29 mei 2017

Tijd voor islamverpleging


Er komt een enorme golf op ons af. De beweging is al onder ons, af en toe worden we met de voeten van de bodem getild, voorlopig landen we nog steeds.


Maar als ik in de krant lees dat binnen vandaag en acht jaar 16.000 van de 32.000 spoormannen met pensioen zal gegaan zijn, dan gaat het bij mij malen. Ook die mannen en vrouwen zullen ooit in de zorg terechtkomen zoals dat heet.


Ik zie ze al aan de buvette van het oudemannenhuis staan voor hun ochtendlijke glazen boterhammen. Maar dit is een grapje, uiteraard. Er is meer aan de hand. Ik ben van de generatie babyboomers. Wij zijn de eerste gekleurde generatie, wat betekent dat onder ons tot een kwart medemensen zijn die een ander geloof aanhangen, er andere culturele gebruiken op na houden, kortom die nu nog thuis leven maar ook over acht jaar in een afhankelijke zorgsituatie terecht dreigen te komen.


Moslims hebben net als joden, de plicht hebben als kind te zorgen voor hun ouders. Het paradijs ligt onder de voeten van je moeder, zegt de islam. Voor moslims is de moeder, maar ook de vader heilig. En die stuur je dan toch niet naar een rusthuis?


De ouderen gaan enkel naar woonzorgcentra in geval van hoge nood, als de familie niet langer zelf zorg kunnen geven. Maar islamvriendelijke verpleging is het minste wat die moslims mogen verwachten. Maar zullen ze die krijgen? Joodse medeburgers kunnen in Joodse rusthuizen zoals de residentie Apfelbaum-Laub terecht.


Door de vergrijzing zal de nood aan rusthuizen groter worden, ook bij de moslimgemeenschap. Rusthuizen blijven een no-gozone voor moslims. En de weinigen die hun weg naar een rusthuis vinden, hebben vaak niemand die voor hen kan zorgen. Slechts één percent van de bewoners van een Vlaams rusthuis is allochtoon en moslims maken daar amper deel van uit.


Komt daarbij dat de meeste van die generatie Marokkaans-Belgische en Turks-Belgische ouderen zeer gebrekkig de landstalen en zeker het Nederlands beheersen. Vaak zijn ze ronduit analfabeet. Eigenlijk willen ze terugkeren naar het dorp in hun thuisland, zegt me een Marokkaanse arts, maar daar hebben ze de energie noch de middelen toe. Deze eerste generatie gaat dus niet meer vertrokken en zal roemloos worden ingehaald door ouderdom en alle bijpassende kwalen en gebreken. Binnen tien jaar zullen ze massaal aankloppen bij de poorten van de zorg. En die zullen zich ook willen thuis en begrepen voelen.


Moslim-vriendelijke zorg is meer dan Halal-vlees, en een schoon bidmatje op de kamer. Er zijn specifieke gebruiken en verwachtingen. Ouderen krijgen bezigheidstherapie, maar de toegepaste methodieken veronderstellen dat de cliënt geletterd is. De tekeningen en symbolen zijn doodgewoon voor iemand die school liep maar werken niet bij ongeschoolden. Kinderliedjes zingen idem dito. Onze vaak uitstekende instellingen hanteren de slogan ‘zorg op maat' maar dat is het dus niet. Wat wel zou werken is een therapie gebaseerd op koranrecitatie. Maar zijn er in ons land animatoren die koranverzen kennen?


Hetzelfde met eten. Kapot gekookt halal-eten blijft kapot gekookt. Welke instellingen bieden sardientjes met tomaat, harira, tajine met rozijnen, couscous met lam, honingzoete muntthee, honig met amandelkoekjes? En dan zijn daar nog een lange reeks van potentiële incidenten rond sanitaire verrichtingen, kledingvoorschriften, gebedsplichten, bezoektijden, eetgewoonten, huiskameractiviteiten, wasgoedgebruiken, slaapkamerperikelen, enz. ik stel me de vraag of er in onze zorginstellingen ruimte en middelen zijn voor ‘diversiteitsmanagement' en ‘cultuursensitieve zorg'?


Misschien is dit het moment om een oproep te doen voor de opleiding van islamitische verpleegkundigen. Om het met de schrijver Mohammed Benzakour te zeggen: na multicultureel samenleven, het is nu tijd om werk te maken van multicultureel samensterven.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

13:56 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar