weer leuk om te doen. Met het hart in plaats van de regels voorop.


Ik heb me in deze laten inspireren door een lang essay van dr. Mieke Draijer, Voorzitter van Verenso, de vereniging van specialisten ouderengeneeskunde en sociaal geriaters. Misschien iemand die het KCE ook zou kunnen uitnodigen op zijn interessante seminars waar tot nu toe bijna uitsluitend gelijkgestemden van het Britse Nice het hoge woord kunnen voeren.


Marc van Impe

Bron: MediQuality

06:08 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar