07 januari 2016

1 jaar na Charlie Hebdo: "Wir sind alle Kölsch"

Deze week is het een jaar geleden dat terroristen een bloedbad aanrichtten op de redactie van Charlie Hebdo. Het satirisch weekblad ging door. Er volgde een jaar vol verwarring. Voor mij betekenden de januari gebeurtenissen het eind van een eeuw, een nieuw tijdsgewricht, een grote droom van een rechtvaardige, vreedzame wereld, die ik als babyboomer heb weten bouwen op de ruïnes van na 1945 en die ik zelf nog gezien heb, is verloren gegaan.


Ons westerse, judeo-christelijke-humanistische wereld zit in crisis. Sterker, het gaat nu om een conflict tussen twee religies die op het eerste gezicht niet zo veel van elkaar verschillen in hun monotheïstische geloof, maar die elk totaal andere normen en waarden hanteren. De duur bevochten emancipatie, het respect voor mensenrechten, de scheiding tussen kerk en staat, het geloof in ontwikkeling en vooruitgang, de eerbied voor cultuur zijn stuk voor stuk des duivels voor de geradicaliseerde moslims.


Toen ik ter wereld kwam lag een groot deel van de wereld nog in puin. De ambitie van onze ouders was grenzeloos, hun kracht om van vooraf aan te beginnen was uniek. Het succes was navenant.  Ze dreven op idealisme, vastberadenheid om een meer rechtvaardige, vreedzame en veilige wereld te bouwen, ze wilden de klassenprivileges en sociale achterstelling afschaffen, en bevochten een betere huisvesting, beter onderwijs en gratis gezondheidszorg.


Zij zorgden er ook voor dat vanaf de jaren vijftig de onafhankelijkheidsbewegingen in de nu voormalige koloniën hier een politieke basis kregen. Ontwikkelingshulp werd een totaal nieuw begrip. Wij die de namaakrevolutie van 68 meemaakten verwachtten niet anders dan wederkerigheid. Dat blijkt een vergissing te zijn.  Het communisme, dat zich de kampioen van het antifascisme noemde, had een ruime intellectuele en emotionele aantrekkingskracht, meestal op voormalige katholieken. De sociaaldemocratie, het alternatief voor hen die de lange mars door de instellingen maakten en nu onze FOD's besturen, verloor haar raison d'être als tegengif voor het communisme.


9-11-2001 gaf adem aan het linkse en rechtse populisme dat heimwee heeft naar de simpele gemeenschap uit de jaren vijftig. Maar aan immigranten en minderheden buiten de deur houden, dacht niemand. Na de aanslag op Charlie Hebdo van januari 2015, waarbij  Chérif en Saïd Kouachi 12 mensen doodden, onder wie acht redacteuren en tekenaars - uit naam van de islam-, kwam er een barst in dat geloof.  13 november maakte van de barst een kloof. ‘Het geweld is nu tegen iedereen gericht', aldus financieel directeur Eric Portheault van Charlie Hebdo na de aanslagen op 13 november. ‘Maar wat wij bij Charlie Hebdo doen, blijft uniek. Niemand wil dat doen omdat het gevaarlijk is. Dat geeft ons nog altijd een verschrikkelijk gevoel van eenzaamheid.'


Over de beweegredenen van de moordenaars is ondertussen een kleine bibliotheek volgeschreven. De conclusie is steeds dezelfde: frustratie en gebrek aan respect, wat zich vertaalt in redeloos en extreem geweld. Er zit een evolutie in: van gericht individueel geweld, via massaterreur naar het creëren van een algemeen gevoel van onveiligheid in de publieke ruimte. Het gebrek aan respect vertaalt zich in agressie tegenover vrouwen, geen macho of haantjesgedrag maar zuivere criminaliteit.


In de reportage Femme de la Rue, van de Belgische reporter Sofie Peeters, werd een eerste signaal gegeven. https://www.youtube.com/watch?v=H0uQInTECI4. Peeters toonde hoe ze op straat aangesprroken werd, oneerbare voorstellen kreeg, voor hoer werd uitgemaakt. Haar aanklacht werd weggewuifd als vooringenomen, racistisch zelfs.


De evenementen in het hoofdstation van Keulen op oudejaar waarbij tientallen vrouwen het slachtoffer van diefstal en seksuele aanranding werden maken er een trauma van. Minstens 40 mannen van Arabische en Noord-Afrikaanse origine, aldus de Keulse politiecommissaris, zouden in verschillende groepen hun slachtoffers hebben omsingeld, betast en bestolen. De politie kon er niet rap genoeg bij zijn, omdat ze door jonge mannen op het stationsplein met vuurwerkpijlen werden belaagd.


De Duitse schrijfster Katja Schneidt auteur van de bestseller "Gefangen in Deutschland: Wie mich mein türkischer Freund in eine islamische Parallelwelt entführte",  heeft op Facebook een open brief geschreven naar aanleiding van de massa-aanrandingen in Keulen. Ze laat zich daarin sarcastisch uit en schuwt daarbij geen harde woorden.


