01 juni 2017

Wat de dokter nooit vraagt

 
Waarom praten dokters en patiënten zo zelden over seks? Die vraag komt zo: tegenover mij, in de brasserie, zit een zakelijk type de krant te lezen. Het is vier uur in de middag, zo ongeveer de tijd dat ik mijn buitenlandse kranten onder het genot van een licht glas Orval, ga lezen.


Let's talk more about sex


Ik doe dit buitengaats omdat dit me een buitenland gevoel geeft. Even niet vanuit de hoogte maar vanop een barkruk de mening van een ander tot mij nemen en mensjes kijken. Ik zie de achterpagina van zijn krant, The Wall Street Journal, en lees dan: "Let's talk about sex".


Men zegt wel eens dat mannen onder elkaar het over weinig anders hebben dan seks. Ik moet dat ontkennen. Ik heb het daar met mijn vrienden nooit over. Niet dat we het onderwerp uit de weg gaan, het komt gewoon niet ter sprake. We hebben het wel eens over kwaaltjes, een pijntje, een oog dat minder scherp ziet, een hardnekkige hoest, maar over onze bedprestaties praten we nooit. Nooit over gehad overigens.


Nochtans is seks als psycho-fysiologisch fenomeen heel belangrijk. De rol van biologische factoren bij seksuele opwinding worden door de doorsnee arts sterk onderschat. Dat heeft er bijvoorbeeld voor gezorgd dat het feit dat 10 tot 15 procent van de vrouwen die aan de pil waren minder zin hebben in seks, nauwelijks aandacht kreeg. Terwijl elke arts toch weet dat de pil de hoeveelheid biologisch beschikbare testosteron vermindert. Ik ben fel tegen de medicalisering van seksualiteit. Je hebt echter niet alleen seks met je hoofd, maar ook met je lijf. En daarmee kan van alles aan de hand zijn. Dus toch nuttig daar naar te informeren.

Wat me in het bijzonder frappeert is dat als ik op consultatie ben bij mijn uroloog, cardioloog of diabetoloog die nooit vragen hoe het tussen de lakens gaat. Ze informeren naar mijn eetlust, mijn gewicht, hoeveel ik drink, of ik goed slaap en voldoende beweeg, maar over mijn oerdriften, prikkels, en problemen in bed vragen ze niets. Alsof dit deel van mijn bestaan niets te maken heeft met mijn welzijn. Is het schroom? Misschien is het omdat ze weten dat je eerst iets seksueels moet doen om in een seksuele stemming te komen, en willen ze niet weten wat ik daarvoor doe.


Misschien hebben ze zelf wel problemen op het seksuele vlak en vinden ze dat je je privé leven niet met je werk moet mengen, als ware het een soort zelftherapie. Ik denk dat de doorsnee arts, tenzij hij psychiater is –maar die is daarvoor geconditioneerd- het nog steeds best ingewikkeld vindt om aan een patiënt uit te leggen hoe belangrijk een gezond seksueel leven is.


Op die manier laten ze dit belangrijke onderwerp over aan de auteurs van die rubrieken waarin alleen problemen worden besproken. Als dat dan al op een professionele manier gebeurt, dan heeft de lezer geluk. Uit wat ik ervan opsteek is dat je op seksueel gebied je eigen koers moet varen. En dat heb ik altijd gedaan. Ik heb dus altijd wel positieve gevoelens over seks gehad. Maar ik heb seks zelden bewust van tevoren gepland. Het overkwam me, kan je wel stellen. Dat had zo zijn consequenties, maar daarover op een andere keer.


In mijn rijke carrière heb ik ooit een tijd voor een wereldblad geschreven dat van seks zijn hoofdthema gemaakt heeft, de Playboy. Ik was dus de auteur van die interviews waarvoor sommigen onder u dat blad kochten. Uiteraard niet voor de centerfold. Die tijden liggen al lang achter mij. Ik ben in het stadium gekomen dat de hardware wel eens wil haperen terwijl de software nog altijd up to date is. De anatomie geeft niet langer automatisch de nodige feedback aan de geest. Als je als tiener een leuk meisje ontdekte, was een erectie wel eens het bewijs dat je écht geïnteresseerd was. Vrouwen zijn gelukkig niet zo gebouwd. Dat maakt dat ze in staat zijn kieskeuriger te zijn op seksueel vlak. Maar dit terzijde.


Ook geloof ik niet dat seks een oerdrift is. Als je een tijd niet eet of drinkt, overleef je dat niet. Heb je een poos geen seks of masturbeer je niet, dan ga je daar niet dood van. Het kan zelfs zo zijn dat je steeds minder zin hebt in seks. Seks is dus niet te vergelijken met honger en dorst, al is het natuurlijk wel van belang voor de overleving van de soort. En voor het plezier dat het verschaft. Het hoeft écht geen twee keer per week, zoals onderzoek vaak suggereert. Het vervelende is dat iedereen zich daaraan spiegelt, terwijl ik die resultaten voor geen cent vertrouw.

Seks is misschien wel het meest overschatte onderwerp dat er is. Maar daar gaan de meeste artsen blijkbaar van uit. Vandaar waarschijnlijk, dat ze er zelden naar vragen.


Ik heb de Wall Street Journal toch maar mee gegrist. Het artikel was zeer verhelderend.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

10:23 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar