16 januari 2017

PVDA roept op tot pogrom

 

Ik zit op het terras van het eiland als Cohen op Hydra en lees Homo Deus uit de bibliotheek van mijn gastheer. Ik bracht hem Graailand mee van de gewezen maoïst Peter Mertens, de compagnon de route van dr. Van Duppen, die zich warm loopt om zijn lange mars door de instellingen te maken. De aanzet is gegeven: een oproep aan de sympathisanten van de PvdA om Maggie De Block ongezouten hun mening te geven. Sommige “patiënten”, 41 om precies te zijn op het ogenblik dat ik dit schrijf, wensen de minister een enge ziekte toe waaraan ze liefst pijnlijk mag bezwijken. Operatie karaktermoord is tot zover geslaagd. De reguliere media hebben toevallig net die boodschappen overgenomen en dus nog eens herhaald waardoor het lijkt alsof de minister bedolven wordt onder een golf van boze nieuwjaarswensen.


De tijden zijn veranderd. De methode blijft dezelfde. De communistische theorie van mass media werd al in de 19de eeuw beschreven door George Hegel en later verfijnd door Karl Marx en Friedrich Engels. Lenin en Trotsky pasten ze in de praktijk toe. Begin geen lastercampagne in je eigen media maar gebruik de hefboom van de bourgeois pers. Het is zo dat ze de hervormer en socialist Kerensky ten val brachten, het is op dezelfde manier dat ze De Block voetje willen lichten. Dezelfde Soviet Theory of Mass Communication werd door de 45ste president Trump gebruikt. Hij hoefde de media niet voor zich en zijn programma in te nemen, hij nam de politiek correcte journalisten bij de elleboog en leidde ze naar de door hem gewenste richting. De fantasie wordt op 20 januari werkelijkheid. Het leven is een illusie en het politiek bedrijf is navenant.
Homo Deus is een boek dat ik u allen wil aanraden, een fascinerend boek over hoe wij allemaal in illusies leven.


De Israëlische historicus Yuval Noah Harari (1976) vertelt op een begeesterende wijze hoe het humanisme dat we sinds de verlichting dachten te hebben uitgebouwd tot het basisprincipe waarop onze humane orde moet gebaseerd zijn, verkruimeld is en hoe we nu bij het begin van de 21ste eeuw geconfronteerd worden met de nieuwe mens die daarvoor in de plaats komt. Harari schuwt de grote uitspraken niet: de mens heeft zijn dominante positie op aarde echt niet aan zijn intelligentie te danken. Dat de mens reeds één miljoen jaar het intelligentste dier op aarde is, is een illusie en de geschiedenis bewijst dat.


Wat ons onderscheidt van de andere zoogdieren is dat we gemeenschappelijke illusies kregen, ons konden organiseren in groepen die groter zijn dan de paar honderd mensen die we persoonlijk kennen en dat we ons dus met vreemden kunnen associëren. Chimpansees kunnen óók goed samenwerken, maar hun groep kan nooit groter worden dan het aantal dieren dat zij persoonlijk kennen. Maar chimps hebben geen god, geen ideologie, delen geen illusies en hebben ook geen gemeenschappelijk streven. Een aap dient geen hoger doel. Dat stukje genetische afwijking wordt nu epigenetisch versterkt door de sociale media die de massamedia vervangen hebben.


Massamedia zijn altijd voor het groteske gegaan: voor moord en doodslag, brand, rampen, politieke hanen en Houdini's, voor leiders, dus niet voor de waarheid. Niet voor het bedachtzame, het essay; de reflectie, de humor. Dat verklaart het succes van Facebook, Snapchat en Twitter. Als Luther en Calvijn daarover beschikt hadden was het protestantisme nu een wereldgodsdienst in plaats van een verkruimelde verzameling van obsessionele gedachten over de Sola Scriptura. Ik huiver voor ideologieën en godsdiensten die geloven dat alleen het Boek ons alles leert wat nodig is om verlossing van onze zonden te ontvangen. Het Boek wordt het hogere doel. Zo bouw je uiteindelijk een wereldrijk op. Proletariërs aller landen verenigt u. Make America great again. Vive la république. De individuele verantwoordelijkheid verdwijnt. Het ideaal is in de plaats gekomen. De Franse boeren lynchten de lokale markies. De communisten lynchten de grootgrondbezitters. De nazi's de Joden. Ze kenden elkaar niet persoonlijk. Maar de homo deus wantrouwt mensen uit andere sociale klassen en culturen. Onze waarden en overtuigingen omtrent de werkelijkheid zijn in wisselbare illusies die gemakkelijk kunnen verdwijnen omdat ze alleen in gedachten bestaan. We nemen ze serieus omdat andere mensen hetzelfde denken. Zoals geld alleen waarde heeft omdat anderen het eveneens waardevol vinden. Het papier zelf is niks waard. Harari geeft als vuistregel: als iets zelf pijn kan voelen is het echt. Een bankdirecteur is echt, een bank bestaat alleen in onze gemeenschappelijke gedachten. Zo is ook een minister echt, een ministerie bestaat alleen in gedachten.


Ik hoef de verdediging van de minister niet op te nemen. En ik sta ook niet achter alle maatregelen die ze neemt. Maar ik ken haar en lees haar werkstukken. De patiënten die Maggie De Block kanker toewensen, kennen haar niet persoonlijk. Zij kennen evenmin de inhoud van haar programma noch haar maatregelen. Ze zijn wel klaar voor de pogrom die de rode Trump, Peter Mertens op gang wil brengen. Ditmaal onder de leuze: iedereen gelijk. Maar ik verwed er mijn hoofd op dat er toch wel weer een paar zullen zijn die gelijker zijn. Gelukkig zijn de Belgen nogal traag van begrip. En voor Mertens heb ik slecht nieuws: Harari beschrijft de ondergang van het communisme. Bijna een eeuw lang heeft het massa's geïnspireerd. Het versloeg het fascisme, bedreigde het kapitalisme en hield hele volkeren in een ijzeren vuist. In de jaren tachtig verschrompelde het tot helemaal niets omdat de mensen er niet meer in geloofden. Het communisme heeft geen supermens gerealiseerd. Het echte grote gevaar zegt Harari is het ‘dataïsme'. Daarin wordt ieder individu ontleed in al zijn losse onderdelen, van koopgedrag tot ziektegeschiedenis, met grote voorspellende kracht. Maar daarover heb ik al iets geschreven.


Marc van Impe



Yuval Noah Harari: Homo Deus. A Brief History of Tomorrow. Vintage Publishing, 448 blz. € 29,99. De Nederlandse vertaling verschijnt in februari 2017 bij uitgeverij Thomas Rap.

 

Bron: MediQuality

16:51 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)

06 januari 2017

E-health, droom en werkelijkheid

De voorbije weken passeerde het ene na het andere bericht over de geneeskunde van de toekomst. We zouden geen dokters meer nodig hebben, Star Trek-achtige apps zouden onze vitale parameters continu doorsturen. En op zijn minst zou de arts, online vanuit de cloud, over alle data kunnen beschikken om de exacte diagnose te stellen. Alle medische kennis en ervaring op afroep en in een vingerknip, als het ware.

Vorige week deed de verwarmingsketel het even niet. Ik belde niet naar mijn installateur want dat had me vorige maal 230 € gekost voor het opendraaien van twee kraantjes, die hij bij de vorige onderhoudsbeurt zelf (bewust?) had dicht gedraaid. Ik las foutcode F22 op het schermpje, googelde merk, type en foutcode en zag in een oogwenk wat er aan de hand was. Ik rebootte de ketel. Twee minuten later was het probleem opgelost. Was alles maar zo eenvoudig.
De voorbije weken passeerde het ene na het andere bericht over de geneeskunde van de toekomst. We zouden geen dokters meer nodig hebben, Star Trek-achtige apps zouden onze vitale parameters continu doorsturen. En op zijn minst zou de arts, online vanuit de cloud, over alle data kunnen beschikken om de exacte diagnose te stellen. Alle medische kennis en ervaring op afroep en in een vingerknip, als het ware. Maar in werkelijkheid staan we nog niet aan de vooravond van een technische revolutie die het concept geneeskunde totaal zal omgooien.
Maar laat me eerst enkele illusies de grond instampen.
We kunnen op het Internet voor alles en op elk moment terecht. En dat alles in gewone mensentaal, op basis van een paar lukrake zoektermen. We kunnen zelfs verbale zoekopdrachten inspreken met een slok op. Siri -of hoe ze ook mag heten- helpt u verder.
Toen Google in 2012 de Knowledge Graph lanceerde namen de zoekmogelijkheden een quantumsprong voorwaarts. Met de Knowledge Graph werd semantisch gedreven informatieverzameling op verschillende bronnen poepsimpel: de machine doet in feite het zoekwerk en structureert het resultaat.
Maar zover zijn we in de geneeskunde nog lang niet. Gezondheidsdata worden nog altijd gefragmenteerd en angstvallig bewaard in silo's en ook al werd er de voorbije jaren voorzichtig voortuitgang geboekt als het over het delen van data gaat, toch fungeren de psychologische, politieke en culturele barrières nog altijd als negentiende-eeuwse tolgrenzen.
Ik kreeg eind vorig jaar nog een bericht –onder embargo, alsof het ging om een staatsgeheim- dat twee ziekenhuizen een akkoord gesloten hadden met de VUB. Het ging om West-Vlaamse instellingen dus dit was wel wereldschokkend nieuws. In dit land waar de statistiek als het ware uitgevonden werd is er nog lang geen sprake van één enkel universeel patiënt-gecentreerd medisch dossier dat door alle universiteiten, perifere ziekenhuizen en alle artsen gehanteerd wordt.
Google's Knowledge Graph is eigendom van Google, naar diens beeld en gelijkenis wordt nu de Flow Health Medical Knowledge Graph opgezet die, gebaseerd op Machine Learning (ML) in staat moet zijn om zeer grote hoeveelheden klinische data te analyseren en daaruit patronen en ontwikkelingen af te leiden.
ML is in feite een verzameling computeralgorithmes die data omzetten in Artificiele Intelligentie (AI). De Medical Knowledge Graph sorteert en structureert al die AI zoekresultaten en giet die in een context-sensitieve en op de patiënt gerichte informatiestroom die de arts in één oogopslag kan raadplegen.
In november 2016 sloot Flow Health daarover een overeenkomst met het Amerikaanse Department of Veteran's Affairs (VA). Dat betekent dat in een klap de gezondheidsdata van 22 miljoen veteranen of ongeveer 30 petabytes aan klinische data, en 4.5 miljard beelden voor analyse ter beschikking komen.
In Londen sloot Google AI-afdeling DeepMind reeds in april 2016 een akkoord met de Londense ziekenhuizen van de Royal Free NHS Trust waardoor de data van 1.7 miljoen patiënten toegankelijk werden. Met een rijke dataset als deze kan krachtige AI worden opgebouwd.
Inzicht in de ziekte kan als nooit tevoren worden opgeslagen. En op die manier zal men de komende jaren geïndividualiseerde behandelingen en aanbevelingen kunnen voorschrijven, niet op basis van de persoonlijke opinie of ornithologische voorkeur van proffen die meer tijd besteden aan lobbyen voor hun eigen kleine labo'tje maar op basis van diepgaande kennis die het resultaat is van een grote massa gegevens. De Medical Knowledge Graph kan een echt Electronic Health Records systeem aandrijven dat bruikbaar is voor clinici en ingenieurs die apps gericht op patiënten willen ontwikkelen.
Wereldwijd staan we pas aan de vooravond van zo'n revolutie. In ons land, waar men elkaar het licht in de ogen niet gunt en waar smaldenken de norm is, staan we nog nergens. Meer dan 4.5 miljoen patiënten gaven al bewust of onbewust toestemming om hun medisch dossier te laten delen. Maar verder dan een belofte is men niet.
Hier kijkt men niet naar de foutcode op het scherm maar belt men voor een afspraak met een loodgieter die pas nadat je twee dagen in de kou gezeten hebt, langskomt en dan nog het liefst handje contantje betaald wordt.


Meer info: http://www.businesswire.com/news/home/20161129005475/en


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:43 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)

05 januari 2017

De digitale patiënt en de analfabeet

De minister gelooft in de patiëntgerichte digitale technologie en maakt een budget vrij voor projecten met apps. Ze heeft overschot van gelijk want deze toepassingen van eHealth kunnen de zorg voor patiënten verbeteren, om te beginnen voor mensen met chronische aandoeningen zoals diabetes of COPD. Maar om de grote filosoof Johan Cruijff te parafraseren: elk voordeel heb zijn nadeel.

eHealth brengt ook heel wat risico's met zich mee. Om te beginnen zijn vele apps, hulpmiddelen en apparaten (nog) niet officieel geëvalueerd, wat betekent dat de doeltreffendheid ervan onbekend en niet gegarandeerd is. Een tweede risico is dat in sommige gevallen technologie de vraag naar diensten en inzet van mensen verhogen en dat houdt het potentieel in zich dat de wijze waarop patiënten toegang hebben tot de zorg verstoort wordt. Maar het belangrijkste probleem dreigt de digitale uitsluiting van een hele bevolkingsgroep te worden.
Apps zijn maar één aspect van digitale technologie. Daarnaast zijn er wearables en monitoring technologie, online triage tools, online informatie en adviestools, gerichte interventies en peer support tools, online afspraken boeken en andere transactionele diensten zoals voorschriften verlengingen, consultaties op afstand, en tenslotte online toegang tot medische dossiers en zorgplannen.
In een recent rapport van de Britse Nuffield Trust waarschuwt de hoofdauteur Sophie Castle-Clark ervoor dat de digitale technologie een tweesnijdend zwaard is waaraan we ons lelijk kunnen pijn doen. Zonder de juiste regelgeving en een zorgvuldig proefondervindelijk onderzoek kunnen deze digitale hulpmiddelen de kwaliteit van de zorg in gevaar brengen en de manier waarop zorg nu wordt verstrekt ernstig verstoren. Wie het rapport aandachtig leest kan niet anders dan tot de conclusie komen dat men best kiest voor een techno-optimistische aanpak met een sceptische blik op de wetenschappelijke validering van de ontwikkelingen. Op die manier wordt men een techno-realist.
De minister kan over het kanaal wat leren: de NHS England wil dit jaar minstens 10% van zijn patiënten online krijgen. Tegen 2018 moet dat percentage verdubbeld zijn. Maar zoals bij alle digitale innovaties, is niet iedereen klaar om daarvan te profiteren. Laten we de Britse cijfers bekijken: 12.6 miljoen Britten hebben geen digitale basisvaardigheden, en 5.3 miljoen Britten zijn zelfs nog nooit online geweest. Dat is geen marginaal gegeven! Dit betekent dat 23 procent van de bevolking op dit ogenblik gewoon onbekwaam is om van die digitale transformatie gebruik te maken.
Er is geen reden om aan te nemen dat de Belgische bevolking beter digitaal geletterd zou zijn. Wie digitaal uitgesloten is, is niet in staat om dingen te doen die de meesten van ons vanzelfsprekend vinden, zoals online in contact blijven met familie en vrienden, online winkelen of gezondheidsinformatie googelen.
