21 augustus 2015

Het farmaceutisch dossier stuit op de regels van het alfabet

Ik ben deze zomer gemigreerd van een witloofdorp aan de grens van het Hageland naar een stad aan een kanaal met zicht op het maritiem verkeer tussen de metropool en het verre Charleroi. Dat maakt ook dat ik de regelmatige gang naar mijn apotheker moet omleggen naar een nieuwe farmaceutische relatie. Uitgaande van de gedachte dat men deze dagen mag verwachten dat de transfer van het veelgeroemde farmaceutische dossier een fluitje van een cent zou worden, begaf ik me dus naar de dichtstbij zijnde farmacie voor de zogenaamde proef op de som.

Groot was mijn verbazing toen ik geconfronteerd werd met het culturele verschil tussen stad en platteland. In mijn vorige dorp gingen de conversaties aan de balie over likdoorns, hoestsiroop, het schielijk overlijden van een honderdjarige dorpsgenoot en de jongste zitting van de gemeenteraad.

Tussendoor werden adviezen verstrekt over het innemen van pillen voor of na het eten, het vermijden van teveel alcohol in combinatie met, of de noodzaak regelmatig te drinken en te eten, ook bij tropische temperaturen. Hier niets van dat alles. Er werd geanimeerd gediscussieerd in het Berbers, het Spaans, het Brussels Frans en de assistente en ikzelf hanteerden een lokaal Nederlands.

Of ik mijn SIS-kaart maar wou bovenhalen? Maar dat hoeft toch niet, zei ik. Aan de hand van mijn nationaal nummer -de heer zegene de kruispuntbank, dat ze vaak geconsulteerd moge worden-  kon men toch zo aan mijn data? Nee, dan moest eerst een nieuw farmaceutisch dossier opgestart worden, legde ze uit. Was een digitale transfer dan niet een stuk eenvoudiger?

Daar moest de apothekeres bij gehaald worden. Die begon een verhaal dat het allemaal niet zo simpel was als "ze" dat voorstelden. Deze apotheek hoorde bij de keten M., terwijl mijn oude apotheek bij de keten B. hoorde. De communicatie bleek dus alfabetisch te verlopen. Dat "ze" daar bij de APB niet aan gedacht hadden. Aan zo'n logica konden ze een puntje zuigen.

Ik heb afgerekend en plaats gemaakt voor twee dames die op zijn vrijdags gekleed waren en dat in een temperatuur van bij de 28°. Ik denk dat ik mijn ecologische voetafdruk maar een stukje zal vergroten en voorlopig nog maar eens de rit naar het witloofdorp maak als ik mijn maandelijkse voorraad drugs haal. Een goed gesprek krijg ik daar altijd gratis bij.

 

Marc van Impe

15:58 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

19 augustus 2015

Arts onder de armoedegrens

Dat hij mij de eer liet om af te rekenen. Het was een leuke avond onder een paar oude collegevrienden geweest. Een stevige hap, de nodige victualiën, de dames die ons met zachte dwang huiswaarts begeleiden. We hadden hem aan zijn voordeur gedropt. Ik weet dat er iets broedt als de radio zo zacht staat en ze behoedzaam door de bochten schuift. “Valt het jou niet op dat je ‘beste vriend’ je de laatste tijd altijd de eer laat om de rekening te betalen? En jij voelt je dan geroepen om als een grote meneer gelijk je Visa te trekken en met een brede smile aan zijn verzoek te voldoen.”

Het was de volgende ochtend dat ik hierbij stilstond. Ik begreep haar kregeligheid. M. was de voorbije maanden, sinds hij zijn pensionering had aangekondigd eigenlijk, maar al te graag de gast. En eigenlijk had die ontwikkeling zich al eerder gemanifesteerd.

Het was begonnen met de komst van een jong duopraktijk in het dorp. Het jonge koppel trok in in een statig herenhuis. Al snel kwam in een dependance een tandarts en een cardiologe voor een dag in de week. De praktijk organiseerde ook werkgroepen en voorlichtingsavonden, niet alleen voor jonge ouders, maar ook voor echte en aankomende senioren.

In het naburige huis vestigden zich een kinesist, een psycholoog, een pedicure en een logopediste. Hij had het aanvankelijk lijdzaam aangezien. Daarna was hij zijn public relations gaan verzorgen bij de lokale voetbalclub, maar hij had moeten vaststellen dat de ene helft van de duopraktijk ook op het voetbalterrein een begenadigde spelverdeler bleek te zijn.

Tenslotte had hij zijn beklag gedaan bij de Orde, zonder resultaat. Hij had niemand die hem nog aanporde, zijn vrouw was een paar jaren terug aan kanker bezweken. Zo was hij één van de 16.6 procent zelfstandige en vrije ondernemers geworden –want dat zijn artsen volgens de regel van de wet- die vorig jaar minder dan 10.000 euro netto verdienden. Dat betekent amper 833 euro per maand. Dat is een stuk minder dan de officiële Europese armoededrempel voor een alleenstaande van 1.074 euro per maand.

Het Neutraal Syndicaat voor  Zelfstandigen zegt dat dit maar liefst 1.6 procent meer is dan de 15% van de Belgen die volgens het officiële zwartboek 'Armoede in België' in  armoede leven. De toekomst ziet er grauw uit voor hem, want van zijn pensioen zal hij niet veel beter worden.

Ik belde hem gisteravond. Of ik kon helpen met een of ander? Hij lachte, wat kan je als oude huisarts nog doen? Wat kun je beginnen? Er was toch iets positiefs: zijn Volvo was nu 25 jaar oud en dus officieel oldtimer, dat scheelde een slok op een borrel qua belastingen en verzekeringspremie. En nu hij me toch aan de lijn had, hadden wij niet ergens een stek in de Ardennen?

Marc van Impe

15:22 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)