10 september 2015

Het artsenrusthuis of de Ardennen ?

Nu is het nog mooi weer. Ideaal om de rode schicht nog eens uit de stal te halen en met open dak naar de stad te rijden. Straks wordt het miezerig, weer dat mensen naar friet en natte honden doet ruiken. Met de geur van gebraden kippen uit de legbatterij, en volgesnoten papieren zakdoekjes. Dat je in de supermarkt aangevallen wordt door wolken chocolade, mandarijntjes en goedkoop parfum. Tijd om de griepprik boven te halen, was het niet dat ik die ook dit jaar wel weer zal vergeten.

In het dorp aan de rivier niets van dat alles. Daar ruikt het naar bospaddenstoelen, zwaar bier, gerookte worst en vooral smeulend hout. De penetrante geur die houtkachels de zware lucht insturen en die 's ochtends van rond zo een uur of zeven uit de schouwen begint te krinkelen. De wereld wordt wakker.

Mijn vriend de huisarts is in een melancholische bui. In de Nederlandse gemeente Weesp is sinds enkele jaren een dementiedorp. Dat is een ommuurde wijk waar mensen met dementie wonen en zorg krijgen. In deze speciaal voor hen gebouwde woonomgeving kunnen ze vrij rondwandelen en naar de supermarkt, het restaurant, de kapper of het theater gaan. Zo kunnen de bewoners in een veilige en stimulerende omgeving een zo normaal mogelijk leven leiden. Ook in Duitsland, Zwitserland en Amerika zijn er plannen om dementiedorpen te bouwen. We zijn allebei op de leeftijd gekomen dat de statistiek ons een flinke kans geeft om in zo'n staat van bewustzijn te verzeilen.

"In ons land zijn er al enkele tientallen van die dorpen en dat sinds jaren,"  zeg ik. "Ik bezoek er regelmatig één. Men overweegt nu dementiegewesten in te richten." Hij glimlacht. Dit is het hokjesdenken op zijn best, bedenk ik. Dementen in hun eigen dorp. Opgesloten in  hun eigen gelijk.

In Brussel pleit een heropgeviste politicus voor moslimkamers in seniorenhuizen. In  Antwerpen wou men een rusthuis voor oudere holebi's. De maakbare samenleving op zijn best, ze verlegt opnieuw haar grenzen. In New England bouwen ze rusthuizen voor politiemensen, oorlogsveteranen en brandweerlieden. Die laatsten krijgen als toetje crème brulée, verzin ik. Waarom geen rusthuizen speciaal voor artsen ? Met een eigen labje, een spoeddienstje, een wachtkamertje, een verkoeverkamertje, en om de hoek een verpleegster die zich de complimentjes laat welgevallen. Ik denk dat dit de hel wordt.

Mijn vriend de huisarts bestelt nog een rondje. Er is weer Orval. De goed gevulde dochter van de waard brengt er sneetjes Ardeense worst en ham bij. Hier is het leven goed. Voor nu. "Zullen we hier samen oud worden," vraagt hij, "met onze geliefdes op onze eigen berg. Rustig in een veilige omgeving, onder mensen die ons toch niet begrijpen en die daar ook niet de minste behoefte aan hebben. Lekker tweezaam, of vierzaam als je dat wil. Dan rijden we naar elkaar toe, of we spreken hier af."

Ik denk er niet aan. Ik wil ook niet naar het rusthuis voor oudere journalisten. Ik wil ruzie blijven maken, blijven poken in het vuur van de kritiek, me blijven verbazen over nieuwe boeken die nog nieuwe gedachten brengen waarvan ik dacht dat ik die al lang gehad had. Ik ben geen homeopaat, ik ben een senior writer. Die gaan niet zomaar heen. Die moeten doorgaan.

Marc van Impe

18:32 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.