15 december 2016

De 'protocolziekte'

Geef iemand een band om de arm, een pet op zijn kop en een houten spiegelei in zijn hand en hij wordt de macht. Zoals Herman De Coninck dichtte over de koerscommissaris: “Als mijn machtige arm het wil, staat uw verkeer stil.” Ieder van ons heeft dit wel eens meegemaakt. Voor sommige zogenaamde ziekenfondsmedici gaat die vergelijking op. Ik geef er overigens de voorkeur aan ze niet langer artsen te noemen, maar medici.


Een arts heelt, een medicus is geneeskundig geschoold. De medici hebben wel het artsendiploma gehaald maar hebben niet gekozen voor het compassioneel vak dat de geneeskunde is. Die medici zijn de controleurs van de vaak (te) heilige richtlijn waaraan ze zich zelve nooit gehouden (zouden) hebben. Richtlijnen zijn overigens bedoeld voor de gemiddelde patiënt. Maar 40 tot 50 procent van de patiënten past niet in zo'n richtlijn. Ziekenfondsen, Riziv, Luss, VPP en FOD praten wel heel veel over responsabilisering, maar niemand die echt vragen stelt laat staan naar de antwoorden wil luisteren.


Toch wordt het steeds belangrijker om te bekijken wat de patiënt wil. Neem alleen al de vergrijzing. Iemand van 65 plus is niet langer de half seniele mindervalide die tien jaar geleden, aan de hand van de sociaal assistente die net uit de puberteit kwam, naar de sociale dienst stapte voor een eenpersoonsbedje in een vier vierkante meterkamertje bij de zusters Maricollen. De inspectie en ook de zorgverzekeraars moeten daar voldoende ruimte voor laten.


Het is geen Belgisch fenomeen. Ook in de ons omringende landen zijn er problemen met medici die zich geroepen voelen om liever lijnen in het zand te trekken dan te kijken hoever men kan gaan in de rekkelijkheid.


Zoiets heet protocolitis, het gebrek aan praktijkervaring, de koudwatervrees voor toepassing wat gezond verstand en wetenschap biedt, en vooral de afgunst voor al wie zijn denkraam durft open zetten. Ik lees dat de inspectie en de medische tuchtcolleges doorslaan met richtlijnen en protocollen. Dat zegt de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen in Nederland (VPH).


Wouter van den Berg van de VPH zegt dat protocollen vaak gebruikt om hard met artsen af te rekenen. Ik en de geleerde vrouw, en een aantal collega's hebben dat aan den lijve moge vaststellen. Het protocol wordt gebruikt als een korset, dat door de bijna seniele huishoudster bij de jonge freule wordt aangesnoerd. Tot je geen adem meer haalt.


'Bij veel tuchtzaken en procedures zijn de protocollen leidend', zegt Van den Berg. 'Dit leidt tot slechtere zorg. Het creëert huisartsen die het verstand laten varen en de protocollen laten zegevieren.' Jaarlijks zijn er in Nederland gemiddeld 1.600 medische tuchtzaken. In België bestaan die cijfers niet omdat geen enkel keurslijforganisatie die cijfers publiceert.


Nochtans mag een arts mag een protocol doorbreken als hij dat goed motiveert, daar is elk zinnig academicus en praktijk voerend ethicus over eens. Maar dat geldt niet voor de auditeurs van het RIZIV die vanuit hun ijzeren verstand redeneren. En voor de griffiers die in hun eigenhandig grijs gebreid debardeurke de vonnissen copy pasten.


Wat moet ik overigens denken over een gewezen huisarts uit het Brugse die heel bewust op zijn website zet dat hij controlemedicus werd omdat hij het dagelijks werk en de druk van het huisartsenbestaan beu was. Hij loopt nu met rugzakje van de ene belangrijke vergadering naar de andere, verstuikt zijn voet op een metrotrapje en is zes maanden in revalidatie. En dat is nog maar één voorbeeld.


Wie een beetje bij zinnen is weet dat dat de medische praktijk niet in regels te vangen is: ervaren huisartsen blijken geregeld protocollen te doorbreken omdat zij het belangrijker vinden goede zorg te leveren dan zich aan de regels te houden. Zo laten ze ook de relatie met de patiënt en hun eigen opvattingen meewegen. Je mag er niet aan denken dat een ambtenaar die om kwart voor vier zijn brooddoos gaat uitspoelen, nog even een banaan eet, dan de regels gaat opleggen waar je je als arts moet aan houden. De inspectie en het tuchtcollege van de Orde zouden artsen niet moeten beoordelen op 'gehoorzaamheid' maar op 'verstandigheid'.


Formeel mag een arts een protocol doorbreken als hij dat goed motiveert. Maar artsen zijn steeds angstiger om dit te doen. Een goede arts durft af te wijken van de richtlijnen als het in het belang is van de patiënt. Het artsenberoep vraagt improvisatie. De kracht van geneeskunde is juist dat de persoonlijkheid van de dokter wordt weerspiegeld in zijn werk. De inspectie moet stoppen met de afrekencultuur. Wij dagen u uit om daarover te communiceren. U schrijft ons, wij publiceren én interpelleren. Het is maar dat, maar het is een begin.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

 

 

09:24 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar