27 februari 2015

Liever een praktijk in Frankrijk

Mijn buurman, de Hollander, kondigt aan dat hij vanaf nu het grootste deel van het jaar in de Ardennen zal verblijven. Niet alleen is het weer hier aangenamer, is het eten en drinken zo lekker en zo goedkoop vergeleken met de Nederlandse standaardkosten voor een Vinex-gezin, nee, de doorslag werd gegeven toen hij zijn Nederlandse huisarts vond. Nu hij zijn zorg quasi aan huis heeft, voelt hij zich gerust. En de apotheek is zes dagen op zeven van acht tot acht open, weet hij. Dat is toch fantastisch man!

Wij wonen hier vlakbij de Franse grens, tien minuten rijden en je bent in het land van de andouille et pommes sarladaises. Charlesville is een goed halfuur weg, een lange rit door het woud. In ons eigen Belgische dorp en omstreken is geen huisarts meer te vinden. Voor de kliniek of een ziekenhuis moet je al snel tot Libramont, we zitten hier in het zuiden van België, aan de rand van de Gaume in le désert médicale. Hier geen overconsumptie van de gezondheidszorg, hier neem je 's ochtend s een glas jenever als je wat hoestig bent. De dichtstbijzijnde huisarts zit net over de grens. En dat is een Nederlander. Dat komt zo: nogal wat Nederlandse huisartsen kunnen noch willen verder functioneren in het huidige Nederlandse zorgsysteem waar gezondheidszorg door verzekeraars wordt ingekocht en waar artsen die zich niet aan het opgedrongen contract houden tot duizend euro boete per "verkeerde" handeling kunnen krijgen. Een bloedstaal naar een niet aangewezen labo, een beroep op een niet gecontracteerde specialist, een prestatie die buiten de trajectlijntjes kleurt:boete. Vooral de oudere huisartsen die betere tijden gekend hebben, hebben het gehad. Zij zeggen 'tabé' aan collega's en patiënten en verhuizen naar la douce France. ‘Ik vertrek met pijn in het hart', schreef een arts uit Alemelo die de krant haalde. ‘Maar dit systeem zal niet veranderen door een kritische minderheid. Ik heb moeten concluderen dat op deze wijze doorgaan voor mij geen optie is. Ik heb deze drastische stap gezet omdat ik mij niet meer vrij voelde om als professional mijn vak te kunnen invullen. Het is een heel fout idee geweest, en niet gebaseerd op feiten, om verzekeraars te bombarderen tot spil van de zorg. (…) Nu ik op het punt sta om ook nog eens gedwongen assurantietussenpersoon te worden, is de maat vol. Alleen een vrij man kan een goed geneesheer zijn.'

Nochtans is de situatie in Frankrijk allesbehalve rooskleurig. Er zijn meer artsen per duizend inwoners dan in Nederland, maar kleine gemeentes op het uitgestrekte platteland hebben grote moeite om vacatures te vullen. Bemiddelingsbureaus voor buitenlandse artsen doen er dan ook goede zaken. Vooral huisartsen en bedrijfsartsen zijn gewild, maar ook specialisten en paramedici kunnen snel aan de slag. En onze diploma's zijn geldig in alle Europese lidstaten. De www.werkeninfrankrijk.com  ronselde al meer dan zestig Nederlandse en Vlaamse artsen voor een baan in de Bourgogne alleen al. De artsen krijgen een intensieve taalcursus en administratieve ondersteuning bij bijvoorbeeld het afsluiten van verzekeringen en belastingaangifte. Franse artsen en hun goed ingevoerde assistentes leveren graag de nodige back-up die onmisbaar is bij alle onbekende regelingen, formulieren en werkwijzen in de zorg, die hier en daar nogal van onze noordelijke normen en gebruiken verschillen. Voor een Franse huisarts is een praktijkgrootte van ongeveer 1000 patiënten normaal.Huisartsen in Frankrijk werken niet alleen binnen hun eigen praktijk maar springen ook bij in de polyklinieken en het maison de santé – waar naast huisartsen onder meer verpleegkundigen en een psycholoog werken-die in sommige dorpen een of twee dagen per week meer specialistische hulp bieden, en op de spoeddienst van een nabijgelegen ziekenhuis. Ze zijn dus wel eens een dag van huis, maar worden beter betaald en krijgen meer respect van hun collega's en genieten aanzien bij hun patiënten. Hier  bekleedt de arts nog een 'officium nobile', een voornaam, edel ambt. Tot verbijstering van de Nederlanders wordt er in Frankrijk nog echt geluncht, is het aantal patiënten beperkt en gaat alles veel gemoedelijker. Een ander verschil is dat de huisarts in Frankrijk alles zelf doet, zoals dat hier twintig jaar geleden nog ging. Maar het belangrijkste is de andere cultuur: la France fleurie van Gault & Millau is een illusie. De streek over de grens is een vervallen mijnstreek, het is er mooi, maar de leegstand en het verval is er groot. En er is echt weinig te doen. De belangrijkste activiteit is de jacht.

Ik zie ze wel eens op zaterdagavond, de mannen die terugkomen van ‘la chasse', dat wil zeggen een eindje rijden met de 4x4, zitten en wachten tot er een dier te zien is, beetje schieten en vooral uitgebreid zuipen met je maten. Dat is de lokale sport. Bewegen doen ze hier weinig, alles gaat met de auto. Fietsen is iets voor anderstalige weekenders die zich gehuld in een lycra condoom graag afbeulen op al die heuvels. De lokale dokter die al lang met pensioen is en wiens zoon ook huisarts werd, quatrième génération de père en fils, zag zijn opvolger liever de stad opzoeken, waar ook werk voor zijn partner te vinden was. Hij heeft alle begrip voor de situatie. En zegt de Nederlandse huisarts die nu al een mondje Frans spreekt: ‘Ze betalen hier veel minder belasting, geen wegenbelasting, en het leven is sowieso goedkoper. Daar komt bij dat ik het rustige tempo prettig vind. Ik zie maar één keer per week een stoplicht, als ik naar het ziekenhuis rij.'

Dat met die stoplichten klopt, dat kan ik bevestigen, er is geen een te zien in een straal van 40 km. Maar ze doen wel aan snelheidscontrole. Op zondag, als de toeristen komen.

Marc van Impe

 

Bron : Medi Quality

17:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

24 februari 2015

Ik moet iets bekennen....

We kijken uit op de lente die hier aan de oevers van de Semois er nog lang niet aankomt. Boven het dal hangt de rook van houtkachels. Binnen brandt de haard, we drinken de rest van het kerstbier en bespreken de toestand van de wereld. Ik heb een bekentenis te maken. Mijn vrienden zetten hun glas neer. Dit is een ernstig moment.

Ik ben een verkeersdelinquent. Een gevaar op de weg. Een onverzekerbaar risico. Onze Waalse vriend, de huisarts met pensioen,  knikt begrijpend. Hij heeft het altijd gezegd. Ik citeer mijn verzekeringsmakelaar. Ik leer dat na meer dan veertig jaar quasi schadevrij rijden, nooit een ernstig ongeval gehad te hebben, nooit grote blikschade, mijn verzekering me bedankt voor mijn vertrouwen en me verzendt naar het zogenaamde Tariferingsbureau. En zoals mij, leer ik, zijn er zo'n dertigduizend in dit land. Dat komt zo.

Het voorbije jaar had ik twee kleine aanrijdingen: een klassiek licht kop-staartje in de file op weg naar huis, snelheid schat ik zo'n 5 km per uur, en een dame die de handgreep van mijn deur aanreed. Ik stond geparkeerd en de weg was te smal voor haar formaat. Niet iets waar je de verkeerspolitie bijhaalt, keurig in der minne geregeld. Eigen schade eigenlijk nul. Niet eens geclaimd.

Wat ik wel aan de verzekeringsmaatschappij vroeg was of ze geen goedkopere polis in de aanbieding hadden gezien ik nu toch niet zoveel kilometers meer rijd. Dat was teveel gevraagd. Keurig kreeg ik aangetekend mijn polis opgezegd. En word ik van de weeromstuit geweigerd door alle andere verzekeringsmaatschappijen.

Volgens mijn makelaar is een belangrijke factor mijn leeftijd. Eenmaal je de 65 nadert ben je blijkbaar de schrik van de autoweg. Mag ik even blij zijn, zegt mijn makelaar, dat ze nog geen medische keuring vragen. Want 65-plussers die zijn ze liever kwijt dan rijk. Terwijl ik dacht dat juist die generatie in de betere, dus duurder verzekerde automobiel reed. Ik vergis me, uit de big data die de verzekeringsmaatschappijen sinds jaar en dag in alle stilte aanleggen en waarin zowat elke Belg opgeslagen zit, kunnen naar wens analyses gepuurd worden die je je niet kan voorstellen.

Als de verzekeringsmaatschappijen dat willen kunnen ze zo de diabetici, de nachtblinden, en nog wat andere afwijkenden uit het systeem filteren. Want via de levensverzekeringen, de schuldsaldoverzekeringen en de inkomstenverzekeringen weten ze precies hoe hun cliënteel er aan toe is. Allemaal polissen waarvoor je een medische vragenlijst op eer en geweten zo niet bij de huisarts van dienst moet invullen. Op die manier kunnen de actuarissen van dienst de evolutie van je gezondheidstoestand perfect inschatten.

De discussie barst los. Ieder van ons kent wel iemand die door de verzekeringsmaatschappijen geshunt wordt. Het gekke is dat diezelfde verzekeringsmaatschappijen wel bereid zijn  je voor een flink pak extra euro's wel te verzekeren via datzelfde tariferingsbureau. Het komt er in feite op neer dat ze een slimme manier gevonden hebben om hun poliskosten op te drijven, zegt de apotheker, die zeer behendig is in het maken van rekeningen. Mijn vriend de homeopaat tekent op een bierviltje de kruisbestuiving uit tussen autoverzekering, hypotheek, bankrekening en hospitalisatieverzekering. De paranoia kijkt om de hoek.

Maar mijn vriend de chirurg die zopas opnieuw gesetteld is, komt met een oplossing: dan laat je toch gewoon je geleerde vrouw rijden? Die is toch een stuk jonger? Ik vrees dat dit een maatje te groot is. Ondertussen wacht ik op een voorstel van het Tariferingsbureau. Er zijn nog negenentwintigduizend wachtenden voor mij. Tot overmaat van ramp is het kerstbier op. De vasten is nu echt ingetreden.

Marc van Impe

Bron : MediQuality

12:44 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

22 februari 2015

Sociale fraude : de gelegenheid schept de dief

 

In 2010 stelde ik voor het eerst de vraag aan de diensten van het Riziv of het gerucht klopte dat artsen die niet medisch actief waren en een administratieve functie uitoefenden, gebruik maakten van het sociaal statuut dat toegekend wordt aan wie zich conventioneert. Een arts die ontslag genomen had bij het Riziv vertelde me dat zelfs op het hoogste niveau van die fraudetechniek gebruik gemaakt werd. Het antwoord was absoluut en negatief: geen enkele ambtenaar noch bediende zou er ook maar aan denken om op die manier fraude plegen.

Ook bij het kabinet Onkelinx, waar ik de vraag gedurende twee legislaturen tot driemaal toe stelde, reageerde men verontwaardigd en ontkennend. Nu blijkt dat tientallen adviserend geneesheren systematisch elk jaar een aanvraag indienen voor het sociaal statuut, terwijl ze voltijds aan de slag zijn als bediende en in die hoedanigheid reeds een wettelijk pensioen opbouwen. Het Riziv kan niet ontkennen dat het hen dat bijzondere sociaal statuut zonder enige vorm van controle heeft toegekend. Het bericht verscheen vrijdag in De Artsenkrant en is gebaseerd op een parlementaire vraag van N-VA volksvertegenwoordiger An Capoen.

In feite lokt het Riziv die fraude bewust of onbewust uit. Laten we ervan uit gaan dat het laatste het geval is. Dan is dit het gevolg van de perverse en onwettige manier waarop de conventie aan de artsen ter goedkeuring wordt voorgelegd. Daarbij hanteert men de opt out , wie niet tegen is en dat aangetekend laat weten, is voor. Dus wordt de conventie elk jaar met een gegarandeerde meerderheid goedgekeurd. Wie de conventie goedkeurt wordt uitgenodigd om gebruik te maken van het sociaal statuut.

De adviserend geneesheren die net als andere artsen over een Rizivnummer beschikken, krijgen net als de echte artsen een groen formulier waarop ze hun verzekeringsmaatschappij aanduiden en een verklaring op eer afleggen, waarin ze aangeven dat ze tot de conventie zijn toegetreden. In werkelijkheid is dit in 14% van de gevallen een valse verklaring, aangezien ze voltijds als bediende werken voor een ziekenfonds, en daarnaast geen of nauwelijks een medische praktijk hebben. Sinds 2014 moeten artsen een minimale activiteit kunnen aantonen om van het sociaal statuut te kunnen genieten. Dus een paar familieleden behandelen, of een avond in de week consultatie houden volstaat niet. Strikt gezien is dat zelfs verboden gezien hun statuut.

Enkel research of onderwijs zijn toegelaten als bijkomende activiteit. Het antwoord van minister Maggie De Block blijkt nu dat van de 335 adviserend geneesheren die bij het Riziv bekend zijn, er vorig jaar en het jaar voordien 47 van die artsen aanvraag ingediend. Het gaat om een bedrag van zo'n 175.000 euro per jaar. De adviserende geneesheren zijn niet de enige dokters die geen medische praktijk mogen voeren en van deze mogelijkheid profiteren. Er zijn ook artsen met een ambtenarenstatuut bij het Riziv, bij de FOD Volksgezondheid, het leger en andere (overheids)instellingen die geen praktijk voeren, en die een flink salaris gekoppeld aan een uitstekend pensioengarantie genieten.

Het gaat hem echter om meer dan sociale fraude. Dit is ook oneerlijke concurrentie. Vooral in het Franstalig landsgedeelte lijden huisartsen onder deze deloyale houding van hun collega's. Bovendien hoeven deze artsen zich niet bij te scholen noch accreditatiepunten te halen.

De ziekenfondsen zijn best op de hoogte van deze praktijken. Sterker nog, ze hebben er alles aan gedaan om ze beneden de radar te houden.

Tenslotte nog dit: als het Riziv niet op de hoogte was dan is dit geen slordige vergetelheid maar schuldig verzuim, zo niet incompetentie. De gelegenheid schept de dief. Maar de dieven zijn gekend nu. Eens kijken of de DGEC de ten onrechte toegekende extralegale pensioenrechten en reeds uitgekeerde pensioenen gaat terugvorderen. Volgens de wet kan de terugvordering tot vijf jaar terug gaan. Vandaag, maandag 9 februari,  wordt de kwestie besproken in de medicomut.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

14:57 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)