06 februari 2016

Screening op depressie door huisartsen?


Depressie wordt de volksziekte nummer één in 2020, zegt de Wereldgezondheidsorganisatie. 20 procent van de Westerse bevolking krijgt ooit in zijn leven een depressie. 'De manier waarop met depressie wordt omgegaan, is te vergelijken met kanker in de jaren zestig: toen praatte iedereen over 'K'.' Dat zegt psychiater Esther van Fenema die op maandag 25 januari in Amsterdam Blue Monday, het eerste Depressiegala ter wereld organiseerde. Daar werd ook gepleit voor een algemene screening van de bevolking door de huisarts. Het idee komt uit de VS.

Daar pleit de adviesorganisatie voor preventieve gezondheidszorg, de US Preventive Services Task Force (USPSTF), dat alle volwassenen preventief worden gescreend op depressie. Nederlanders met een verhoogde kans op een depressie worden vanaf volgend jaar preventief doorgelicht door hun huisarts. Dat is de bedoeling van de 'Zorgstandaard Depressie' die (huis)artsen, zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties aan het ontwikkelen zijn. Basis is de NHG-Standaard Depressie (tweede herziening) van Van Weel-Baumgarten e.a. die praktisch blijkt en werkzaam te zijn.  De standaard beperkt zich niet tot depressie, maar bespreekt ook het beleid bij depressieve klachten.

Er ligt meer nadruk op de ondersteuning van het zelfmanagement en de eigen verantwoordelijkheid van de patiënt in het herstelproces. De standaard is terughoudender met het initieel voorschrijven van geneesmiddelen en kent een grotere plaats toe aan kortdurende psychologische behandeling. Huisartsen in Amsterdam deden het experiment al en legden al hun patiënten depressie-vragenlijsten voorl. Er werden wel meer depressies opgespoord, maar de patiënten weigerden zich te laten behandelen. Van alle Nederlanders met depressie krijgt 60 procent zorg en 40 procent niet.

In Vlaanderen krijgen maar liefst 20 procent van de vrouwen en 10 procent van de mannen ooit in hun leven met een vorm van depressie te maken. In een studie uit 2011 is er zelfs sprake van 1 op 7. In Wallonië, in 2008, was 11,5% van de vrouwen en 7,3% van de mannen depressief, tegenover respectievelijk 8,8% en 4,7 % in Vlaanderen. Volgens het Riziv waren er in de loop van de eerste acht maanden van 2013 1.352.378 patiënten of 12,1% van de totale Belgische bevolking in behandeling voor depressie. Ter vergelijking: in Nederland zijn dat er 800.000 en dat kost de Nederlandse samenleving jaarlijks 2,8 miljard euro aan behandelkosten en indirecte kosten zoals het verlies van arbeidsproductiviteit.

Volgens de Amerikaanse experts van de USPSTF valt er met grote zekerheid gezondheidswinst te boeken als depressies vroegtijdig worden opgespoord en behandeld. In de VS gaat het om 45 miljard dollar.

De Leidse depressie-expert en psycholoog Willem van der Does is huiverig voor een algehele screening. 'Een groot aantal vals-positieven zal het hele systeem gaan verstoppen.' Dat gevaar is minder groot als de screening wordt beperkt tot kwetsbare groepen.

Hoe zit dat met onze huisartsen in België, vroegen we dokter Herman Moeremans van het SVH? Zijn er regionale verschillen? Hebben Noord en Zuid een andere aanpak? "Dit is alleszins een idee dat ons de moeite waard lijkt om het verder te onderzoeken," zegt dokter Moeremans. "Uiteraard staan we positief voor elke opdracht in de gezondheidszorg, die mee de centrale positie van de huisarts als eerste vertrouwenspersoon van de patiënt versterkt. Wanneer we over depressie praten - stel dan wat ruimer "geestelijke gezondheid" - dan staan we toch heel dicht bij de zeer persoonlijke en intieme sfeer van de betrokken patiënt - in preventie moeten we zelfs zeggen "potentiële patiënt". Met die laatste toevoeging zit ik meteen vrij dicht bij de "huivering" van die "Leidse" expert die helemaal niet gewonnen is voor een "algehele screening".

Puur praktisch stel ik mij ook de vraag hoe je een "algehele screening" op dit domein ga kunnen realiseren of benaderen." Dokter Moeremans oppert ook het idee dat  er wel duidelijke richtlijnen, protocollen of een degelijke werkwijze moet zijn. "Ook met de Nederlandse standaarden bij de hand is het immers zo dat een aantal van die criteria als doel hebben om subjectieve elementen een "cijfer" te geven. Het gebruik van schalen en dergelijke zijn instrumenten om dat "geestelijke" tastbaarder te maken. Depressie - en bij uitbreiding geestelijke gezondheid - zal altijd een zeer persoonlijk, en dus subjectief, element blijven bevatten. Pogingen om daar een objectievere aanpak in te vinden zijn verdienstelijk. Maar nooit zal je kunnen vermijden dat net op dit terrein dat subjectieve belangrijk blijft.

En dan belanden we uiteindelijk ook bij de eigenheid van de huisarts. Wanneer huisartsen ook vandaag een belangrijke rol spelen in eerste opvang en behandeling van depressie (en voeg er dan gerust ook termen als surmenage en emotionele decompensatie bij -  we kunnen dit lijstje zeer creatief aanvullen…) dan moeten we toegeven dat onze persoonlijk contact - persoonlijke betrokkenheid bij de patiënt erg belangrijk is. Ook in dit domein hebben huisartsen hun moeilijk definieerbare pluis-of-niet-pluis-gevoel. Zonder depressieschalen te overlopen en af te vinken beslist een huisarts nu al vaak na twee zinnen in een gesprek dat er depressieve gevoelens in het spel zitten…"

Uiteraard stelt de syndicalist in dr. Moeremans, die voorzitter is van het Syndicaat van Vlaamse Huisartsen, de vraag "hoe die (nieuwe) opdracht gaat vergoed worden?" "Het gaat hier over preventie: strikt genomen een ‘gemeenschapsmaterie'. In Vlaanderen weten we dat er geen traditie is om ‘opdrachten' rechtstreeks aan huisartsen te vergoeden. En op het federale niveau zullen ze maar al te graag wijzen op het belang van preventie, maar wel stellen dat het niet hun taak is…"

En daar komen we bij de regionale verschillen. "Die zijn er duidelijk," zegt Moeremans, "maar laat mij wel duidelijk stellen dat ik dit nu zeg vanuit mijn persoonlijke ervaring… en dat ik daar onvoldoende ‘data' over heb. Ligt het aan de taal van Molière? Maar wie zich in het Frans uitdrukt gebruikt vaak 39 woorden voor wat een Vlaming zegt in 3 woorden. Als arts, die nogal wat Franstalige patiënten ziet in de randstad Willebroek , weet ik dat intonaties en ‘theater' een bijna vanzelfsprekend element zijn bij ons Franstalige landgenoten.

Wanneer ik de therapielijst bekijk van patiënten die nu in Vlaanderen op consultatie komen dan zie ik vaak combinaties van benzodiazepines, neuroleptica en antidepressiva die ik niet voor mogelijk achtte… Dit is natuurlijk geen wetenschappelijk bewijs: maar ja, het sterkt mijn aanvoelen dat er toch wel anders gereageerd wordt op het domein van geestelijke gezondheidszorg in het zuiden van het land."

Marc van Impe


Bron: MediQuality

19:38 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.