25 september 2016

Goedgelovig leeft het langst

Voor het raam van mijn werkkamer, zes hoog, hangt een vette kruisspin in een web van twee keer niets. Het is nazomer en ik ruim de overgebleven rapporten en tijdschriften op waar ik deze zomer niet aan toe gekomen ben. Dan valt mijn oog op een oud nummer van The Spectator van 27 juli met het dramatische bericht: "Kerkgangers leven langer".

The Spectator is geen parochieblad, geen roddelgazet maar vormt met The New Yorker en The Economist de triade zonder dewelke geen enkele senior writer kan. Zoals dat gaat, worden de opruimwerkzaamheden stilgelegd en sla ik aan het lezen. Research van de voorbije 20 jaren, suggereert dat regelmatig een kerkdienst bijwonen gerelateerd kan worden aan een betere lichamelijke en geestelijke gezondheid.

Wie een reguliere kerkdienst bijwoont, en dat is volgens de onderzoekers een katholieke of protestantse dienst, maakt 30 procent minder kans voortijdig te sterven, heeft een derde minder kans om depressief te worden en heeft vijfmaal minder kans zelfmoord te plegen. Dat blijkt uit een onderzoek dat zestien jaar geduurd heeft en door Harvard gevoerd werd bij … verpleegsters. Joodse en moslimverpleegsters hebben pech want over het nuttig effect van het bijwonen van een eredienst in de synagoge of een gebed in de moskee geen woord.

In vergelijking met vrouwen die nooit religieuze diensten bijwoonden, liepen vrouwen die éénmaal per week ter kerke gingen 26 procent minder kans op voortijdig sterven, bij hen die één keer per maand naar de mis gingen liep die kans terug op 13 procent. God is dus streng maar rechtvaardig.

Betekent dit dat ik als niet-kerkganger die sinds zijn vijftiende van god los is en zo zijn eigen morele evenwicht gevonden heeft, gewoon op tijd dood zal gaan? Het zal wel. Een en ander verscheen eerder ook in de JAMA Internal Medicine en daar las ik dat kerkgangers vijf maand langer leven. Ook die cijfers gelden voor vrouwen, voor mannen zou de situatie anders kunnen zijn.

Een intrigerende aspect is dat het de kerkdienst lijkt te zijn die het verschil maakt, in plaats van zelf beleefde religiositeit, spiritualiteit of particuliere praktijken. De communie zou dus toch heilzaam zijn. Religieuze identiteit, spiritualiteit en particuliere praktijken in de context van het religieuze leven kunnen natuurlijk nog steeds belangrijk en zinvol zijn, maar ze lijken de gezondheid niet zo sterk te beïnvloeden.

Ik geloof er niets van. Om te beginnen werd de studie in Amerika gevoerd. Daar gaat sowieso 4 op de 10 van de volwassenen wekelijks naar één of andere kerk. Het is zowat het belangrijkste sociale evenement van de week. Hier hebben we een totaal andere sociale structuur, hebben we een sociaal vangnet en ben je als niet-religieuze burger geen outcast. Want zowel in de JAMA als in The Spectator wordt het heilzaam effect verklaard door het sociale contact dat een kerkdienst met zich meebrengt. Alhoewel de onderzoekers niet uitsluiten dat de boodschap van hoop en het geloof zelf voor een gezondheidsboost zorgen. En wat te zeggen over de zelfdiscipline die je nodig hebt om elke zondag stipt tegen elven bij het altaar aan te schuiven?

Ik stel me de vraag in welke mate er vergelijkbare resultaten behaald zouden worden met betrekking op andere vormen van sociale participatie? Want het onderzoek toont aan dat sociale ondersteuning slechts ongeveer een kwart van het effect op de levensverwachting verklaart; het is dus belangrijk, maar niet alles.

Sommige literatuur suggereert dat deelname aan andere sociale groepsactiviteiten waarschijnlijk ook enig effect op de mortaliteit heeft, hoewel de grootte van het effect meestal iets kleiner dan die van de aanwezigheid bij een kerkdienst. Ik durf te speculeren dat, hoewel we daar nog geen gegevens over hebben, kerkgroepen niet alleen een sociale belang hebben, maar dat Amerikaanse kerkgangers er ook een gemeenschappelijk besef van gezondere gedragsnormen op na houden dan bijvoorbeeld een kaartersclub.

Een kerkdienst bijwonen heeft waarschijnlijk niet alleen vanwege de sociale ondersteuning invloed op de gezondheid, maar beïnvloedt ook iemands vooruitzichten, gedrag, overtuigingen en iemands gevoel van de betekenis en het levensdoel.

Ik blader verder en lees dat de Erasmusuniversiteit een kritische blik geworpen heeft op de geciteerde artikels. En in landen als Nederland en Denemarken, waar vergelijkend onderzoek werd gedaan is die relatie tussen kerkbezoek en gezondheid er niet, aldus de nuchtere Rotterdammers. Wel belangrijk is dat je op tijd stopt met roken. Wat dat betreft heb ik dus geluk. Want zo rond de periode van mijn ontkerkelijking begon mijn rookverslaving. Als je stopt met roken op je 60ste , win je 3 levensjaren. Stop je met 50, dan win je 6 jaren. Ben je gestopt op je 30ste , dan win je gemiddeld 10 jaren.

Of je nou moslim, jood, vrijzinnig, katholiek of protestants bent. Het maakt niet uit, de cijfers in de BMJ gelden voor iedereen. En dat onderzoek werd de voorbije halve eeuw gevoerd. Je kan dus bidden wat je wil, beter is niet te beginnen met roken of nog beter stoppen nu het nog kan.

De christelijke spin voor het raam van mijn werkkamer heeft ondertussen haar web stevig verankerd. Deze week begon de herfst. Ik ga haar nog een weekje laten hangen.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

09:34 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.