21 september 2016

De Orde kiest

De Orde der Artsen staat voor cruciale verkiezingen. Deze maal zal moeten blijken of de Orde die op zijn zachtst gezegd gemengde gevoelens oproept bij het artsenkorps erin zal slagen opnieuw aansluiting te vinden bij de basis. In Vlaanderen onderging de Orde een naamsverandering, de vraag is of het enkel bij die cosmetische ingreep blijft ?

Daarom deze overpeinzing die uiteraard de nodige reacties zal oproepen. Zoals bleek uit de druk gelezen bijdrage van dr. Arne Van Renterghem werd zijn kandidaatstelling door zijn vriendenkring op zijn zachtst gezegd op gemengde gevoelens onthaald. En dat heeft zo zijn redenen.

De Orde zelf vermoedt de oorzaak te kennen. In mei schreef de Orde in een persbericht dat de grootste uitdaging de hervorming van de Orde der artsen is, die de Orde zelf wil realiseren. Ik citeer "Deze hervorming is een constructief antwoord op vaak opgeworpen grieven: oubolligheid, gebrek aan transparantie en rechtsonzekerheid. Het voorstel gaat veel verder dan "het waken over de eer en de waardigheid' zoals vermeld in het KB 79 betreffende de Orde der artsen. Het voorziet onder meer in de waarborg van het respect voor de patiënt, de kwaliteit van de zorg, de loyale samenwerking tussen de gezondheidszorgbeoefenaars en het belang van de gemeenschap. Het zet in op nieuwe concepten: minnelijke conflictbeheersing, deelname van jonge artsen aan de activiteiten van de Orde, bijstand aan artsen in moeilijkheden."

Het klinkt mooi en edel maar wie zoals ondergetekende een paar zittingen van de Raad van de Orde mocht meemaken weet dat tijdreizen op het Jamblinne de Meuxplein dagelijkse werkelijkheid is. Niet alleen is dit college overwegend samengesteld uit een club bejaarden waarvan men zich terecht mag afvragen in hoever deze nog enige voeling hebben met de actuele samenleving. Alleen al de manier waarop een rechtszaak gevoerd wordt, zonder tegenspraak, met alle vooringenomenheid, autistische doofheid voor argumenten is een scherts van hoe een modern rechtscollege zou moeten werken. En de aanwezige magistraten die ongetwijfeld een eerbiedwaardige en gevulde carrière achter zich hebben passen perfect in dit plaatje, niet gehinderd als ze zijn door enige kennis van medische zaken. Het lijkt de tijd van de gilde wel.

Er zijn in ons land honderden jonge, actieve en geëngageerde artsen die nadenken over de manier waarop de geneeskunde in de eenentwintigste eeuw kan functioneren. Zij kijken verder dan de bibliotheek van hun eigenste alma mater en ze durven voor hun mening uitkomen, eerder dan zich te conformeren aan wat geriatrische vakgenoten pretenderen als deontologische regel te mogen stellen.

Een andere vraag: waarom zijn vrouwelijke artsen zo schromelijk ondervertegenwoordigd in de huidige Orde. Zouden zij beter weten? Of bedanken ze voor de eer?

Deze verkiezingen zijn het ideale moment om een nieuwe start te nemen, schrijft de Orde die zegt op zoek te zijn naar nieuwe mensen die bereid zijn het hervormingsproces vorm te geven in de praktijk.

De Orde schrijft wel wat de kandidaat van de werking van een hertekende Orde mag verwachten maar blijft vaag over het profiel dat zij van de kandidaat verwacht. "De ideale kandidaat is een vrouw/man met onberispelijke staat van dienst, actief op het werkveld en met interesse in het globale gezondheidsgebeuren."

Wie van een kandidaat een programma verwacht, een actieplan, een omschrijving van zijn doelstellingen is eraan voor de moeite. Nergens, op een uitzondering na, zeggen de kandidaten waar ze voor staan. Nergens antwoorden ze op vragen van kiezers.

Ik had tenminste een forum verwacht waar de kandidaat met de kiezer in debat zou kunnen gaan. Maar dat is er helaas niet. Communicatie is nog altijd niet het sterkste punt van deze "onafhankelijke, dynamische structuur die invulling geeft aan een "positieve deontologie" gericht op de preventieve en proactieve begeleiding van artsen en streeft naar transparantie, toegankelijkheid en dienstbetoon."

Een gewezen lid van een provinciale afdeling van de Orde formuleerde het tegenover ons als volgt: "De Orde zou een referentiekader moeten bieden, een open instelling moeten zijn waar de arts met zijn vragen en zijn noden terecht kan. Maar dat is ze niet. Ze is van oorsprong en nog altijd een repressief apparaat geleid door vaak gerontocraten in echte Sovjetstijl.

De Orde verhoogt de druk op de artsen en gevolg is dat artsen niet meer arts kunnen of durven zijn, als ze voor de Orde dienden te verschijnen. Ik heb artsen gezien die nooit meer de oude werden en die letterlijk geknakt werden onder de druk van een (potentiële) veroordeling.

Bovendien laat de Orde zich in haar strafbeleid sturen door de Commissie van de DGEC en het RIZIV. Sterker nog, in Vlaams Brabant werd de Orde geleid door een arts, een ambtenaar dus vàn het RIZIV. Een professor bevestigt: "Deze mensen zie ik dus frequent hier in de praktijk verschijnen, of ze bellen mij met de vraag ‘collega, help a.u.b., ik weet echt niet meer wat ik moet doen'. De geneeskunde is overgereglementeerd, en er is te weinig keuzevrijheid nog voor artsen. Natuurlijk hebben sommige rotte appels in de mand, er toe geleid dat er meer controles kwamen, wat ik zeker toejuich, maar men moet hierin niet doorslaan."

De vernieuwde Orde verliest zich nog maar eens in een hoogdravende woordenbrij, geplukt uit een zelfhulpboek voor gemankeerde managers. Ik vraag me af welke "leergierige artsen die uit zijn op een nieuwe uitdaging in hun carrière," zich hiervoor kandidaat stellen. " Een organisatie is zo sterk ais de sterkte van iedere afzonderlijke schakel. Op u komt het aan! " schrijft de Orde. Een waarheid als een koe. Daaraan mag ik graag toevoegen: En de kruik gaat zolang te water tot ze breekt.

"Neem de Orde weg, en de wettelijke bescherming van de patiënt tegen het utilitarisme verdwijnt ook, en wat overblijft is het resultaat van het machtsspel tussen overheid, ziekenfonds, ziekenhuis, werkgever en werknemer-organisaties, rechtbanken en syndicaten," schreef kandidaat Arne van Renterghem. Sta me toe dat ik aan die wettelijke bescherming twijfel. En ik ben duidelijk niet de enige. Ook de EU DG Gezondheid is het daar mee eens: de enige mogelijke verdediger van de patiënt is een sterke, onafhankelijke patiëntenorganisatie. En daar ontbreekt het in ons land voorlopig aan. Tenslotte nog dit: van de kandidaat wordt verwacht dat hij zich enkele uren per maand vrij kan maken en dit tegen een billijke vergoeding. Het lijkt de verkiezing van het bestuur van de lokale schutterij wel.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:55 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar