30 juni 2016

Brexit zet heel Brits gezondheidszorgsysteem op de helling

De British Medical Association is in shock nu onomstotelijk vast staat dat het UK de Europese Unie moet verlaten, dat leren we in de wandelgangen van het Europees Parlement in Brussel waar een zegedronken Nigel Farage door zijn collega’s met de nek wordt aangekeken. Groot-Brittannië's lidmaatschap van de EU was immers goed voor de gezondheid van de natie, de internationale samenwerking garandeerde niet alleen de kwaliteit van de zorg, maar bovendien leverde de EU duizenden gezondheidswerkers aan de NHS, zeggen alle Britse medische organisaties.

Het Royal College of Physicians (RCP), dat 30.000 artsen vertegenwoordigt, zegt nu ronduit dat een Brexit de volksgezondheid en de publiekegezondheidszorg grote schade zal toebrengen. De British Medical Association (BMA), die 150.000 leden heeft, officieel neutraal, heeft nog voor de verkiezingen een document gepubliceerd waarin tal van voordelen van het lidmaatschap van Groot-Brittannië voor de NHS, de medische wereld en de volksgezondheid en slechts een handvol nadelen werden opgelijst. Het heeft niet mogen helpen.

Uit een online poll van onze partner M3 Health blijkt dat slechts 30 % van de dokters voor een Brexit waren, maar dat slechts 20% geloofde dat zo'n uitreding werkelijkheid zou worden. En geen enkele dokter geloofde dat de voorstanders van de Leave Campaign, zoals Nigel Farage, Boris Johnson en Eurosceptisch arts en gewezen minister Andrew Murrison ooit maar in werkelijk eraan dachten dat 5.2 miljard £ van de Britse bijdrage in de NHS zou geherinvesteerd worden. Chief Secretary to the Treasury Greg Hands, zeg maar de minister van Financiën, had gewaarschuwd dat zo'n belofte totaal vals en oneerlijk was.

De RCP en de BMA stellen nu dat het UK miljarden ponden onderzoeksgeld, afkomstig van de grote Europese investeringsfondsen zullen moeten missen. En dat is niet alles, daarnaast kan het UK ook geen beroep meer doen op de Europese kwaliteitscontrole, moet het afrekenen met het vertrek van het EMA uit Londen en zal het veel meer moeten betalen voor gezondheidsproducten en medicatie die uit de EU komt.

Uit een document van de BMA blijkt ook dat maar liefst 30.000 artsen of 11 procent van de medici in het UK, hun opleiding kregen in een derde lidstaat van de European Economic Area - dit is de EU, plus IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein - wat ze te danken hadden aan het vrije verkeer binnen die lidstaten. Dat moet opnieuw onderhandeld worden.

De voorzitter Simon Stevens, die 75 procent van ziekenhuisdirecties vertegenwoordigt, zegt dat de uittreding uit de EU een personeelscrisis zal veroorzaken in de gezondheidszorg, waar in totaal ongeveer 130.000 burgers uit andere EU-landen werken. 55.000 van de 1.2 miljoen NHS personeelsleden in Engeland alleen komen uit derde EU-landen. Die dreigen nu hun werkvergunning te verliezen en vallen nu buiten de NHS loonregeling. Het zijn precies die immigranten die geviseerd werden door Farage en cie.

De Leave campaigners wuiven dit nu weg, maar brengen geen argumenten aan. Marek Sacha, CEO van de thuiszorgorganisatie Revere Care, zei dat "het feit alleen al dat men van de NHS een argument in de twist tussen Leave en Remain heeft gemaakt, schokkend is. Groot-Brittannië dat de rug naar de EU gekeerd heeft, zal meer dan waarschijnlijk zijn gezondheidsuitgaven moeten verminderen en dit zal nog meer barsten in onze reeds beschadigd National Health System creëren." Hij voorziet vooral een groot tekort aan personeel voor de thuiszorg, dat voor een overgroot deel afkomstig is uit Zuid- en Oost-Europese EU-landen.

De EU-wetten zetten ook de tabaksfabrikanten onder druk met een nieuw verbod op gearomatiseerde tabaksproducten, die nu in het UK weer vrij op de markt mogen en die jongeren aanmoedigen om te roken. Nieuwe EU-voorstellen dwingen ook voedingsbedrijven naar vermindering van het gebruik van schadelijke transvetzuren in hun producten , een wetgevend proces dat in het UK helemaal opnieuw moet opgestart worden.

Kortom, de Brexit betekent voor zowel artsen als patiënten een ramp.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

12:09 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

28 juni 2016

Resultaten peiling: "Een derde van Belgische artsen wil laatstewilpil voorschrijven"

In Nederland wil de Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) 'bij wijze van proef' een levenseindepil verstrekken aan ouderen die niet terminaal ziek zijn, maar wel vinden dat ze 'klaar' zijn met leven. De dood als experiment dus. Bent u bereid om de laatstewilpil voor te schrijven, was de vraag die we aan onze lezers stelden. 222 artsen antwoordden op deze vraagstelling, 73 artsen (33%) reageerde positief, 138 negatief (62%) en 11 artsen (5%) hadden geen mening. Die cijfers hadden we niet verwacht.

De vraagstelling gebeurde voor de uitspraak in de Zaak Sint-Augustinus te Diest, bekend werd en kon dus niet beïnvloed worden door de eventuele emoties of gevoelens van sympathie die het vonnis van de rechtbank kon oproepen.

Ter herinnering: in Diest werd een rusthuis veroordeeld omdat ze een patiënt euthanasie weigerden. In deze zaak was de bekende huisarts en gewezen politicus Patrick Vankrunkelsven betrokken partij. "Je zou kunnen verwachten dat artsen sympathie hadden voor deze huisarts," zegt professor Wim Distelmans, "gezien deze in zijn autonoom medisch handelen binnen de muren van een zorginstelling gehinderd werd. Artsen zijn daar allergisch aan."

Maar dat was in deze niet het geval. De enquête werd dus in tempore non suspectu gehouden. En dat maakt de verhouding pro en contra alleen maar interessanter. Bijkomend element is dat er geen verschillen zijn tussen vrouwelijke en mannelijke respondenten, en ook al niet tussen Nederlandstalige en Franstalige artsen. Hoe staat dr. Distelmans tegenover dergelijk initiatief?

"De eerste vraag die ik me stel is of de arts aanwezig is als de pil ingenomen wordt. Als de arts in de kamer blijft, dan is dit zijn medische verantwoordelijkheid. In dat geval gaat het hier in feite om euthanasie," zegt professor Distelmans, "en moet een registratiedocument opgestuurd worden naar de federale commissie euthanasie. Wanneer de arts niet aanwezig is bij de inname van de pil, noemt men het hulp bij zelfdoding en dat roept toch een aantal vragen op.

Zelfdoding is in België niet bij wet verboden, en is dus op het eerste gezicht geen strafbaar feit. Maar volgens sommigen bevindt de patiënt zich in zo'n geval in een noodsituatie. Door de patiënt niet te verhinderen aan zelfdoding te doen (maar integendeel hem hulp bieden (o.v.v. een pil), kan beschouwd worden als schuldig verzuim. Het zal dus van de interpretatie van de rechter afhangen of de arts al dan niet een strafbaar feit heeft gepleegd. Maar er zijn andere vragen.

Als de arts die pil voorschrijft en de patiënt haalt die op voorschrift af bij de apotheker, weet de arts dan wel of de pil goed gebruikt wordt? Om te beginnen weet de arts niet of de patiënt de pil al dan niet genomen heeft. Hij weet ook niet of de zelfdoding gelukt is. De patiënt kan moeten braken en ontwaken uit zijn coma. En tenslotte weet hij niet of de patiënt de pil niet aan derden gegeven heeft."

Op zich heeft professor Distelmans geen problemen met de pil van Drion, zoals de laatstewilpil gemeenzaam genoemd wordt. "Maar zo'n pil zal ook via het internet beschikbaar zijn, wat doe je dan met een achttienjarige die door zijn lief in de steek gelaten werd en die het niet meer ziet zitten?" Normaal gezien zijn artsen redelijk restrictief ten aanzien van zelfdoding.

