31 augustus 2016

Bijna een incident

Het gebeurt halfweg tussen het ziekenhuis en de flat. Het is de tweede maal dat ik deze afstand met één kruk afleg. Een prima oefening, zegt de kinesist, maar ik ben doodmoe. Mijn rechterarm zeurt, de kuit links schiet net niet in een kramp. Het is stoffig en heet. Ik heb mezelf een fris glas bier beloofd als ik aangekomen ben.

"Bonjour Pépé, t'as pas une cigarette ? » Een Afrikaanse medemens, zo'n jaar of zestien staat voor me. Naast hem een iets noordelijker type, en in aflopende grootte een rossig ketje. Ze dragen hun baseballpet achterstevoren, het hemd uit de broek zoals dat hoort tegenwoordig. Op het kanaal vaart een zandlichter voorbij. Verder geen omstaander in de buurt.

"Non, je ne fume pas, désolé," antwoord ik. Voor mijn voeten ligt de gescheurde verpakking van iets wat ooit halal was. En verder veel peuken, een lege aansteker, een stuk folder van de Aldi.

"Peut-être vous avez cinq euro ? » dringt hij aan. De adrenaline duwt de kramp weg. Ik ga van de weeromstuit wat rechter zitten. Dit wordt een interessant gesprek. Naast mij ligt Het boek van de schoonheid en de dood van Wim Kaizer, wat ik lees terwijl ik op mijn beurt wacht. Korte stukjes droefheid, vreugde, verwondering, gedachtestromen. Ik voel hoe de oudste van de drie de situatie inschat. Het plein onder de brug is leeg. Boven raast het verkeer. Je hoort jezelf nauwelijks praten.

Dan komt er een koppel bejaarden op een elektrische fiets aangereden. De man keurig voorop, zoals het hoort, zij op zo'n meter of drie afstand. Hij rijdt om de jongens heen en zet dan de voet aan de grond. "Alles OK," antwoordt hij op zijn eigen vraag. "Deze jongeman vroeg net of ik vijf euro kon wisselen," zeg ik. "Maar helaas, geen enkel geld op zak." "Ach, dat is zo geregeld," zegt hij en parkeert zijn fiets.

Dan moeten de jongens er ineens vandoor. Een eind verder blijken hun veel te kleine fietsen tegen de struiken te liggen.

Nu, een jaar later, zit de Afrikaanse jongen in de wachtzaal tegenover mij. Hij is tien centimeter gegroeid. Zijn enkel in het gips. Hij hoort en ziet niets: twee oortjes in, de ogen dicht, alsof hij in trance is. Dan kijkt hij op. Hij herkent mij. Een stralende glimlach.

"Bonjour Pépé."

 

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

 

15:25 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar