23 oktober 2014

Ebola maakt blind

Ebola slaat nu ook buiten Afrika toe. De doden in de VS en in Spanje hebben meer bereikt dan de duizenden Afrikaanse slachtoffers tot nu toe. Dat is cynisch gezegd een geluk bij een ongeluk. De “Westerse” doden hebben ook bewezen dat ondanks alle preventie in onze moderne instellingen, die in niets te vergelijken zijn met de Afrikaanse ziekenhuizen, het virus erin slaagt zich te verspreiden. Het feit dat ebola een incubatietijd kent die strekt tot 21 dagen is daar niet vreemd aan.
Maar als ik bel met hulporganisaties over de bedreiging van ebola in ons land, en bij uitbreiding in het gezonde Westen, krijg ik nul op rekest. Er is bij ons niets aan de hand. De voorzorgsmaatregelen zijn uitstekend. Hebben we dat niet in Oostende bewezen? Bel ik de FOD Volksgezondheid dan is het antwoord idem dito. Dwarsligger als ik ben ga ik altijd twijfelen als iedereen hetzelfde zegt. Dat wordt me niet altijd in dank afgenomen, maar dwarsliggers zijn er om de sporen bij elkaar te houden, dus doe ik mijn werk.
Volgens de WHO-medewerkers zal het aantal ebolapatiënten in West-Afrika de komende maanden exponentieel toenemen. Dat schrijft de NEJM. Daarmee worden de modelberekeningen die eerder deze maand in Science verschenen bevestigd. De voorspelling is somber: indien niet massief wordt ingegrepen, worden honderdduizenden slachtoffers voorspeld. Dat is veel meer dan de twintigduizend waarop de WHO tot dusver rekende. Voor uw memorie, niet de helft maar 71 % van alle bevestigde ebolapatiënten is inmiddels overleden.
Ik laat de WHO aan het woord: per 2 november rekent men op  ruim 20.600 besmettingen. In Guinee verdubbelt het aantal patiënten om de zestien dagen; in Liberia binnen 24 dagen en in Sierra Leone in dertig dagen. De conclusie is dat de ziekte endemisch wordt in de West-Afrikaanse populatie, een vooruitzicht waarmee nimmer rekening is gehouden en dat consequenties zal hebben.
Om te beginnen is ons land een draaischijf van verkeer van en naar West-Afrika. Zelfs als we er vanuit gaan dat we een strenge controle uitvoeren aan de grens, -lees de luchthaven van Zaventem- dan nog ontsnappen dagelijks tientallen West-Afrikanen hieraan. Om te beginnen krijgen Afrikanen die naar Europa reizen en uit de gevarenzone komen, op tal van lokale websites het advies om in elk geval voor het vertrek koortsremmers te nemen zoals paracetamol en ibuprofen. Koorts meten toont dan niets aan. Maar niet alle Afrikanen komen illegaal het land binnen, wie semilegaal of illegaal is verdwijnt in de Brusselse of Antwerpse grootstad en heeft er allerminst belang bij om wanneer zich een of ander symptoom zich manifesteert, zich te presenteren bij een ziekenhuis. Vervolgens zijn er de culturele gebruiken. Koorts en ander fysiek ongemak worden gelenigd door wassingen, al dan niet met kruiden, lichamelijk contact daarbij is onvermijdelijk. En dan is er het stigma dat volgens mijn Afrikaanse collega's nu al op ebola rust: het is wederom een ‘zwarte' ziekte. Niemand wil zelfs maar het vermoeden van zo'n stigma op zich laden.  Dan valt men nog liever dood.
Ik herinner me de uitbraak van de aidsepidemie in 1982-83. Herinner u Philadelphia, de film van Jonathan Demme uit 1993. De geschiedenis herhaalt zich. Ook toen veroorzaakte aids in de eerste plaats blindheid. De reactie is makkelijk te voorspellen. Ik wil het niet meemaken. Baron Peter Piot geeft me gelijk.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

13:46 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

21 oktober 2014

Wat moeten dokter en patiënt bij stroomtekort?

Ik kan mijn mailbox niet opengooien of ik lees tientallen waarschuwingen voor doomsday. Als mini-ondernemer die dagelijks met informatica in de weer is raadt men mij aan me goed voor te bereiden op de mogelijke gevolgen van eventuele stroomtekorten en het voor de winter aangekondigde afschakelplan. Enkel een goede voorbereiding zal de impact op mijn bedrijfje tot een minimum beperken, mailt me een goed menende ziel die bedrijvig is in keuringen, installaties en ander technische mumbo jumbo.
 
Ik weet het, het afschakelplan, dat bepaalde regio's in België tijdelijk zonder stroom zet, is opgesteld om de stabiliteit van het elektriciteitsnet in ons land te handhaven, voor het nut van het algemeen dus. Alsof een aangekondigde afschakeling kan voorkomen dat een significante verstoring in het netwerk een lokale black-out veroorzaakt. Tijdens een afschakeling wordt ook de stroomvoorziening naar iedereen in de desbetreffende regio tijdelijk stopgezet, dus ook dokter  én patiënt, wat mogelijk gevolgen kan hebben voor hun activiteiten en welzijn. Het sleutelwoord om deze gevolgen te beperken is: voorbereiding. Het is belangrijk op voorhand de juiste vragen te stellen.  Zelfs al woont of werkt u in een ‘veilige' zone, dan nog blijft het belangrijk om maatregelen te nemen in geval van mogelijke stroomonderbrekingen van lange of korte duur. De tweede stap is subjectiever: iedereen moet zelf het risico inschatten en in functie daarvan voorzorgsmaatregelen nemen. In elk geval, als de stroomonderbreking langer duurt en zich verspreidt, zitten we allemaal in moeilijkheden.
Zo lang ik in een ziekenhuis of zorginstelling verblijf hoef ik me geen zorgen te maken. Maar stel dat ik thuis aan één of ander apparaat gekoppeld ben. Bijvoorbeeld beademingstoestel, of een dyalisetoestel. Wat dan? Moet ik mij een stroomgenerator aanschaffen? Of een stapeltje superbatterijen? En wie gaat dat financieren? Geen elektriciteit betekent ook geen inkomende of uitgaande telefoonoproepen, met uitzondering van de GSM als die opgeladen is, geen mails of toegang tot het internet, en geen functionerende computers. Dus niemand die ik kan verwittigen als het fout gaat. Wanneer een huis zonder stroom zit, werkt niets meer.Waarom is er geen enkele rijksinstelling die er als de kippen bij is om een het aantal aspirines te tellen die ik neem, bezig met dit probleem. Waar blijven de ziekenfondsen die toch de belangeloze belangenverdedigers van patiënt zijn? Gaan zij die generator terugbetalen? Of uitlenen? En wat doet de FOD Gezondheid?
En dan heb ik het alleen nog maar over de patiënt in nood gehad. Naar verluidt zal het licht 's avonds uitgaan. Wat moet de huisarts bij wie het donker wordt? Wat met de specialist die zijn privé avondconsultatie houdt? Elke arts zou deze reeks vragen moeten oplijsten:
• Welke toestellen zijn absoluut noodzakelijk voor de continuïteit van mijn activiteiten tijdens een onderbreking?
• Hoe zal het alarmsysteem en de deuropener reageren?
• Werkt mijn back-up systeem voor mijn EPD correct? Bevindt mijn back-up zich in een extern datacenter, in dezelfde afschakelzone? Werd hier een noodprocedure voorzien?
• Beschikt het gebouw waarin ik werk over een UPS (‘Uninterruptible power supply', ofwel een niet-onderbreekbare voeding)? Werkt ze correct?
• Is het verstandig om een generator te kopen die sommige toestellen kan blijven voeden?
• Herstarten mijn apparaten zelfstandig of is een menselijke interventie noodzakelijk?
• En vooral, wie is in het geval van een stroomonderbreking verantwoordelijk voor de communicatie met de elektriciteitsleverancier, de patiënten of partners?
En de hamvraag: Wie is verantwoordelijk als er een probleem is?
De nieuwe minister van Volksgezondheid weet gelijk wat te doen. Afwachten is geen optie, want dat verhoogt alleen maar de kans op eventuele problemen of noodsituaties.
Het is nu wachten op een professor die ons komt uitleggen dat het allemaal niet zo erg uit de hand zal lopen. Ik heb in elk geval mijn checklist gemaakt, mijn straat ligt in een beveiligde zone.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

13:22 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

14 oktober 2014

De regering is er niet om te controleren

Zoals gewoonlijk stond ik zaterdagmiddag weer eens op een plek in Wallonië met een glas in de hand en in goed medisch gezelschap. Niet aan de oever van de rivier, zoals u zou verwachten, maar aan de rand van Charleroi in het Point Centre op de Aéropole waar het FAG acroniem voor le Forum des associations et des cercles de médecins généralistes francophones een zeer interessant colloquium hield rond de toekomst van de huisartsgeneeskunde. Het was een uiterst aangename verrassing.
Niet alleen bewezen de deelnemers, die àlle artsenverenigingen en –kringen vertegenwoordigden, en daarnaast de vertegenwoordigers van alle politieke gezindten en beleidsmakers inclusief oppositie, dat een beschaafde uitwisseling van gedachten mogelijk is, maar ook nog eens dat er zowaar een consensus uit de bus kan komen die voor iedereen grotendeels aanvaardbaar is. Er beweegt wat in Wallonië en Franstalig België en Vlaanderen zou er goed aan doen om die evolutie van nabij te volgen. Hier werden geen "kaakslagen" uitgedeeld, maar punten gescoord. Daarover later en uitgebreider meer.
Interessant was het glas en het bijhorende gesprek. Het voordeel van het columnistenbestaan is dat je een kritische autoriteit wordt toebedeeld wat mensen er nogal eens toe aanzet om uitgebreid hun hart te luchten. Een jonge huisarts, gehuld in pak en modieus shirt en niet in ribfluwelen slobber ruitjeshemd die zo vaak in Vlaamse artsenkringen het hoge woord voeren, opende het gesprek met de vraag wie "cette magique Maggie" wel mocht zijn? Was ze liberaal rechts of links, of, -de horror-, was ze één van die bekeerde maoïsten die hun carrière aan de poort van een staalfabriek begonnen en vanaf dan de lange mars door de instellingen begonnen? "Het zijn die anti-autoritairs van toen die nu de grootste autoriteit verworven en zo dirigistisch als kan optreden," zei hij. "Ooit  achter de toog van een café De Proletaar, nu met een chauffeur naar de hoogste verdieping." Hij prees de Vlamingen dat ze daar eindelijk politiek komaf mee hebben gemaakt. Ik waarschuwde hem geen al te grote illusies te maken. De administratie is sterk en stevig verankerd. En in de hoogste regionen zitten de gerontocraten die ooit babyboomers waren nog stevig in hun zetel. Het zijn die types die voornamelijk het talent hebben om talentvolle collega's onderuit te halen. Waarop Paul De Munck,  vertegenwoordiger van Maxime Prévot, Waals minister van Gezondheid in het Gouvernement Wallon zich in het debat mengde: "Voor die reglementeerders en verbieders hebben wij niet de minste waardering. De regering is er om organiseren en reguleren, niet om te controleren."
De regenbui verdween, de zon brak door, de ober kwam met nog een glas Italiaanse rode. Een dame kwam persoonlijk kennis maken en vertelde ons dat ze de column wekelijks uitprint en ronddeelt op haar departement. Ook zij had een vraag: "Welke boeken liggen er op uw nachtkastje." Ik antwoordde in alle eerlijkheid: Het einde van de rode mens van Svetlana Alexijevitsj, hoe mensen na zeventig jaar dictatuur de vrijheid proeven, op zoek moeten naar een nieuwe identiteit en toch heimwee krijgen naar het socialistisch regime van weleer. Met haar mooiste glimlach citeert ze Tonton David: "Moi je suis sure qu'on nous prend pour des cons mais j'en suis certain il est temps de prendre un nouveau départ. » Er is hoop.

Over de resolutie van het congres leest u elders op MediQuality.: 

https://www.mediquality.net/fr/web/MediQuality/-/quelles-impulsions-pour-une-medecine-generale-de-qualite-

 

Marc van Impe
 

Bron: MediQuality

 

13:57 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)