24 maart 2016

Adviserend geneesheer ligt dwars voor experimentele kankerbehandeling

Een adviserend geneesheer van de CM, Verbond Midden-Vlaanderen, weigerde kankerpatiënt Frank Meersseman het nodige attest S2 te leveren waaruit blijkt dat de man wel degelijk een zorgverzekering heeft. Kankerpatiënt Frank Meersseman (55) is een CUP-patiënt (Cancer of Unknown Primary) en is in ons land uitbehandeld. Dat las ik in De Standaard deze morgen.

Er zijn in ons land zo'n 70 personen die een soortgelijke aanvraag zouden kunnen indienen. Die cijfers zijn gebaseerd op de meest recente cijfers van Belgian Cancer Registry (2013) die zeggen dat er in totaal 71.536 nieuwe diagnoses van kanker waren en de wetenschap dat het aantal CUP diagnoses 1 op 1000 bedraagt.

Professor Karim Fizazi van het Parijse kankerinstituut Gustave-Roussy organiseert een klinische studie voor 223 CUP-patiënten waarbij men het genetisch profiel van de tumor analyseert om een gerichte behandeling te kunnen bepalen, iets wat in België momenteel niet kan voor deze tumoren.

Meersseman kan deelnemen aan die klinische studie maar zonder dat formulier S2 wordt hij niet tot de studie toegelaten. De artsen geven Meersseman nog twaalf maanden. Tenminste, als hij zware chemotherapie volgt. "Zowel mijn oncoloog in het UZ Gent als die in het UZ Leuven bevestigde dat deze studie de beste behandeling is," zegt Meersseman. Het  zogenaamd S2-document is een Europees standaarddocument dat bewijst dat de patiënt een zorgverzekering hebt.

Meersseman heeft die zorgverzekering, bij de CM, alleen wil het betrokken ziekenfonds hem het document niet bezorgen omdat hij eerst de zekerheid moet hebben dat hij toegelaten is tot de klinische studie. Maar die zekerheid krijgt hij niet van het Parijse kankerinstituut omdat hij geen S2-document kan voorleggen.

De adviserend geneesheer van de Christelijke Mutualiteit struikelt over de formulering ‘‘on pourra'' van de Parijse arts omdat die woorden onvoldoende garanderen dat ik mag deelnemen. Absurd, maar Meerssemans  enige hoop op leven hangt dus af van een werkwoordsvorm. Meersseman kaartte de zaak aan bij het Landelijk Verbond van de Christelijke Mutualiteiten en bij de directie van het Riziv maar kreeg telkens nul op rekest.

Ten einde raad schreef hij op 2 en 11 maart het kabinet De Block aan. Maar daar adviseren ze hem om zo snel mogelijk een medisch verslag van de hand van prof. Fizazi aan de administratie te bezorgen waarin moet meegedeeld worden of hij al dan niet voldoet aan de inclusiecriteria mits S2. Op 10 maart ontving Meersseman dat verslag en bezorgde hij dat persoonlijk aan CM Midden-Vlaanderen, die  het onmiddellijk opstuurde naar de dienst internationale overeenkomsten.

De volgende dag al, op 11 maart, kreeg Meersseman om  8u40 antwoord. We citeren letterlijk : "Wij ontvingen gisteren uw bijkomende verklaring en legden die voor aan de adviserend geneesheer.Wij kregen als antwoord dat de ontvangen brief nog niet bewijst dat u bent toegelaten tot de studie. Er zouden nog bijkomende onderzoeken moeten gebeuren vooraleer u daar een beslissing over kan krijgen. Daarom wordt uw vraag nog niet doorgestuurd naar het College Geneesheren Directeurs van het Belgische RIZIV.De adviseur heeft dus een verklaring nodig dat u effectief bent toegelaten tot de studie. Met vriendelijke groeten,"

De adviseur weigerde dus het gevraagde bewijs door te sturen naar de CGD.  Meersseman positioneert zich nu als pionier die gebruik maakt van de nagelnieuwe regelgeving, en wil vermijden dat anderen die vandaag of in de toekomst een dergelijke aanvraag indienen in éénzelfde situatie terechtkomen met kafkaiaanse toestanden. Wat hij wil bewerkstelligen is dat de procedure wordt gecompleteerd door middel van ‘een extra clausule of addendum voor extreme gevallen' en het in voege brengen van ‘een mogelijkheid tot beroep' bij een afkeuring van de aanvraag.

Merkwaardig is dat de tekst van de omzendbrief niet publiek beschikbaar blijkt te zijn – en dat het aanvraagformulier S2 al even onduidelijk is. De tekst luid immers  dat vooraleer S2 goedgekeurd wordt er of eerst een bewijs gegeven wordt van inclusie; of tenminste dat een bevestiging opgestuurd wordt dat de patiënt voldoet aan de inclusiecriteria van de klinische studie en kan toegelaten worden mits hij in bezit is van een S2. De reden waarom de Omzendbrief van januari 2016 in voege werd gebracht luidt letterlijk als volgt: "De Belgische wet mist bijzondere uitvoeringsmaatregelen voor terugbetaling van kosten "standard of care" in geval van klinische studies in het buitenland. Gevolg: buitenlandse klinieken weigeren Belgische patiënten indien die geen verzekering (= S2) kunnen voorleggen.

Daarom werd de bewuste Omzendbrief opgesteld (op vraag van CGD)." In Artikel 20 van Verordering 883/2004 staat dat S2 niet mag geweigerd worden als de zorgen door de verzekering worden vergoed en de zorgen niet in België kunnen gegeven worden binnen een tijdspanne die medisch verantwoord is voor de patiënt. Verder staat er dat indien die punten niet worden vervuld "er soepeler mag opgetreden worden en toestemming kan gegeven worden."

Uiteraard is de minister niet bevoegd om de aanvraag van het formulier S2 goed te keuren of te laten goedkeuren. Dat is de verantwoordelijkheid van het hoofd van de administratie van het Riziv, het college van geneesheren-directeurs van de ziekenfondsen, de directie van de Landsbond van Christelijke Mutualiteiten en de adviserend geneesheer van CM Midden-Vlaanderen. Het Riziv probeert nu de arm om te wringen van de adviserende geneesheer. Het is een kwestie dat het volledig medisch dossier bekeken wordt. "De zaak zou opgelost moeten zijn," zegt men op het kabinet. "Het kan nu snel gaan."

De heer Meersseman hoopt dat er tegen Pasen een wonder gebeurt. Hij is niet de enige. Zoals hij zijn er tientallen patiënten die tegen de onwil en de fijnslijperij van hun adviserende geneesheer aanlopen.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:34 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.