19 juni 2017

We leven in wat de toekomst was


Het is lente 2017. We leven in wat ooit de toekomst was, waar we ideeën over hadden, maar wat nu gewoon nu blijkt. Ik lees deze zin in een buitenlandse krant die ik van de bar meegrits en wordt gelijk 50 jaar terug gekatapulteerd. De toekomst ging toen beginnen. Sous les pavés la plage, las ik toen.


We reden door Parijs op weg naar het zuiden. In een benzinestation had ik een Hara-Kiri uit een papiermand gevist. Het was een van de strijdkreten van Mei '68. Het was alsof er een stem uit de hemel kwam. Die kreet van verlangen was op slag ook de mijne. De rest van de Hara-Kiri spaarde ik op voor de maand in Camargue.


Ik droomde als eerstejaarsstudent van een zorgeloze, creatieve toekomst, zonder de verzuiling die ons leven in een ijzeren greep hield. Een leven waarin ik veel gitaar zou spelen, alle boeken zou lezen, gedichten schrijven en een heel klein beetje hard werken als er tijd overbleef. De werkelijkheid was hard bij les. De versteende politiek zou pas begin van de jaren 80 barsten beginnen vertonen. De grenzeloze mogelijkheden voor individuele ontplooiing waarin iedereen moeiteloos met elkaar in contact kon komen is nu pas realiteit.


En het is zeer de vraag of dat allemaal zo gunstig uitpakt. Het leven bleek geen eindeloze vakantie sur la plage. Nu hebben we langs het kanaal sur les pavés la plage. Met tijdelijk zand. Het ambivalente ideaal uit '68 werd omgedraaid: onder het strand liggen de stenen.

Ik moet aan dit alles denken terwijl ik toen ik door de gangen loop van het Brusselse ziekenhuis waar ik een collega ga opzoeken die een hartaanval overleefde. Vier stents verder op weg naar een nieuwe toekomst, zonder sigaretten, zonder glaasje single malt. Hij gaat gezond worden, vijftig jaar geleden had hij het niet overleefd.


De toekomst van toen beloofde ons een wereld van de Jetsons. We zouden hoog boven de wolken wonen, we zouden heen en weer hoppen in door atoomkracht aangedreven glazen vliegtuigen. We zouden pillen slikken, gifgroene drankjes drinken en onze vrouw zou er uitzien als Jackie Kennedy in lurex. Het werd wel even anders.


Ik begin eindelijk een oude zeur te worden, lees ik bij de schrijfster van het buitenlands stukje. "Ik heb daar veel tijd ingestoken. Maar ik moet bekennen dat ik ook weer eens gestopt ben met roken, en daar krijg je die essentiële stukjes zuur, haat en levensmoe gratis bij. Toch kan ik nog positief zijn." Opnieuw dat gevoel van herkenning. En dan een vraag die ik me vijftig jaar geleden nooit zou gesteld hebben: "Wat komt er eerder? Longkanker of het einde der tijden? Ik zie het alle twee liever niet gebeuren maar als het laatste nou eerder komt… "


Een paar dagen later, op een congres van Pharma.be zie ik bij de networking lunch de jonge kaderleden de hemel bestormen. Ik denk dat ik in hun hoofd kan kijken. Maar ik zeg niets.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

07:26 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar