19 januari 2016

Controversieel debat over verplichte anticonceptie wordt heropend

Dit wordt geen makkelijke column. Zo’n tien jaar al schuif ik de vraag voor mij uit. Omdat ze zo controversieel is. Ook nu nog. Dus voor u op de boodschapper schiet, even doorlezen. Aanleiding is een nieuwe rubriek, Dwarsliggers, in het dagblad De Morgen. Deze opent met een interview met huisarts en gewezen senator Patrick Vankrunkelsven, die in 2005 al pleitte voor verplichte anticonceptie bij ‘ernstig falende ouders’.

Vankrunkelsven die ook docent en onderzoeker is aan het departement huisartsgeneeskunde van de KU Leuven en directeur van het Belgische Centrum voor Evidence Based Medicine, is niet de enige die deze vraag stelt. De huisarts uit Laakdal kreeg tien jaar geleden hele emmers gier over zich heen. "Nazipraktijken," was nog maar het minste van de betichtingen. Ook in Nederland leeft het debat.

Op 4 maart 2015 betoogden de Nederlandse rechters Cees de Groot en Paul Vlaardingerbroek dat er alle redenen zijn om met de belangen van een kind reeds vóór verwekking rekening te houden. Mr. Cees de Groot is voormalig vicepresident en kinderrechter rechtbank Rotterdam, prof. mr. Paul Vlaardingerbroek is hoogleraar familie-en jeugdrecht aan de Katholieke Universiteit Tilburg, tevens raadsheer en voorzitter van het regionaal medisch tuchtcollege Beraadgroep rechtspositie van het kind. In mensentaal betekent dit: "Wij, rechters, willen een wet die verplichte anticonceptie mogelijk maakt."

Uiteraard is er veel kritiek op verplichte anticonceptie voor mensen die beter weten geen kinderen kunnen krijgen. Maar daarbij blijft onbeantwoord hoe men dan wel doeltreffend moet optreden in die heel concrete situaties, waar iedereen het er over eens is dat daar nu verder echt geen kinderen meer zouden moeten komen. Elke (forensische) psychiater kent ‘gevallen' die het gevolg zijn van totaal ontspoorde gezinssituaties. Elke huisarts ziet wel eens een situatie waarin het onbelemmerde risico van weer een zwangerschap een zichzelf voltrekkend rampscenario is.

Op de achterflap van het boek Woonschool (*) uit 2012 staat het als volgt beschreven: "Apenliefde heette het in 't jargon, de liefde van zwakbegaafde ouders voor hun kinderen. Dat was de liefde die Suzanne Jonkers, kortweg Suus, kreeg van haar ouders. Binnenshuis betekende dat luizen, DDT, pornoblaadjes, kostgangers, een manipulerende moeder die haar drinkende man in toom hield, maar ook een strak dagregime.

Suus groeide, als enig normaal begaafd kind, op tussen zwakbegaafde ouders, broers en zussen. De familie Jonkers maakte, samen met andere ‘asocialen' deel uit van een woonexperiment in de jaren zestig in het Haarlemse Parkwijk: de Woonschool. Een buurt waar ‘onaangepasten' onder het toeziend oog van een fikse schare hulpverleners -die elkaar via ‘klikbriefjes' op de hoogte hielden- zou ‘leren wonen'. Het bleek een groot fiasco. Criminaliteit, vervuiling, mishandeling en incest gingen er gepaard aan een hechte groepssolidariteit en strikte machtsstructuur."

Suus, in het echte leven Lucie Kessens, groeide op onder bizarre omstandigheden, maar wist zich op eigen kracht aan haar thuismilieu en dat van de zwaar gestigmatiseerde wijk te onttrekken. Eén fragment: "Het is november, 1970. Suus Jonkers is negen jaar oud. Het gezin is net bij opa en oma op bezoek geweest en staat bij de bushalte te wachten op vervoer naar huis.

Van het lijstje met bustijden dat achter het glas hangt, snapt haar moeder niets. Vader wordt er ook niet wijs uit. Dan ziet het meisje - gek op rekenen - de logica in de cijferreeks. Trots roept ze dat de bus elke twintig minuten gaat. Vader kijkt haar aan alsof ze net heeft uitgevonden hoe ze naar de maan kan vliegen. Op dat moment beseft Suus dat ze anders is. Dat ze boven haar ouders is uitgestegen. En dat ze het daardoor alleen moet zien te redden in het leven."

Lucie Kessens liep op veertien thuis weg. Ze studeert af, ontmoet een man, hoogopgeleid, uit een ander milieu. Haar vier broers en zussen bleken niets veranderd. Het pientere wicht van toen is nu een vrouw van middelbare leeftijd, ervaringsdeskundige en geeft opleiding aan… hulpverleners.

De rechters citeren het geval van een schizofrene moeder waarbij twee kinderen, beiden van onbekend gebleven verwekkers, kort na hun geboorte door de kinderrechter uit huis werden geplaatst. De vrouw werd weer zwanger van een onbekende verwekker. De behandelend gynaecoloog en psychiater boden haar aan om na dit derde kind een vorm van anticonceptie toe te passen. De vrouw sloeg het aanbod af: „Ik wil zo snel mogelijk weer zwanger worden. Ik ben prostituee en mijn bezoekers kicken op seks met een duidelijk zichtbaar zwangere vrouw. Het gaat mij niet om het krijgen van een kind. Dat mogen jullie ergens plaatsen."

