08 september 2015

Een indiscretie

Ik zit en wacht in een universitair clubrestaurant op een afspraak die –druk, druk, druk, sorry maar ik ben natuurlijk te laat- zoals dat gaat bij belangrijke mannen, op zich laat wachten. Ik ken mijn afspraak niet persoonlijk. Ik heb wel een paar publicaties van hem gelezen maar hij nam het initiatief voor het etentje. Toen ik eventjes rustig zat te mijmeren, ving ik flarden op van een wel heel interessant gesprek.

Aan de borreltafel naast mij zitten twee heren die ik wel herken. Ik heb mijn kranten uit, het menu nog eens doornemen brengt geen troost, ik lees mijn huisblad The New Scientist, maar mijn hersenen worden onvermijdelijk getrokken naar het gesprek van mijn buren.

Wat zeker de aandacht trekt, is dat ze royaal met namen strooien, en wat me opvalt is dat het negen op de tien gaat over vrouwelijke vakgenoten. Het gesprek gaat over respect, over het prestige van hun faculteit, kortom over het gebrek aan aanzien voor het medisch, lees academisch, metier.

Het toenemend aantal vrouwen, zo luidt de teneur van het gesprek, vermindert het prestige en haalt het academisch niveau naar beneden. De haren in mijn nek gaan rechtstaan. Dit zijn ineens geen twee sympathieke heertjes meer maar hoogopgeleide gnomen die niets geleerd hebben en niets te leren hebben.

Het doet me onwillekeurig denken aan een gesprek dat ik op de radio hoorde onderweg naar een congres in Nijmegen, waar een Nederlandse hoogleraar in de geschiedenis, een echte dame, professor Marietje van Winter, vertelde dat ze telkens opnieuw moest constateren dat zodra vrouwen de helft van het aantal onderzoekers in een vakgebied vormen, het prestige van dat vakgebied gehalveerd wordt.

Professor Van Winter was daar treurig genoeg niet zo negatief over. Daar is weinig aan te doen, zei ze, vrouwen zullen de wetenschap nooit overnemen. Voor een deel ligt dat volgens haar aan de vrouwen zelf die geen zin hebben om een gezin te combineren met zo'n slopende baan in de wetenschap. Zoals ze dat zelf zei: "Natuurlijk komt er een eind aan je energie."

Ik hoor naast mij hoe een Alzheimeronderzoekster over de hekel gehaald wordt, de lol kan niet op, en hoe vervolgens een genetica door de mangel gaat. Er wordt gegniffeld, gedold, accenten worden nagebootst. De geneeskunde gaat naar de knoppen, weet de een, en dat zie je nu al in de huisartsenij. En in de journalistiek is het al niet anders.

De ober komt er aan en zegt dat hun tafel klaar is. De heren staan op en dan zie ik dat het heertjes zijn, nog geen meter zeventig hoog, de nekken enigszins spannend in de kraag van een iets te klein hemd. Op kleine voetjes in nauwe schoentjes. "Have a nice day," zegt de een. Ik kan het niet laten en antwoord: "Dank voor het verhelderend gesprek."

En dan bedenk ik, hoe onterecht die laatste bedenking. Lengte heeft niets met formaat te maken, dat bewijst de rector van deze universiteit. Op de website van Zorg-en-Gezondheid.be (http://www.zorg-en-gezondheid.be) lees ik dat in West-Vlaanderen de huisartsgeneeskunde toe is aan vervrouwelijking. In Leuven zijn 52% van de huisartsen van het echte sterke geslacht. Dat verklaart een en ander. Cijfers over de Franstalige zijde van dit land zijn niet beschikbaar.

Marc van Impe

16:24 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.