19 juni 2017

Overtrokken wetenschap wordt makkelijk gepubliceerd

Leest u ook af en toe in de krant dat hét middel tegen kanker gevonden is? Dat u met een dieet van zonnebloempitten de eeuwige jeugd verwerft? Of dat vleeseters agressiever zijn? Twijfelachtig onderzoek, dat weet u, maar hoe komt het dat nogal wat totaal overtrokken wetenschappelijke studies toch de weg naar de publicatie vinden? Onderzoekers van de Stanford University vonden de bron van die vertekening in wetenschappelijk onderzoek.


Dat psychologen al eens hun eigen resultaten overdrijven zal u niet meer verbazen. Een bekend voorbeeld hiervan is de Tilburgse sociaal psycholoog Diederik Stapel. Ook voedingswetenschappers zijn wel eens in dat bedje ziek, zoals de Groningse voedingspsycholoog Brian Wansink die zich bezondigde aan zelfplagiaat en statistische uitglijders. De verleiding is groot.


Er is de roem, de faam en de welwillende medewerking van de uitgevers, ook van wetenschappelijke toptijdschriften. Want spectaculaire artikels worden eerder geciteerd door collega's en vinden makkelijker hun weg naar de populaire media. De wetenschappers van de Stanford University School of Medicine onderzocht de belangrijkste bronnen van dit iets te rooskleurig weergeven van de resultaten in 22 wetenschappelijke gebieden.


Hiervoor gebruikten ze meer dan 3.000 metastudies en 50.000 wetenschappelijke artikelen. Ze publiceren hun bevindingen recent in het vakblad PNAS. Het resultaat is onthullend. Om te beginnen dit: hoe kleiner de studie, des te meer overdreven de effecten. Maar hoedt u ook voor voorpublicaties, publicaties van wetenschappers die aan het begin van hun carrière staan en voor het werk van teams die op grote afstand van elkaar werken.


Frappant is dat juist kleine studies die gepubliceerd worden in peer-reviewed tijdschriften vaker effect aandikken. Deze wetenschappelijke vakbladen selecteren op onderzoek met statistisch significante resultaten. Om met een kleine studie toch significante resultaten te boeken, moet het gevonden effect groter zijn. En dus, zo redeneren de auteurs, is het makkelijker om kleine studies met grote effecten gepubliceerd te krijgen. Effecten die vervolgens vaak moeilijk te reproduceren zijn.


"Onderzoeken worden geëvalueerd door peer-reviewers," legde Rik Crutzen eerder uit in Nieuws en Co. "Daarbij is het heel verleidelijk om sexy resultaten, mooie en innovatieve resultaten de aandacht te geven. Dat is schadelijk, omdat het soms net zo belangrijk kan zijn als je iets niet vindt. Dit kan zelfs de sexy resultaten tegenspreken." Crutzen lanceerde recent een tijdschrift dat mislukt, weinig aansprekend of minder sexy onderzoek uit de gezondheidspsychologie gaat publiceren. En dat is nodig, blijkt nu ook weer uit de studie van de Stanford onderzoekers. Vooral in de sociale wetenschappen troffen ze veel overtrokken resultaten aan.


Danielle Fanelli, Rodrigo Costas en John Ioannidis. Meta-assessment of bias in science. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America (PNAS). 20 maart 2017.

http://www.pnas.org/content/early/2017/03/15/1618569114

Marc van Impe

Bron: MediQuality

19:21 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar