30 juli 2016

Nice: een zelfmoordenaar is nooit alleen

Dit weekend nog maar eens het boek van Adam Lankford uit de kast gehaald. Adam Lankford, hoogleraar strafrecht aan de universiteit van Alabama legt in zijn boek The Myth of Martyrdom: What Really Drives Suicide Bombers, Rampage Shooters, and Other Self-Destructive Killers (2013) uit hoe en waarom zelfmoordterroristen niet zoveel anders zijn dan conventionele zelfmoordenaar. Hij baseert zich daarvoor op de psychologische autopsie naar de mentale gesteldheid van zelfmoordterroristen van 9/11.

Als je Dabiq leest, het professioneel gemaakte glossy van de Islamitische Staat, dan krijg je een merkwaardig beeld van het tuig dat ons teistert. Zelfmoordterrorist Ibrahim Bakraoui stond in Molenbeek niet bekend als een mislukte drugsdealer maar als "een man bekend om zijn moed en generositeit", Khalid Bakraoui was "een man met een sterk karakter, een natuurlijk leider", Najm Ashraoui "een unieke man met excellente manieren".

Het verschil met de werkelijkheid kan moeilijk groter zijn. Maar zijn het dan martelaren voor wat zij als "de goede zaak beschouwen" of worden ze gemanipuleerd en misbruikt door gewetenloze fanatici? Een zelfmoordenaar is nooit alleen. Het gaat om hem en de buitenwereld. Ik lees in de commentaren van de weekendkranten de klassieke rimram over ideologische, politieke of religieuze drijfveren en natuurlijk de conclusie dat het allemaal de schuld is van sociale uitsluiting en ongelijkheid. Ik schiet daar niets mee op. Ik las eerder al, sinds 2001, dat psychische problemen en persoonlijke crises méér voorkomen bij zelfmoordterroristen dan bij ‘gewone' terroristen, die overigens in 95% van de gevallen bedanken voor een zelfmoordmissie. Dat zijn de sterken, die moeten overleven want ze zijn nog nuttig. De zwakke, emotioneel labiele types mogen echter opgeofferd worden.

Lankford die post mortem de psychische gesteldheid van onder andere Mohammed Atta, de aanslagpleger op de Twin Towers onderzocht, hanteert in deze de schaal van het Amerikaanse National Institute of Mental Health voor de diagnose depressie. De NIMH noteert daarbij persisterende gevoelens van angst of leegte, hopeloosheid, waardeloosheid, pessimisme en schuldgevoelens, naast het verlies van interesse in activiteiten, verminderde energie, veranderingen in gewicht of eetlust en gedachten aan de dood of zelfmoord. Atta beantwoorde aan acht van de elf criteria. Volgens de DSM V ben je al bij minder aangekruiste symptomen depressief gediagnosticeerd.

Lankford onderzocht meer dan 130 zelfmoordterroristen, moslim, christen, joods of agnost maar vond telkens depressie, posttraumatische stressstoornis, fysieke beperkingen, heftige life events zoals echtscheiding, overspel of het plotseling overlijden van een geliefde. Verder worden seksuele trauma's zoals verkrachting en aanranding gemeld evenals verslavingsproblematiek. Maar dat geeft nog geen voldoende verklaring.

Het probleem is dat er binnen de Islam een stigma rust op zelfmoord, zo'n daad is immoreel. Zelfmoord komt onder moslims zelden voor. Martelaarschap daarentegen wordt bewonderd. Voor de soenitische IS houdt de openbaring op met de woorden van de profeet. Voor de profeet mag en moet men bereid zijn te sterven. Daarom zijn de zelfmoordaanslagen gerechtvaardigd. De trigger tot suïcide past dus binnen die culturele context. Het is de druk van de omgeving. Die kan reëel of virtueel zijn. In de wereld van Dabiq is alles beter dan de bestaande situatie. En hoe extremer de situatie hoe aantrekkelijker zelfmoord om zo te ontsnappen aan de zogenaamde ellende of aan te verwachten leed, pijn of straf.

