24 mei 2016

De onnozelheid van de tijd

De onnozelheid van de jeugd, bedenk ik. Als ik afscheid neem, wenst hij me nog vele jaren. De jaarlijkse check up is weer achter de rug. De bloedwaarden zijn OK, de beelden niet verontrustend, het gewicht onder controle. Ik krijg het duurste wat er bestaat toegewenst: tijd. En dat hoef ik helemaal niet toegewenst te worden. Elke maat, elke collega, elke geliefde die sterft brengt me dichter bij de statistische zekerheid dat ik zeer oud zal worden. Mijn generatie babyboomers is op weg naar de negentig, de honderd als het even meezit.

Oud worden doe je tegenwoordig vanzelf. Een goede gezondheid is wat anders. Dat had hij me beter gewenst. Dat ik geen parkinson mag krijgen, of alzheimer, of nog een heup mag breken. Dat mijn gehoor blijft wat het nog is. Dat mijn smaak mag overleven. 's Ochtends wakker worden zonder koppijn, een krant in bed met een kop koffie. De hand van mijn geliefde. En af en toe nog eens de grond ontstijgen. Kwestie van de wereld vanuit een ander perspectief te bekijken.

Vroeger kon men oud worden. Iets waarmee je moest leren leven. Een levensfase heet nu een timescape. Tijd is nu een tijdlandschap. Geschiedenis is weer een waardevolle wetenschap geworden. De ecologie van de levensloop. Sommigen noemen het nu chronopolitics of Zeitraumverdichtung. Het besef hoe ik me in deze tijd situeer.


Zoals ik zei mag ik 's ochtends graag de krant lezen. Maar wat vroeger het enige moment was dat men kennis nam van wat in de verleden tijd gebeurd was, is nu geëxpandeerd tot een nieuwsstorm die de hele dag doorgaat. Online wordt ik gepiept, getwitterd, gewhatsappt, bestookt met nieuws en informatie die mij – een professional van de jongste geschiedenis- overweldigt en die me continu dwingt te reageren. Onze nieuwsbrief gaat over tien minuten de elektronische deur uit, en dan komt de tweet dat de minister ontslag neemt en een van onze medewerkers tot zijn eigen verbazing staatssecretaris wordt.


Ik bel tegen 120 per uur handsfree het nieuws door en moet me beheersen of ik zet me aan de kant en schrijf snel een stukje. Gelukkig las ik ooit Timewatch: The Social Analysis of Time, het boek dat Barbara Adams in 1995 publiceerde en dat me leerde dat wie onder tijdsdruk leeft maar half is. Tijd is niets voor amateurs, oud worden zeker niet voor watjes.


Is het daarom dat zoveel mensen die ik gekend heb nu al definitief uit de tijd getreden zijn? Ze zijn begraven, verast, verstrooid, of ingetreden in definitieve geheugenloosheid. Ik geloof niet dat we in Gods hand leven. Ik geloof dat onze genen en de voorzichtige automobilist wiens weg we kruisen, ervoor zorgen dat we ouder worden. Het toeval dus. Ik heb ook niet het gevoel dat ik door de tijd vermalen dreig te worden. Evenmin heb ik last van nostalgie. Vroeger was niet beter.


Het enige wat ik zou willen is nog eens tegen honderdtachtig per uur naar zee te mogen rijden. Liefst in een cabrio. Maar dat zal nog vele jaren een wensdroom blijven. Een ritje in de file is ook al goed.


Referentie - Timewatch: The Social Analysis of Time, by Barbara Adam ISBN: 978-0-7456-1461-8, 216 pages, January 1995, Polity


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

 

17:16 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.