Cees de Groot: "Ik dacht als rechter met een unieke casus te maken te hebben. Maar een psychiater uit de verslavingszorg deelde mee dat dit in de kring van verslaafde prostituees met psychiatrische problematiek een bekende situatie is, waartegen behandelaren wel zouden willen maar niet kunnen optreden. Het derde kind is ook uit huis geplaatst en het is nu dus lijdelijk wachten op een volgende zwangerschap. Mag dit gevaar in een dergelijk geval door verplichte anticonceptie worden tegengegaan of niet?"

In november 2005 kregen voor het Antwerpse Hof van Assisen Cindy C. en David B. 30 jaar voor foltering van hun zeven maanden oude baby Xena. Xena overleed in een appartementje in de Mahatma Ghandistraat in Mechelen aan twaalf gebroken ribben en een complexe schedelfractuur. Kind en Gezin "geraakte nooit binnen". Xena zou nu 14 jaar oud geweest zijn. De geschiedenis herhaalt zich.

In september 2013 werd een kleuter in Waals Brabant door zijn beide drugsverslaafde ouders zo mishandeld dat zij ternauwernood aan de dood ontsnapte. De correctionele rechtbank van Nijvel veroordeelde daarop op 12 maart 2015 –bij verstek- Valérie R. en Khamiss E. tot 18 maanden effectieve gevangenisstraf en 6000€ boete. Het gezin stond onder toezicht van het ONE.

Ik stel me de vraag of er geen redenen genoeg zijn om met de belangen van een kind reeds vóór de verwekking rekening te houden? Steeds opnieuw stelt men vast dat de hulpverlening in dergelijke gevallen faalt. Een kind geboren laten worden waarbij al bij voorbaat vaststaat dat het na de geboorte tot uit huis zal moeten geplaatst worden, lijkt mij beslist in strijd met de menselijke waardigheid.

Ik hoor het argument dat als men de vraag stelt aan deze kinderen of ze liever helemaal niet zouden zijn geweest, hun antwoord zal zijn: wij leven nu en willen dus verder leven. Maar deze vraag maakt niet het relevante onderscheid tussen de situaties van na een geboorte en vóór een verwekking en haalt deze daarmee op innerlijk tegenstrijdige wijze door elkaar.

De Nederlandse rechters argumenteren dat voordat een kind überhaupt is verwekt er immers van het feitelijk onthouden van leven geen sprake is. "Er is alle reden dat met de belangen van een kind niet pas na zijn geboorte rekening wordt gehouden, maar reeds vóór zijn verwekking. De rechter zou de wettelijke bevoegdheid moeten krijgen de belangen van een toekomstig kind en die van de ouders als potentiële verwekkers af te wegen.

En in extreme gevallen moeten kunnen beslissen dat het grondrecht van de ouder op voortplanting en evenzo het gelijke recht van gehandicapte personen op ouderschap ophoudt te gelden in geval een gevaarlijke gezinssituatie aanwezig wordt geacht. Het krijgen van een kind is geen louter individuele aangelegenheid van de vrouw maar een gezamenlijke aangelegenheid van moeder en toekomstig kind.

Het omschreven gevaar rechtvaardigt dan ook een (beperkte) fysieke inbreuk op de integriteit van het lichaam van de vrouw."

Iedere ouder heeft een grondrecht op voortplanting, net zoals gehandicapte personen een gelijk grondrecht hebben op ouderschap. Maar in extreme gevallen zou de rechter dus moeten kunnen beslissen dat dit grondrecht ophoudt te gelden in geval een gevaarlijke gezinssituatie aanwezig wordt geacht, zo pleiten rechters Cees de Groot en Paul Vlaardingerbroek.

Anticonceptie onder dwang – in uitzonderlijke gevallen zou dat moeten kunnen, zegt professor Carsten Lincke , kinderarts in het Sophia Kinderziekenhuis, deel van het Erasmus MC in Rotterdam. Hij leidde bijna tien jaar lang kinderartsen. Lincke is gespecialiseerd in aangeboren en erfelijke aandoeningen bij kinderen. "De ideologische verblinding overschaduwt de rede, opgeklopte hysterie de feiten," zegt hij. "Sta tijdelijke verplichte anticonceptie toe."

Kinderrechters, jeugdzorghulpverleners en kinderartsen pleiten binnenskamers al vele jaren voor een wettelijke regeling die het mogelijk maakt om zwangerschap bij vrouwen met een zeer hoog risico op verwaarlozing of mishandeling van hun kind te voorkomen, in het uiterste geval afgedwongen door een rechterlijk besluit. Het gaat hierbij om ouders met een verslaving, psychische aandoening of verstandelijke handicap. Uw collega Patrick Vankrunkelsven heeft de kwestie weer op de agenda gezet.

In dit soort schrijnende (extreme) gevallen zou ik me inderdaad kunnen voorstellen dat het grondrecht op voortplanting ingeperkt zou moeten kunnen worden. De tegenwerping dat de staat zich niet met het privéleven van burgers moet bemoeien, is arbitrair. Dat doet de staat de hele tijd al: we mogen pas autorijden vanaf 18, op seks met minderjarigen staat een grens, kinderporno is verboden.

In de VS kan je al met 16 jaar achter het stuur van een V8, in een katholiek land als Argentinië of Brazilië is seks met een 14-jarige doodnormaal. Er is het hellende vlak-argument. Wat weegt zwaarder? Het zelfbeschikkingsrecht van een volwassene of de zorgplicht voor een kind? Ik ga voor het kind want dat is afhankelijk, dus gaat het voor. Net als in bewaring gestelde gevangenen, moeten er in bewaring gestelde ongeborenen zijn. En net als een gevangene een nieuwe kans krijgt, moeten ook ouders die krijgen.

Wat denk u? Bent u het eens of oneens?

Marc van Impe

 

Bron: Mediquality

12:07 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.