13 mei 2017

Minder groen in de stad is gezonder



Nu het christendom op zichzelf terugplooit tot een verzameling nobele principes waarop onze zogenaamde joods-christelijke beschaving gebaseerd zou zijn –waar ik ernstige bedenkingen bij heb- steekt een nieuwe godsdienst de kop op. Ik heb het niet over de islam – dat maakt de krampen van zijn verlichting mee- maar over het Vitalisme.


De leer die gelanceerd werd door de groene kinderen van de babyboomers die, eigen aan de jeugd, ervan uitgaan dat zij het grote gelijk aan hun kant hebben. Ook in de oceaan van de geneeskunde trekt die stroming zijn vervuild estuarium.


Het zijn die mensen die ervan uit gaan dat als iets het label biologisch geeft het een absolute meerwaarde heeft. Natuurlijke suiker is beter dan suiker uit het rek van de supermarkt. Vuil zout uit de Guérande is smakelijker dan uit een pak van 0.80 euro. En zelfgemaakte yoghurt van bloemetjes is beter dan de Griekse variant van Danone. Het is het geloof dat als iets niet gefabriceerd, geraffineerd of geconfectioneerd is, het niet bezield is van een vonk.


Een levenskracht die doodgaat vanaf het moment dat er een computergestuurd proces aan te pas komt. Ooit geloofde de wetenschap dat dieren, planten en dus ook de mens, kortom alles wat uit organische stof bestond, bezield waren door die vonk. Tot in 1828 Friedrich Wöhler ureum in een buisje maakte, een organische stof die tot dan toe alleen in lever en nieren gefabriceerd werd. Het was de ontdekking van de chemie en dat heeft ons veel voordeel opgeleverd. Maar daarmee was het vitalisme niet dood verklaard. De homeopathie is daarvan een bewijs. Homeopathie is veilig, het geloof erin gevaarlijk, zegt de Gentse filosoof Maarten Boudry in Illusies voor gevorderden.


De heimwee naar "natuurlijk" is veel ouder dan het New Age tijdsgewricht. De nazi's bijvoorbeeld geloofden niet in synthetische vitamine C en plantten daarom rozebottels bij de kilometer. Het heeft ons rozebottelsiroop opgeleverd. Ik ga al lang niet meer in tegen kennissen die in elke magnetron, elk label met een E-nummer, elk gentech aardappelveld een samenzwering zien van het groot industrieel complex dat ons samen met Semieten, immigranten en HLGBT (lesbian, gay, bisexual, transgender) naar de verdommenis wil helpen.


Ik vrees dat de huidige dieetgoeroes die tegen de vetzucht ten strijde trekken in hetzelfde bedje ziek zijn. Vetzuchtwetenschap is geen natuurwetenschap maar een gedragswetenschap en heeft als dusdanig aan alle manco's van die tak van sociologie te lijden: een sterk overtuigd zijn van het eigen gelijk en weinig of geen bewijs van het grote gelijk, wegens het niet herhaalbaar zijn van zogenaamde proefondervindelijke waarnemingen.


Ik zat onlangs aan bij een dispuut over de invloed van een vervuild stadsmilieu op obesitas. De spreker wist met grote zekerheid het verband tussen het ene en het andere aan te duiden. Er moest meer groen in de stad. Snelwegen moesten overkapt worden. Pas dan zouden er minder stikstofdioxiden en roet in onze atmosfeer terecht komen. De bomen en struiken en ander door groendiensten te onderhouden gewas zouden daarvoor zorgen. Iedereen was overtuigd. Behalve ondergetekende.


Ik herinner me een studie uit 2011 over Het effect van de vegetatie op de luchtkwaliteit, waar letterlijk staat dat bomen en planten de luchtkwaliteit in een stad kunnen verslechteren. Al naar gelang de lengte en breedte van de straten, de hoogte van de gebouwen ernaast en de richting van waaruit ze door de wind worden aangeblazen ontstaan karakteristieke luchtstromingen met wervels en tegenwervels. Hoge bomen remmen de stromingen af en de brede kronen belemmeren de ventilatie van de straten. Dan blijven meer uitlaatgassen op voetgangersniveau hangen dan zonder groen het geval was geweest. Dus liever geen bomen dan maar.


Inmiddels zijn er een aantal studies naar de invloed van vegetatie op stedelijke luchtvervuiling verschenen die deze stelling bevestigen. Maar het geloof in meer groen in de stad werkt als een placebo effect.


Nog één anekdote: De kracht van dat placebo-effect is soms verbluffend. De Britse arts Henry Beecher, die werkte in een veldhospitaal tijdens de Eerste Wereldoorlog, behandelde zijn gewonde soldaten soms met een gewone zoutoplossing als hij door zijn voorraad morfine heen was. Tot zijn verbazing was er nauwelijks verschil: zodra hij de naald in hun arm zette, slaakten de zieltogende soldaten een zucht van verlichting. Hun rotsvaste geloof in de wonderen van die nieuwe pijnstiller had hen gered.


Ook ik geloof in het placebo-effect. Maar het vitalisme gaat mij een maat te ver.


https://www.bol.com/nl/p/illusies-voor-gevorderden/920000...


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

10:34 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.