21 oktober 2016

In memoriam Roger Blanpain

In een overvolle Sint-Jan-de-Doperkerk in het Groot Begijnhof in Leuven is vrijdag afscheid genomen van emeritus hoogleraar arbeidsrecht Roger Blanpain, die op 11 oktober op 83-jarige leeftijd overleed. Ik heb het over hem met een gemeenschappelijke kennis. Hij had tenminste een voltooid leven, zegt hij. Het regent boven het kanaal, zoals dat hoort als je over dit soort van zaken praat. Het moet dan nat en killig zijn. Maar wat bedoelt hij in godsnaam met een voltooid leven? Wanneer is een leven voltooid?

Ik las vorige week in de krant dat 'mensen die klaar zijn met leven [zouden] hulp moeten kunnen krijgen om op een waardige manier en op een zelfgekozen tijdstip een einde te maken aan hun leven.' In het land waar deze uitspraak vandaan komt zouden speciaal opgeleide 'stervensbegeleiders' mensen hierbij 'helpen', nadat ze er in gesprekken achter zijn gekomen of mensen werkelijk lijden aan het leven, en geen besluit nemen onder druk van familieleden of verzorgers.

Voor de goede orde, het gaat volgens de beleidsvrouw die achter dit wetsvoorstel staat, niet om eenzame en depressieve mensen, maar om diegenen die hun leven 'voltooid achten'. Ik moet denken aan JJ De Gucht en zijn parler. Voor Nederlandstaligen klinkt deze lingo bijna normaal: 'mensen die wakker worden en denken: ik ben weer niet dood.' Voor hen moet de overheid 'barmhartig zijn.' Voor de Franstalige lezers is dit pure horror. Ergens bij de taalgrens loopt een scheidslijn tussen dood gaan en sterven. Ik stel me voor dat je bij de eerste formule bewust de stap naar het einde zet. In de tweede formule wordt je overvallen door een dief in de nacht. Zou het zo wezen?

Klaar met leven klinkt als een cliché uit een slecht geschreven brochure van een of andere humanistische kerk. Wie kan me zeggen wanneer mijn leven voltooid is? Ik zou het niet weten. Anderen misschien wel. Ik lees de schrijfster Aleid Truijens die zegt: "Mij stelt het gerust dat ik er mag zijn, ook als ik straks oud, lastig en afhankelijk ben en een luier draag, maar dat ik niet tot mijn laatste snik hoef weg te teren aan een terminale ziekte."

Maar dan bedenk ik: ik laat zo ijzeren zorgkundige met van die koude handen en een geur van odeklonje om hen heen, toch niet beslissen wanneer het zo ver gekomen is. De term 'waardig sterven' geeft me de webbe. Alsof de gewone, natuurlijke dood onwaardig is, en fatsoenlijke, rationele mensen moeten begrijpen hoe ze die ellende vóór kunnen zijn. ik wil helemaal geen nieuw soort ambtenaar, zo'n gezakte thuisverpleger of mislukte socioloog, zo'n stervensbegeleider-nieuwe-stijl, zo iemand met recuperatiedagen en een ambtenarenpensioen, die wil ik helemaal niet bij mijn einde in de buurt.

Wat ik vrees is dat als ze er eenmaal zijn, ook op zoek naar klanten zullen gaan. Wordt er aan gebeld en zie in je parlofoon een onbekende staan. Een deurwaarder is het niet, er valt niets meer te halen. De postbode kent de code en die stoort je niet op dit uur. De poetsvrouw is geweest. De pastoor komt al lang niet meer. Ah, dat moet de stervensbegeleider zijn. De man met het gezicht als een lavabo.

Ik kan me niet voorstellen dat hij over een goed alternatief voor de dood komt praten. Hoe gaan ze die mensen selecteren die niet ziek zijn en binnenkort sterven, die niet lijden onder fysieke pijnen, evenmin dement, depressief of eenzaam zijn en niettemin dood willen? Wie zijn dat dan precies?

Alsof wij, de verstandige, welbespraakte, autonoom denkende lieden op een zeker moment, in alle redelijkheid besluiten dat het welletjes is, welgemoed afscheid nemen en vertrekken. Ik geloof het niet. Ik word gewoon oud, wat trager schrijvend, niks 'voltooid leven'. Ik wil niet de ellende van een voltooid leven, want dat betekent eenzaamheid, het gevoel overbodig te zijn en niet meer ertoe te doen.

Nee, dan schrijf ik liever nog een stukje dat zo nijdig is dat iemand me nog eens voor de raad van Journalistiek sleurt. En als ik daar dan nog eens gelijk krijg, dan wil er over nadenken om een begin te maken met de voltooiing van mijn leven. En tot zolang wil ik nog vele gesprekken, muziek, uitstapjes. Maar dan wel op m'n eigen. Ik heb evenmin niet zo voor de begeleiders die mijn leven willen veraangenamen.

Ik vertel hoe ik met de professor voor het eerst een avocado at. Al Parma in Leuven. Het duurde een eeuwigheid voor we de schil fijngekauwd hadden. Hij had me bijgestaan in een geschil met een uitgever. Het eerste. Bij het kerkelijk afscheid van een professor emeritus zingen zijn collegae in toga hem de eeuwigheid in. En dan bedenk ik dat ik mijn papieren voor euthanasie nog in orde moet brengen. Ik ben zeker dat Roger Blanpain zijn leven nog lang niet voltooid had.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

 

13:45 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar