14 april 2015

Genezen begint met opruimen

Net als elektrische auto’s moeten we regelmatig bijtanken, maar er zijn te weinig oplaadpunten. Aan die quote moest ik denken toen ik het bericht zag voorbijkomen dat weer een huisarts had zelfmoord gepleegd. Let op het woordje weer.

's Avonds sms't de jongste dat hij volgend weekend met zijn vriendin komt eten. Ik bel hem en vraag waarom hij sms gebruikt en niet gewoon kiest voor een gezellige babbel over de telefoon. Pap, zucht hij en er volgt een verhaal over een uurtje vechtsport dat op hem wacht, een salsa afspraak, koken met vrienden en of dat dan kan? Wat, vraag ik, ik word helemaal gek van zijn schier eindeloze opsomming van activiteiten. Ons leven is vol en snel. Het zijne is voller, ingewikkelder en verloopt in laagjes die elkaar mooi afdekken. Maar dankzij wat apps lukt het hem best eigenlijk.

Die huisarts lukte het niet meer. En de vorige ook al niet. Allebei een succesvolle carrière, een gouden partner, een dankbaar patiëntenbestand. Zou hun memory ook in de cloud gehangen hebben? Vast niet. Ze hadden zicht op een lang en rijk leven. Maar ze kozen bewust om er uit te stappen.

Ik heb een vriendin die lijdt aan een gezondheidsverslaving. Ze schrijft voor een vrouwenblad en zit zo op de eerste rij om de nieuwste must have en must do trends uit te proberen. Ze zit nu in haar veertig dagen zonder vlees. Ze gaat daarna zonder suiker leven. Zonder cholesterol heeft ze al gehad.

Ze deed aan zenboeddhisme, trok voor veertien dagen naar India en kwam terug met een parasiet, versleet ondertussen een man of drie, richtte haar huis in volgens de regels van feng shui, leerde speltbrood bakken, at glutenvrij, dronk twee weken koolsoep. Maar daar werd ze winderig van en dat had man vier niet zo graag. Ze raakte verslaafd aan yoga en in het hier en nu  leven. Ze wil voor de rest van haar bestaan mindfulness pratikeren. Dat ze twee suïcidepogingen achter de rug heeft, vergeet ze. Het mens wordt er ook niet vrolijker op.

Ik had een broer die een echte bijna-doodervaring kreeg, vervolgens een nieuw hart en geen zin meer had in het leven. De tijden waren anders, zei hij me een paar maanden voor zijn dood. De angst voor de toekomst maakte de mensen gek. We dronken wat en ik reed alleen en peinzend terug.

In de boekhandel ligt een boekje van een Japanse mevrouw die luistert naar de naam van Marie Kondo. We hebben van alles veel te veel, schrijft ze. Te veel spullen, te veel opdrachten, te veel zorgen, te veel hobby's, te veel eisen. Je moet weggooien wat je niet echt zint. Genezen begint met opruimen. Maar wat mag weg, wat moet blijven ? Does it spark joy, zegt Kondo, dat is het criterium. Joy betekent niet vrolijkheid. Het is uitgelaten, licht als een klein meisje van vier, het is een woord met een twinkel in de ogen. Het is als een sterrenregen na het groot boeket ontploft bij de finale van het vuurwerk.

Ik wou dat die dokters, en mijn broer, die sprankeling gezien hadden. Dat ze 's ochtends in hun peignoir de krant uit de brievenhuis gehaald hadden en lazen wie de Ronde van Catalonië won. Dat ze naar een echt goeie film hadden gekeken met een goed glas wijn bij de hand en een snee rauwe Ardense ham. Naast hun lief waren wakker geworden en even naar het geluid van een slapende adem hadden geluisterd. En dan alle rommel weg hadden gegooid. In de plaats van zichzelf.

Ondertussen is de geleerde vrouw met de lenteschoonmaak begonnen. De plicht roept mij, zoals dat heet.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

19:20 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.