23 februari 2017

Hippocrates, onze wegen gaan scheiden


Beste Hippocrates, mijn vrouw wil scheiden. Begrijp me goed: ze wil van jou scheiden. Onze driehoeksverhouding heeft wat ons betreft lang genoeg geduurd.


Het is een kwestie van een onverzoenbaarheid van karakters die pas na jaren duidelijk geworden is. Ze was jong en idealistisch, naïef misschien. Iedereen zei dat jullie voor elkaar gemaakt waren, jij met je hoogstaande principes, je edele eed, zij met haar intellectuele nieuwsgierigheid , haar idealisme en humanitarisme , haar overtuiging dat ze het verschil kon maken, het gevoel dat ze daar wel een of ander voor over had. Ik denk aan haar talloze slapeloze nachtdiensten, de vele academische pesterijen en bovendien, nooit een compliment. Maar na dertien jaar werd het huwelijkscontract gesloten en kon een nieuwe jonge medische carrière van start gaan. De wittebroodsweken waren snel over.


In het ziekenhuis in het provincienest werd de wereld bestuurd door grauwe zusters die meer oog hadden voor haar persoonlijke leven dan haar medische kwaliteiten. Het was belangrijk dat je beantwoordde aan de norm, de deftigheid, de schijnheiligheid. De enige directienota uit die tijd in dat landschap waar meer varkens dan patiënten rondliepen was dat de medische technologie die het ziekenhuis binnen of buiten het kader van de wet gekocht had, ten volle gebruikt werd. Elke patiënt door de machine. Ze leefde in een chanson van Brel. Gelukkig werd de grauwe hoofdzuster ingemetseld. We verhuisden naar de Noordrand en hoopten op beter.


Maar langzamerhand groeiden de ranken van het wantrouwen rond ons verstand. Zij leerde dat de artsen van de verzekeringen haar besluiten niet vertrouwen. Ze leerde dat vrijheid en geneeskunde een paradox is. Dat patiënten haar niet altijd vertrouwen, haar aanbevelingen niet opvolgen, de voorkeur geven aan alterneuterig gezwets dat ze op Google vinden.


En ook dat de nieuwe ziekenhuisadministratie elk vertrouwen in de grond stampt. Haar wereld werd een universum beheerst door tijd en data, zichtbaar en meetbaar, maar nuttig voor niemand. Ze had ooit geloofd dat een arts een pijler van wetenschappelijke welwillendheid was, maar is nu tot de vaststelling gekomen dat artsen de dag van vandaag ontdaan zijn van macht en behandeld worden met openbaar scepticisme.


Om te voldoen aan het metastatische wantrouwen van de overheid, spendeert ze nu de helft van haar nuttige tijd aan het verzamelen en coderen van gegevens. Dit zou onze natie spartelende gezondheidszorg "verbeteren" zegt men. Ondertussen wordt de suïcidale patiënt naar de reporter van de krant gestuurd, krijgt de andere patiënt zijn antibiotica niet, en wacht nummer drie op zijn aangepaste pijnstilling. Who cares? Ik zie hoe haar ergernis groeide met elke stap in dit mijnenveld van de selectievakjes op de formulieren.


Dit was niet het leven dat ze gepland had. We krijgen steeds meer woorden. De ergernis groeit. Van de eed die ze aflegde, blijft niets meer over.


De overheid aan wie u blijkbaar uw macht delegeert, spreekt in drievoudige formulieren, parameters , logaritmes en ICD-10 codes. Zij daarentegen luistert, interpreteert, raakt aan en spreekt. U ratelt met EBM. Je bent blind geworden Hippocrates, je kijkt via een beeldscherm, je slurpt data en je induceert inefficiëntie.


Ik zie hoe je haar dag na dag beschadigt. Je maakt haar werkt omslachtig, je zweert bij gedateerde wetenschap, je doet haar nog harder werken en je betaalt haar elk jaar minder. En dat alles om haar over een paar jaar naar een schamel pensioen te sturen terwijl uw ambtenaren verzekerd zijn van een gegarandeerde en geïndexeerde uitkering waar citytrips als het ware voor uitgevonden zijn.


Ik zie hoe je haar zoetjes aan tracht te veranderen een cynische vrouw die patiënten als nummers ziet, die als een Turkse schaakautomaat haar handelingen verricht, die medische zorg in tijdsblokken van 15 minuten perst. Ik zie dat ze zich verzet. Ik steun haar daarin.


Daarom vraag ik de echtscheiding aan Hippocrates. Doe je ordes, je domestieken, je ambtenaren en inspecteurs de groeten. Ze kunnen de boom in.


Ik hoop dat je je bril verliest en tegen een verkeersbord aanloopt en je neus breekt. Liefst op een zondagavond. En dat er voor jou tachtig wachtenden zijn op Spoed.


Sans rancune,
Marc van Impe



Bron: MediQuality

08:31 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.