Hierdoor is zelfmoord uiteindelijk meer een daad vanuit egoïsme dan vanuit onbaatzuchtigheid of heldhaftigheid. De zelfmoordterrorist, zegt Lankford, is ervan overtuigd dat hij en zijn geloofsgenoten het slachtoffer zijn, van het Westen, Israël, de sjiieten of ongelovigen tout court. Het eigen falen en de leegte van het bestaan wordt geëxternaliseerd en dus wordt het een legitimatie om de vermeende daders te straffen. Tenslotte moet de garantie bestaan dat de zelfmoord veel aandacht genereert en resulteert in roem en glorie binnen de eigen cultuur. Daar zorgt Dabiq gegarandeerd voor. IS maakt nooit een geheim van zijn aanslagen en andere moordpartijen, integendeel, hij verheerlijkt ze en zwaait omgekomen daders altijd eer toe. Dabiq is een stoffig stadje in Syrië, waar volgens de IS-ideologie de gelovigen de laatste slag zullen aangaan tegen de ongelovigen, en hen vanzelfsprekend zullen verslaan, op weg naar de Dag des Oordeels.

Deze radicale interpretatie van de islam en zijn volstrekte zekerheid van zijn gelijk, zijn de krachtigste wapens van IS. Het is de verdomde plicht van de leiders van de moslimgemeenschap niet alleen om zich hiervan te distantiëren maar om dit totaal en radicaal te veroordelen. Volgens Dabiq zijn de Westerse imams overigens alle krediet kwijt. In nummer 14 zegt een anonieme auteur – ze zijn meestal anoniem- dat de islamitische leiders in het Westen niet eens munafiq (schijnheilig) zijn, laat staan gelovig, maar murtadd, ongelovig, omdat zij de interpretatie van IS niet volgen.

"Doodt de imams van kufr (ongeloof) in het Westen", moedigt de auteur de ware gelovigen aan. De Westerse imams horen of bij het kalifaat, óf ze zijn ongelovigen, met alle consequenties van dien. Een andere keuze is er niet. Voorlopig zijn die imams buiten schot gebleven. Maar sinds vorig jaar ligt het stoffig nest Dabiq in elke stad in het Westen. In elke moskee moet de boodschap verkondigd worden dat zelfmoordterroristen geen heldhaftige martelaren zijn, maar zieke, getraumatiseerde en wanhopige mensen die zichzelf willen bevrijden en de wereld willen straffen.

Het wordt avond in Vilvoorde. De picknicktafels aan het kanaal die anders op zondagavond zo druk bezet zijn, zijn nu leeg en verlaten. En in Klein Syrië onder de brug is er geen kind dat op een voetbal stampt. Op het journaal hoor ik dat de dader van Nice niet alleen zou gehandeld hebben.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

16:09 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

29 juli 2016

Seksisme ook in de medische reclamewereld

Het verzet tegen advertenties waarin vrouwen worden herleid tot objecten neemt nu. De nieuwe campagne We Are#WomenNotObjects wil dat dit stopt en lanceerde daarvoor een campagnefilmpje dat pijnlijk duidelijk maakt hoe grote bedrijven vrouwen in hun reclameboodschappen herleiden tot regelrechte objecten. Een vrouw onder de losse lakens verkoopt alles.

Een smachtende uitdrukking moet mannen ertoe overhalen auto's, wodka en zelfs aftershave te kopen. Maar niet alleen de reguliere industrie is in dat bedje –sorry ik kon het niet laten- ziek. Ook de farmaceutische nijverheid kent er wat van.

