24 november 2016

‘Giet je wijn in de machine, dan produceert hij vrolijke gevoelens’

Ik herlees 'Het geluk' van de Franse arts de La Mettrie, een verfrissend en provocatief, literair en filosofisch meesterwerk, geschreven in een gespierde, beeldende en geestige stijl, dat deze zomer eindelijk in het Nederlands vertaald werd.

Het boekje dateert uit 1748, de Verlichting, en sloeg in als een bom, want het ging lijnrecht in tegen de heersende opvatting dat matiging en beheersing van lichamelijke behoeften zou leiden tot geestelijke verlichting en evenwicht. Onzin, vond La Mettrie, de kern van ons geluk ligt nu juist in ons lichamelijk welbevinden. Een filosofie die zich keert tegen de natuur en het lichaam ontkent, dus de ware bronnen van geluk. Gevoelens moeten niet worden onderdrukt, ze zijn juist onmisbaar voor ons welbevinden.

Julien Offray de La Mettrie (1709-1751) was een Franse (leger)arts en 'philosophe'. In 1744 kreeg hij bij het beleg van Freiburg een koortsaanval met verstrekkende filosofische gevolgen. Julien besefte in een lucide ogenblik dat het psychische fenomeen van zijn ijldromen veroorzaakt werd door het fysieke verschijnsel van zijn koortsaanval. Hij werd materialist. De geest was een uitvloeisel van het lichaam. Spinoza had gelijk, niet Descartes. En de immateriële, onsterfelijke ziel – daar kon een streep doorheen.

Hij schreef l'Histoire naturelle de l'âme, en vluchtte zoals zovelen naar Leiden. Daar publiceerde hij in 1747 L'homme machine, waarin hij onomwonden stelde dat ons geestelijk leven een functie is van de zenuwen. Giet je wijn in de machine, dan produceert hij vrolijke gevoelens.

Met vrije wil heeft dat niets te maken. Wij zijn volledig gedetermineerd door de mechanica van onze individuele machine, die we niet zelf gebouwd hebben. Dat ging te ver voor de gereformeerde Hollanders en hij verhuisde naar Pruisen waar hij in le Discours sur le bonheur (1748), Het geluk, schreef dat onze biologische machine zo is ingesteld dat hij zoekt naar genot en wegvlucht voor pijn, en het is dus zaak het genot te maximaliseren en de pijn te minimaliseren.

Dit is het klassieke standpunt van Epicurus en zijn volgelingen, waar stoïcijnen als Seneca tegenin brachten dat het beter is je hartstochten te beheersen opdat je niet heen en weer wordt geslingerd tussen pijn en genot. De door Seneca gepropageerde afwezigheid van angst en verlangens is een ‘negatief geluk' en een ontkenning van de menselijke natuur. De stoïcijnen menen dat ‘ze pas werkelijk mens zijn als ze ophouden mens te zijn'.

La Mettrie wil zijn gevoelens niet beteugelen – hij wil gewoon aangename gevoelens. We moeten woorden als ‘lust' en ‘genot' hier overigens in brede zin opvatten. ‘Plezier', ‘vreugde', ‘welbehagen', tevredenheid' komen ook in aanmerking. Het is altijd dezelfde gewaarwording, een aangename prikkeling van onze zenuwen – zegt de 
arts La Mettrie –, die uitsluitend verschilt 
in duur en intensiteit.

Gaat het om een duurzaam gevoel, dan noemen we het ‘geluk'. En de beste garantie voor geluk is aanleg voor geluk. Wie toevallig geboren is met een ‘goede organische structuur' is vrolijk bij voorspoed en niet van zijn stuk te brengen bij tegenspoed. Verstand is daarbij niet nodig, zoals bewezen wordt door gelukkige onnozelen en ongelukkige intellectuelen. Nadenken versterkt het gevoel, zowel ten goede als ten kwade. En als ons geluk al op illusies berust, dan is dat dwaalspoor welkom. ‘Wie het geluk heeft gevonden, heeft alles gevonden.'

Wat de zinnelijke genoegens betreft, adviseert de La Mettrie de natuur te geven wat haar toekomt. We moeten niet streven naar overprikkeling maar ons laten leiden door 
de natuurlijke behoeften van ons individuele temperament, en leren genieten zonder schuldgevoel. De moraal, die in wezen politiek van aard is, wordt ons door onze opvoeding diep ingeprent... om het vervolgens toch af te leggen tegen onze hartstochten.

Het gevolg is dat ‘beminnelijke mensen' geplaagd worden door schuldgevoel nadat ze zich hebben overgegeven aan ‘de meest brave vormen van lust' – terwijl er geen misdaad minder om gepleegd wordt. Wat schuld betreft: schuldgevoelens weerhouden ons niet van de misdaad, wel de vrees voor straf. Wetten en straffen zijn daarom noodzakelijk, schuldgevoelens nutteloos.

Filosofisch gezien is een misdadiger niet schuldig want hij handelt onvrij (zoals ‘de wijzer van een horloge slaaf is van het uurwerk dat hem beweegt'), maar in het publiek belang moet hij worden terechtgesteld. La Mettrie citeert Hobbes: het is eerder verstandig dan rechtvaardig misdadigers te doden. Dit ging zelfs Holbach en Diderot, die als materialisten toch veel gemeen hadden met La Mettrie te ver.

Toen de arts in 1751 na een copieuze maaltijd overleed, slechts 41 jaar oud, spotten zijn talrijke vijanden dat zijn hedonisme hem fataal was geworden. Een van deze tijd, deze Jules. Een man naar mijn hart.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:38 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.