De bereidwilligheid om deze pil voor te schrijven verbaast dus ook professor Distelmans. In de Verenigde Staten, met name in de staten Oregon, Washington, Montana, Vermont en binnenkort in Californië, is hulp bij zelfdoding wettelijk geregeld. Maar daar blijkt het niet te gaan om een uitweg voor mensen die 'klaar zijn met het leven', maar om een middel dat onder strenge voorwaarden wordt verstrekt aan ongeneeslijk zieke patiënten in een terminale fase.

Het gaat hem om zelfbeschikking. Het middel is bedoeld voor mensen die hun dood zien naderen, die de laatste gruwelijke fase niet willen meemaken maar niet een ander willen belasten met een dodende handeling. In Nederland gaat het integendeel om de patiënten die níét terminaal ziek zijn, psychisch gezond zijn en níét uitzichtloos lijden.

Mensen die zeggen klaar te zijn met het leven en in alle redelijkheid besluiten dat ze er een eind willen maken, maar die geen arts bereid vinden hen te doden. Er is nog een verschil. In de VS kan geen arts worden verplicht aan de wet mee te werken; de NVVE ziet graag dat de dood op verzoek 'gewoon medisch handelen' wordt en dat artsen ertoe kunnen worden verplicht. Dat is voor Distelmans een stap te ver.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

13:29 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

27 juni 2016

Be Transparent: samenwerking tussen zorgverleners en farmabedrijven in cijfers

De website www.betransparent.be is online vanaf 22 juni 2016, en heeft als bedoeling om de samenwerkingen tussen zorgverstrekkers en gezondheidsorganisaties enerzijds en farmaceutische bedrijven en bedrijven van medische hulpmiddelen anderzijds, in financiële cijfers publiek raadpleegbaar te maken. Dit is een nobel streven dat gesteund wordt door 27 verschillende organisaties uit de Belgische gezondheidszorg, waaronder alle artsenorganisaties.

Zij hebben vrijwillig het engagement aangegaan om deze samenwerkingen openbaar te maken. In de praktijk betekent dit dat de deelnemende bedrijven in 2015 voor 138.546.264 miljoen EUR investeerden in samenwerkingen en ondersteuning van wetenschappelijk onderzoek in België.

In mensentaal: dat is de vergoeding die artsen en/of ziekenhuizen krijgen in ruil voor hun samenwerking met klinische studies (89.528.818 miljoen EUR in 2015, 65% van het totaalbedrag), de toelagen en schenkingen voor wetenschappelijk onderzoek die worden toegekend aan Belgische wetenschappelijke onderzoekscentra (17.346.753 miljoen EUR in 2015, 13% van het totaalbedrag), en de delicate tegemoetkomingen in de deelname aan wetenschappelijke congressen in het kader van permanente vorming en bijscholing van zorgverstrekkers (24.166.860 miljoen EUR in 2015, 17% van het totaalbedrag).

Daarnaast wordt ook de zogenaamde dienstverlening die bestaat uit onder meer adviesverlening, wetenschappelijke lezingen en deelnames aan wetenschappelijke adviesraden vergoed (7.503.833 miljoen EUR in 2015, 5% van het totaalbedrag).

Dat is behoorlijk wat geld. En het merkwaardige is dat slechts 3.000 artsen, individueel of via hun vennootschap, bereid waren om inzage in dat deeltje van hun boekhouding te geven. Naar schatting gaat het immers om meer dan het dubbele aantal artsen dat deelneemt aan studies of bijvoorbeeld wetenschappelijke lezingen geeft.

In Nederland, dat een gelijkaardige regeling heeft, die overigens steunt op een Europese richtlijn, worden de gegevens van alle artsen publiek gemaakt. Waarom dit bij ons niet gebeurt is niet helemaal duidelijk. Volgens de woordvoerder op de perspresentatie wacht men op een initiatief van minister De Block. Het zou te vroeg zijn om van bij de start een algemene openbaarheid op te leggen, heet het, de geesten moeten rijpen. En zoals men weet is dat een proces dat in ons land wel enige tijd in beslag kan nemen.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

11:38 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)