Al moet ik direct nuanceren: wat die sector betreft gaat het er in onze contreien heel beschaafder aan toe dan aan de overkant van de oceaan. Ik tik de naam van een nieuw medicijn in en een korte surfuitstap op het internet brengt me bij aantrekkelijke rijpere dames in gezelschap van de George Clooney van dienst, die hem blijkbaar niet aan zijn trekken laten komen. Of een smachtende Meg Ryan die in 1989 haar fake orgasme beleeft in "When Harry Met Sally". En dat allemaal voor de promotie van een nieuw roze pilletje.

Wie die beelden én filmpjes bekijkt die op de Amerikaanse televisie, waar reclame voor medicijnen mogelijk is, kan niet anders dan concluderen dat de makers van de campagne We Are#WomenNotObjects overschot van gelijk hebben.

Seksisme is een oud zeer. Ook op de medische werkvloer, zoals we hier al meermaals aangaven. Het weekblad Flair hield in 2010 een enquête onder 1.580 lezeressen om na te gaan in hoeverre Belgische vrouwen geconfronteerd worden met seksistische overtuigingen, opmerkingen en handelingen. De resultaten waren onthutsend: 79% heeft te maken met seksistische voorstellen, opmerkingen of gebaren: zowel op de werkvloer, op straat of in een relatie. En 75% vindt dat reclame vol zit met vooroordelen tegenover vrouwen. 32% was ooit het slachtoffer van verbaal of moreel geweld. En slechts 19% geeft verbaal weerwerk op seksistische opmerkingen of handelingen. 1 op 2 kiest ervoor om seksisme te negeren uit angst of uit schrik om als flauw, humorloos of die hard feministe bestempeld te worden.

Toenmalig minister van Werk en Gelijke Kansen Joëlle Milquet zette daarop een actieplan op met vijf actiestappen: nultolerantie voor seksistische stereotypes in reclame, een prijs voor 'positieve' reclame, een anti-seksismewet, het dichten van de loonkloof tegen 2016 en een actieplan tegen partnergeweld. Toen we het daar op de januariborrels over hadden werd er lacherig op gereageerd. Milquet, wie was dat weer? En mag je tegen een collega al niet meer zeggen dat ze er aantrekkelijk uit ziet? Ook in de medische wereld gebeurt seksisme gebeurt altijd in de rand, het overtreedt niet echt de wetten, maar geeft eerder een vaag onbestemd gevoel.

De video van We Are#WomenNotObjects die je op YouTube terugvindt, toont echte vrouwen die de ware boodschap van de advertenties uitleggen. Merkwaardig genoeg verschijnt er eerst een waarschuwing dat er mogelijk schokkende beelden komen??? Oh ja, de farmaceutische reclame vindt u op Google Afbeeldingen onder het lemma flibanserin. Zonder waarschuwing. En de loonkloof? Die is in 2016 nog altijd niet gedicht. Om over de rest maar te zwijgen.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

16:28 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

26 juli 2016

Topchirurg beledigt minister De Block

“Ons slechte imago is ons grootste probleem,” zegt borstchirurg Philip Blondeel in een interview in De Tijd van het voorbije weekend. En hij doet er gelijk alles aan om dat negatieve imago nog te versterken, als op de vraag hoe belangrijk fysieke schoonheid is in onze maatschappij, zich de volgende dialoog ontspint.

Blondeel: 'Je kan dat moeilijk onderschatten. Voldoende studies hebben al uitgewezen dat er goed uitzien je kansen verhoogt bij sollicitatiegesprekken of promoties. Maar het gaat niet alleen om schoonheid of wat wij als schoonheid beschouwen. Mensen onderschatten enorm de risico's van overgewicht en obesitas. En het spijt me zeer, maar een obese minister van Volksgezondheid is geen goed voorbeeld.'

Moeten ministers slank zijn?

Blondeel: 'Nee, maar ik denk dat een minister van Volksgezondheid geloofwaardiger overkomt als die niet obees is. Stel dat ik als chirurg zou zeggen, met een sigaret in de hand: 'Meneer, u moet stoppen met roken.' Dat gaat toch niet?'

Heeft Maggie De Block niet een zekere geloofwaardigheid bij de bevolking vanwege haar authenticiteit?

Blondeel: 'Laten we duidelijk zijn: ze is uiteraard meer dan haar lichaam. Ze is intelligent en doet haar werk erg goed. Ik heb daar veel respect voor. Maar persoonlijk zou ik toch meer inspanningen doen om te vermageren. Obesitas is een gigantisch probleem. Het is echt een zeer complexe aandoening, waardoor je allerlei ziektes opdoet. Borstkanker is multifactorieel, maar obesitas is een van de zeer weinige factoren waarvan bewezen is dat ze het risico op borstkanker sterk verhogen. Obesitas verhoogt ook je kans op diabetes en op hart-, vaat- en gewrichtsaandoeningen.'

In medische kringen wordt er wel eens lacherig gedaan over chirurgen en hun gebrek aan empathie en psychologisch inzicht. Dokter Blondeel heeft dat cliché helaas nog maar eens bevestigd. Zonder enige kennis van zaken spreekt hij zich in en interview in een kwaliteitskrant uit over het uiterlijk van een publiek figuur en knoopt daar een aantal conclusies aan vast die kant nog wal raken. Kent dokter Blondeel het medisch dossier van minister Maggie De Block? Dan overtreedt hij hier de wet op de privacy want op geen enkele manier mag hij hierover in de media gewag maken. Of hij kent het dossier niet en dan kletst hij zomaar wat uit zijn nek. Het geeft geen pas om commentaar te geven op iemands uiterlijk, laat staan om daar nog een aantal medische conclusies aan vast te knopen. Je kan net zo goed de vraag stellen hoe volwassen iemand is die met een drie-dagenbaardje door het leven gaat. Beide bedenkingen zijn zinloos. Wat echter het meest verontrustend is, is dat dokter Blondeel blijkbaar niet op de hoogte is van de laatste stand van zaken inzake de kennis van obesitas. Indien hij dat wel was zou hij zich voorzichtiger, wetenschappelijker opgesteld hebben.Nu lijkt het wel of zijn kennis van het menselijk lichaam niet dieper gaat dan de huid waarin hij zo graag mag snijden. Dat een journalist idiote vragen over schoonheid stelt, tot daar aan toe. Maar dat een arts, een hoogleraar dan nog wel, daarop een ronduit idioot antwoord geeft, vind ik niet gepermitteerd. Blondeel is dus niet beter dan de zovele artsen die geen begrip hebben voor patiënten die lijden aan vermoeidheid, depressie, chronische pijn of obesitas. Iemand die aan obesitas lijdt vergelijken met een nicotineverslaafde is bovendien echt beneden alle peil. Phillip Blondeel (53) is nochtans niet de minste. Hij is gespecialiseerd in de reconstructie van borsten met lichaamseigen weefsel , hij is hoogleraar, en vicevoorzitter van de afdeling plastische en reconstructieve heelkunde aan het UZ Gent. Daarnaast werkt hij als plastisch chirurg in Laclinic in Montreux. In 2011 voerde zijn team de eerste gezichtstransplantatie uit in ons land.

Blondeel kijkt vol onbegrip naar de politiek, zegt hij . "Ik ben een clinicus. Eerlijkheid, bezorgdheid en betrokkenheid zijn belangrijk in mijn vak. Bij politici zie ik soms het tegenovergestelde: het gaat meer over wat ze voor zichzelf doen dan voor een ander… Dat constante laveren van politici maakt me nerveus. Ik zou nooit in zo'n milieu kunnen functioneren, daarvoor ben ik te recht voor de raap." Maar gevraagd naar de grootte van zijn ego zegt hij ook van zichzelf: "Ik heb absoluut geen lage eigendunk." Quod erat demonstrandum.

Marc van Impe

Bronnen: Interview in de "De Tijd" en MediQuality

 

 

15:53 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)