Citaat uit de open brief:
‘We zijn ondertussen in Duitsland zo ver gekomen dat ontelbare vrouwen al een klacht ingediend hebben (35, maar volgens de politie ligt het feitelijke aantal veel hoger) over het feit dat ze op oudejaarsnacht door een horde wilde asielzoekers beledigd en op de zwaarst mogelijke manier seksueel lastig gevallen werden (ja, het waren asielzoekers, want de politie heeft bij controles de voorgeschreven asielformulieren onder ogen gehad). Slechts de regionale kranten schrijven hierover.
Ze hebben deze vrouwen bepoteld, hun vingers in alle lichaamsopeningen gestoken en soms ook de kleren van hun lichaam getrokken. Dit alles begeleid van ‘ficki – ficki' en ‘Schlampen'-kreten. De politie kon deze vrouwen niet beschermen omdat ze door de razende asielzoekers met vuurwerk bekogeld werden. Een schande voor ons land!
… we zijn intussen zover gekomen dat we zulke gebeurtenissen doodzwijgen, nationaliteit niet durven benoemen en stilletjes in onze hoofdkussens wenen omwille van de vele seksuele misdrijven door asielzoekers. Het gaat niet langer om enkele gevallen. Ik alleen al verzorg zeven vrouwen die gedurende de laatste zes maanden het slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld door ‘vluchtelingen'. Dat mag men echter niet zeggen. Dan is men namelijk een opruier! Een vreemdelingenhater! Een nazi!
Dat deze gebeurtenis doodzwijgen een verdere slag is in het gezicht van de slachtoffers, nemen we er goedkeurend bij. Zelfs ik heb nagedacht of ik wel over de verschrikkelijke gebeurtenissen in Keulen mag schrijven. Ja, ik mag dat! Ik strijd al zoveel jaren tegen huiselijk en seksueel geweld en als ik uitsluitend de gevallen waarbij een Duitser de dader is publiekelijk mag maken, dan ben ik inderdaad een racist.
Maar dat ben ik niet! Ik hou van iedereen, zolang zij maar met respect met hun medemensen omgaan. Mij kan het niet schelen of iemand moslim, christen of jood is. Ik beoordeel mensen naar hun daden, en niet volgens hun afkomst of geloof. Dat in vele moslimlanden een ander vrouwenbeeld heerst en emancipatie een woord uit een vreemde taal is, is niet mijn schuld. Dat er nu vele mensen naar ons land komen met een verouderd vrouwenbeeld, is evenmin mijn schuld.
Als ik echter geweld, dat door een aantal van deze mensen bedreven wordt, goed zou praten, dood zou zwijgen of zou verontschuldigen, dan ben ik wél verantwoordelijk. Ik geef hen dan het idee dat ik het goedkeur dat zij vrouwen discrimineren, domineren en seksueel misbruiken. Dat zou fout zijn. Daarom ga ik niet zwijgen, want ik zou ook mijn mond niet houden als de daders Duitsers waren. Ieder die een beetje kan denken weet dat een groot gedeelte van de mensen die hierheen komen niet gewelddadig zijn. Maar bij een miljoen vluchtelingen is 10% die seksueel geweld plegen al genoeg om 100.000 vrouwen een slachtoffer van seksueel geweld te maken.
Ik zal ook niet stoppen de hier bescherming zoekende mannen duidelijk te maken dat ik van hen verwacht dat zij Duitse vrouwen niet als vrij wild beschouwen en dat ik evenzeer verwacht dat zij de integratie van hun vrouwen, zusters en dochters niet met verouderde waardepatronen verhinderen! Wie hier wil wonen, moet onze cultuur volledig respecteren, zonder discussie! Wij, Duitse vrouwen, willen niet ‘ficki – ficki' doen en we zijn ook geen ‘Schlampen' (sletten) die erop wachten eens een grondige beurt te krijgen. Wij beslissen zelf wie ons waar aanraakt en dat moet zo blijven!
En nu, beste regering, verwacht ik dat jullie eindelijk jullie verantwoordelijkheid nemen en de daders duidelijk maken dat we genoeg Duitse verkrachters hebben. We zijn niet van plan om dit aantal nog te doen stijgen.'  (einde citaat open brief)


Volgens de Keulse politie is dit een nieuwe vorm van terreur: rond middernacht verzamelden een duizendtal mannen 'afkomstig uit Noord-Afrikaanse of Arabische landen' op het stationsplein in Keulen, die veel seksuele misdrijven hebben gepleegd, die soms zeer ernstig waren', aldus politiecommissaris Wolfgang Albers. Burgemeester van Keulen Henriette Reker noemt de incidenten schandalig. Aan de Kölner Stadt-Anzeige zei ze: ‘We kunnen niet tolereren dat hier een juridisch vacuüm ontstaat.'


Ik vind het vreselijk maar eens te meer dreigt de Franse auteur Michel Houellebecq gelijk te krijgen. Zijn laatste roman ‘Onderworpen' speelt zich in de toekomst af. Die toekomst is nu heel nabij.  Houellebecq spiegelt zijn hoofdfiguur aan de schrijver Joris-Karl Huysmans van 'Tegen de keer' die zich uit opportunisme tot het katholicisme probeerde te bekeren. Bij de voorstelling van zijn boek in Utrecht kwam de vraag - door een vrouw uit het publiek gesteld - wat Houellebecq van de aanslagen op Charlie Hebdo vond en of zijn roman ook een aanval op de Westerse vrouw was. 'Ja', schaterde Houellebecq sardonisch. 'De vrouw heeft het juist het zwaarst. Na een dag hard werken moet ze ook nog de barbecue aanmaken terwijl haar man rosétjes drinkt.' De evenementen in Keulen hebben bewezen dat de realiteit zwaarder en erger is.


Komt er nu een campagne Wir sind alle Kölsch?

Marc van Impe

Bron: MediQuality

09:57 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.