16 september 2015

Brood, bad en een bed

Mijn pleegzoon vraagt me wat we met al die vluchtelingen aan moeten ? Wat heeft dit nog met politiek te maken ? Zijn dit geen economische gelukszoekers? Antwoord op deze laatste vraag komt van EU-voorzitter Juncker: zij moeten geweerd worden. Ik weet het antwoord niet, maar ik weet hoe ik handel.

Begin deze eeuw reed ik naar mijn vertrouwde apotheker voor mijn maandelijkse lading medicatie. Onder het licht van de bushalte, voor het buurtcafé, zat een meisje van zo'n jaar of negen op een kartonnen valies, van het genre waarmee je in de jaren vijftig met het ziekenfonds op kamp ging. Ik noteerde het beeld, reed door. Een half uur later zat het meisje er nog. Het was december, het sneeuwde, het café straalde geel licht uit, thuis wachtte de geleerde vrouw. Ik stopte. Het kind sprak noch antwoordde op een mij bekende taal.  Het enige wat ik verstond was: Mama, OCMW. Ik heb ze het café binnengeloodst, vroeg de patron om haar een warme choco te geven, eventueel een spaghetti  en me op de hoogte te houden wie haar kwam ophalen. Kort voor middernacht een telefoontje: moeder en dochter waren verenigd en of ik langs kwam. Het bleken Kaukasische, dus Russische asielzoekers te zijn, die door een fijnzinnige ambtenaar aan het Noordstation om halfdrie een ticket gekregen hadden om zich in ons witloofdorp aan te melden bij het OCMW voor onthaal en onderdak. Op een vrijdagnamiddag. Ik heb ze meegenomen, een bad, een bed en onderdak voor de nacht aangeboden. En heb dan de burgemeester, de voorzitter van het OCMW en de persattaché van de toenmalige bevoegde staatssecretaris uit hun bed gebeld. De volgende ochtend stond de wijkagent voor de deur met een zak koffiekoeken, excuses van de burgemeester en het adres van een opvangwoning. De maandag daarop leerde me dat de betrokken ambtenaar op het vluchtelingensecretariaat er een sport van maakte om asielzoekers op vrijdagmiddag de provincie in te sturen. Een vorm van ontradingsbeleid. Dezelfde ambtenaar, die zelf een dubbele nationaliteit had,  schreef achteraf een aanvankelijk negatief rapport. Het brood, bad en bed-verhaal werd een geschiedenis die nu zijn besluit heeft gevonden. Het meisje dat op die sinterklaasavond in de sneeuw onder de straatlamp zat begon in de lokale lagere school, werd zangeres bij Scala, is pas afgestudeerd als master in de biochemie en is nu op zoek naar een baan.

Ik heb niets met vluchtelingen, niets met asielzoekers, voel me alleen geëngageerd als intellectueel en burger van dit land. Misschien komt dit van mijn ouders die in de jaren vijftig het kind van Duitse vluchtelingen een vakantie boden in ons kroostrijk gezin. Iets wat door de weldenkende katholieke gemeenschap met een argwanend oog werd bekeken. Want wie doet zo iets.

Mij doet het deugd dat ik nu mag lezen dat honderden Belgen bed, bad en brood willen geven. Mijn pleegzoon, die op de leeftijd is dat zijn verstand nog met zichzelf moet beginnen, probeert te begrijpen.

 

Marc van Impe

 

Bron: MediQualilty

17:22 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.