En omdat de digitale technologie met de dag verandert, raken deze ongeletterden steeds verder en verder achterop. Er is een sterke correlatie tussen digitale uitsluiting en andere vormen van sociale uitsluiting. Uit studies blijkt dat 60% van de digitale ongeletterden ook niet over andere kwalificaties beschikken. Er bestaat ook een sterke correlatie met leeftijd (57 % is 65+) en met gehandicapt zijn (49 %). Maar nog sterker is dat 82 % van deze ongeletterden toegeven dat ze elke motivatie om digitaal bij te leren, missen.
Wil de digitale gezondheidszorg dus sociaal en toegankelijk blijven voor iedereen, zoals dat in de analoge wereld het geval is, dan moet de overheid –dat zijn in ons land de regionale ministers- haar verantwoordelijkheid opnemen en ervoor zorgen dat de sociaal uitgeslotenen gemotiveerd worden om zich digitaal bij te scholen. Want ook dat is een vorm van preventie. Hier is een taak weggelegd voor digitale gezondheidscoaches. En voor de ziekenfondsen.
De ervaring met digitale insluitingprogramma's leert ons dat wie dat steeds digitaal geschoold is zelfverzekerder is, minder lijdt onder sociaal isolement, een verhoogd welzijn geniet en meer zelfvertrouwen heeft. Dat houdt echter ook economische meerwaarde in.
Uit een ander rapport van de Tinder Foundation dat dateert uit 2015 in opdracht van het UK Centre for Economics and Business Research blijkt dat de digitale bijscholing van de totale Britse bevolking in totaal £ 1.6 miljard zou kosten, maar in tien jaar tijd £14.3 miljard zou opbrengen. Die data kan geen enkele minister naast zich neerleggen. En in de praktijk bleek dit nog uit te komen ook.
Tussen 2013 en 2015, organiseerde de Tinder Foundation het Widening Digital Participation in opdracht van de NHS England. Dit hield in dat 380.000 patiënten geleerd werd hoe ze digitaal konden communiceren met hun huisarts. 250.000 patiënten konden op het eind van de rit digital uit de voeten. Uit de evaluatie bleek dat voor elk geïnvesteerd £1 de NHS £6.40 bespaarde. Hier ging het over eerstelijnszorg. Er loopt nu een gesofisticeerder project binnen de specialistische zorg voor bedlegerige patiënten waarbij gebruik gemaakt wordt van wearables en apps en waarbij zowel patiënten als clinici betrokken worden.
Het potentieel van de digitale transformatie van de gezondheidszorg is enorm. Maar het zal niet gaan op de manier waarop men in ons land een paar jaar geleden begonnen is: letterlijk vanuit een doodlopende straat waar een onzichtbare administratie doet wat ze denkt te moeten doen.
Digitale insluiting gaat niet over technologie. Het gaat over mensen: mensen die andere mensen helpen om te zien hoe het internet hun leven kan transformeren. En dat werkt alleen als dat lokaal gebeurt, face to face, vriendelijk en toegankelijk waarbij de gebruiker centraal staat. Men mag dan welk bijna 5 miljoen patiënten hebben die toestemming hebben gegeven om hun medisch dossier te delen, dat stelt niets voor als bijna een kwart van hen niet weet waarover het gaat. Digitalisering van de zorg en eHealth zijn mooie doelstellingen maar ze zijn niets als ze niet gekoppeld worden aan een sociale beweging.
Het is alsof men een prachtig wegennet zou bouwen in een land waar een kwart van de bevolking niet eens over een rijbewijs beschikt.


Meer info:
http://www.nuffieldtrust.org.uk/sites/files/nuffield/publ...
http://www.tinderfoundation.org/sites/default/files/research-publications/the_economic_impact_of_digital_s

 

Marc van Impe

Bron: MediQuality

18:35 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)