26 mei 2016

Waarom de overwinning van Club Brugge niet gelukkig maakt

Onderweg naar de bocht aan de rivier denk ik aan een uitspraak van de Dalai Lama: er is geen weg naar geluk, geluk is de weg. De zon schijnt, de bomen barsten uit hun knoppen, Dylan croont door de boxen, de geleerde vrouw sluimert. Ik ben onderweg naar een klein doel. De wijze man uit Tibet zegt dat het behalen van grote doelen op de lange termijn niet gelukkig maakt. Het is het streven ernaar waar we blij van worden. Ik denk dat hij gelijk heeft. Ik las in de krant dat de supporters van Club Brugge nog altijd niet bekomen zijn van het feit dat Club zich een jaar lang Belgisch landskampioen mag noemen.

Tienduizenden supporters zijn nu "gelukkig". Ik vraag het me af. Ik denk dat ze de voorbije elf jaren gelukkiger waren toen de club onderweg was naar de landstitel.


Ik denk daarbij aan Jaak Panksep, neurowetenschapper en emeritus professor aan Bowling Green State universiteit in de Verenigde Staten, die de uitvinder is van de affectieve neurowetenschappen, wat staat voor het veld dat onderzoek doet naar de neurale mechanismen achter emoties. Panskepp onderscheidt bij zijn onderzoek zeven kerninstincten: woede, angst, paniek, zorg, lust, spelen en zoeken.


Het zoekinstinct lijkt ons gelukkig te maken. Het verlangen om te blijven zoeken naar meer is eigen aan elk zoogdier. Het zet ons ertoe aan om voortdurend nieuwe informatie verwerven, is de drive achter onze drang naar kennis, het doet ons reizen, dromen en steeds opnieuw proberen. Succes bereiken betekent ook falen, bedenk ik.

Net op dat moment zingt Dylan in Love Minus Zero/No Limit : "She knows there's no success like failure, and that failure's no success at all". En daarvoor worden we beloond met het prethormoon dopamine: hoe meer er gezocht wordt, hoe meer dopamine vrijkomt.


Ik was in de loop van de jaren zeventig meer dan eens op bezoek in de DDR, het arbeidersparadijs van Ulbricht, de man die zijn land opsloot en waar het wetenschappelijk socialisme de regels van het geluk bepaalde. Daar was geen groot verdriet maar al evenmin grote vreugde: alles was uitgelegd, verklaard en bewezen.

Er moest niet meer gezocht worden. Zoeken was zelfs verboden. Het enige verlangen, het onbereikbare streven was het verwerven van een Trabant, een kartonnen tweetakter die in twee kleuren leverbaar was. Ik las dat de aangeboren menselijke behoefte is om te zoeken, betekent dat we nooit echt zullen denken dat elk verlangen en elke wens in vervulling is gegaan. Er zal nooit een eind komen aan toekomstige plannen en doelen die we willen bereiken. Maar het feit dat we niet alles hebben wat we willen, is precies wat het leven zin geeft. Als ik het zo bekijk dan moeten de Oost-Duitsers wel heel gelukkig geweest zijn.


Zoiets moeten de supporters van Club Brugge nu meemaken. Ze hebben zo lang naar dit moment uitgekeken dat nu alleen maar de anticlimax kan volgen. Waar blijft dan de dopamine?


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:43 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.