23 mei 2014

Hoe bereid ik mijn dood voor? (gastblog door Dr. A.M. Uyttersprot)


VILVOORDE 15/05 - Als arts worden we dagelijks geconfronteerd met levensvragen van patiënten. Soms is het zo druk dat we onze eigen vragen verdringen. Laatst had ik alsnog even de tijd voor mezelf. Vandaar deze gedachte en vraag die ik graag met collega's wil delen.
Soms voel ik pijn in de hartstreek, zomaar, en dan weer niet. Ik ben intussen een vrouw van middelbare leeftijd. En als het nu eens echt een hartprobleem is en ik doodga? Dat brengt me bij de gedachte: Hoe kan ik dit zo goed mogelijk doen? Gelukkig dood gaan, dit is een terrein waarover de wetenschappers niet veel te vertellen hebben, er is dus ook veel werk voor mijn collega's psychiaters die hun trukendoos van de cognitieve gedragstherapie nog eens kunnen opentrekken.
Hoe zou men gelukkig kunnen dood gaan? Men kan zich niets meer aantrekken van wat er met jou gebeurt na de dood "après moi le déluge". Veel mensen vinden het toch belangrijk een goede indruk na te laten en weten dat er mensen zijn die hen herinneren, om hen gegeven te hebben. Een zaak is zeker, denk ik, niemand gaat graag eenzaam dood.
Maar wie komt er in aanmerking om herinnerd te worden? Moet men sociaal, machtig en rijk geweest zijn? Het is niet ongewoon dat rijken en machtigen eenzaam dood gaan. Dus blijven over de sociale mensen, mensen die om anderen geven, die vrienden hebben en zichzelf niet als het middelpunt van de wereld zien.
Wat kan ik doen om gelukkig dood te gaan? Is het echt belangrijk? En hoe wil ik zijn na de dood. Wil ik begraven worden, verast? Het voordeel van een urne op de schouw is dat je je nabestaanden niet die telkens weerkerende trek naar kerkhoven op 1 november oplegt, met daarbij de druk om het schoonste graf en de meeste bloemen. Herinneringen aan het verleden heb je ten slotte elke dag en niet één keer op een jaar. Ik wil graag verast worden, in een urne gegoten en in een rots in de tuin gezet worden met een bankje ervoor waar mijn nageslacht zich kan komen bezinnen, liefst met een kaarsje ervoor zoals de maagd Maria. Maar wordt het huis verkocht, wat doe je met de roots? Neem je die mee, voel je er nog verbonden ermee? Is het niet beter om je as te laten uitstrooien, terug naar de natuur waar je altijd deel van uitmaakt?
Als arts vraag ik me af waarom dit een onontgonnen terrein is. Waarom er zoveel weerstand is om hier een onderzoeksobject van te maken. Voor onderzoeksgroep van de psychiaters zou hier best wat geld aan verdiend kunnen worden. Bovendien past het in de hype van het gelukkig zijn, en alle irrealistische verwachtingen die daarbij horen. Altijd gelukkig zijn is het ergste wat je kan overkomen, je hebt niets meer om voor te leven. Het is dus beter van altijd wat ongelukkig te zijn en soms eens erg ongelukkig waardoor je nadien er sterker uitkomt. Dus liever een onderzoek naar hoe men wat ongelukkig kan zijn en hoe de ergste diepten te verslaan. Hoe wordt je sterker.
Tot besluit: ik weet het al; ik wil mijn best doen om herinnerd te worden zodat mijn nageslacht fier is op mij, en ze zich vooral ontspannen en blij voelen wanneer ze over mij praten. Ik weet niet of het me lukt. Ik ben ook maar een mens met mijn perioden van ongelukkig zijn. Maar voorlopig leef ik nog, en ben ik mijn periodes van ongeluk steeds te boven gekomen.
 
Dr. Anne Marie Uyttersprot

 


Dr. Anne Marie Uyttersprot, 60, studeerde in Gent en Leiden neurologie, psychiatrie en neurofysiologie. Ze heeft een praktijk in een perifeer ziekenhuis in de rand van Brussel, evenals een privé praktijk. Daarnaast werkt ze als gerechtelijk deskundige.
 
Bron: MediQuality

19:54 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (4)

22 mei 2014

Aan de vooravond van de verkiezingen

Aan de vooravond van de verkiezingen 
 
VILVOORDE 20/05 - Toen professor Lieven Annemans, nu enkele maanden geleden zijn boek presenteerde over de staat van onze gezondheidszorg, zei een bekende Brusselse chirurg me dat het niet toevallig weer eens een Vlaming was die zo kort voor de verkiezingen zo nodig in de soep moest spuwen.
Volgens Annemans deugt er zowat niets aan het middellangetermijnbeleid van onze zorg en zullen we –als we op deze weg verder gaan-, in 2058 niet minder dan dertig procent van ons Bruto Intern Product uitgeven aan gezondheid. De publicatie van Annemans kon op algemene bijval rekenen in Vlaanderen. In Franstalig België waren de reacties een stuk negatiever. Op het kabinet van de ministre werd de stormvlag gehesen. Maar een antwoord kwam er niet.
We gaan hier niet onze kritische bespreking herhalen, maar als men niet 1) de rol van de huisarts centraal gaat stellen, 2) een doorgedreven en efficiënt informaticasysteem opzet en 3) de financiering van de ziekenhuizen totaal omgooit, dan gaat "het beste gezondheidsstelsel ter wereld" onvermijdelijk naar de verdoemenis.
Minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx (PS) had het over de voorspelling van de Apocalyps. "Crier au loup est une démarche stérile qui ne sert qu'à inquiéter la population", klonk het letterlijk. Zij rekent op de professionelen van de gezondheidssector. Maar daar schort het precies aan. De zogenaamde professionelen van de sector zijn aardig tekort geschoten. Onze gezondheidszorg is met zijn 26,6 miljard euro of 8% de grootste uitgavenpost op de federale begroting. En waar de groeinorm op 3.5% lag, bleef die in werkelijkheid rond de 2,06% hangen. Volgens Michel Jadot, voorzitter van de Mutualités Socialistes, liggen onze uitgaven dan ook binnen de Europese normen. In 2011 werd via radiologie en biologie maar liefst 4 miljard euro bespaard. Niet iedereen was daar even gelukkig mee.
Voor de Franstalige partijen hoeft er in feite niets te veranderen. Het beleid is op kruissnelheid, zo heet het en de belangrijkste maatregelen zijn al genomen. Zoals het verbieden van supplementen in gemeenschappelijke en tweepersoonskamers; de prijsverlaging voor ruim 2.500 medicijnen; de versnelde terugbetalingsprocedure voor levensreddende medicatie; het specifieke terugbetalingsstatuut voor 840.000 chronisch zieken en een half miljoen bijkomende rechthebbenden. En dan is er het e-Healthsysteem dat in volle ontwikkeling is en waar niemand behalve de direct betrokkenen over in de wolken zijn. Er werden tientallen maatregelen en (maat)regeltjes getroffen, de ene al positiever dan de andere, maar van een globaal plan was in feit geen sprake.
Er waren ook minder gelukkige besluiten: zoals de afschaffing van de numerus clausus aan de Franstalige universiteiten, wat tussen 2014 en 2020 zo'n 6.500 tot 7.500 afgestudeerde artsen zal opleveren voor het zuidelijk deel van het land, waar er maar 2.830 Riziv-nummers beschikbaar zullen zijn. Maar dat is een voorzorgsmaatregel voor de toekomst, want dan zullen er in Wallonië en Brussel heel wat huisartsen tekort zijn, zegt het kabinet. En dan is er de erkenning van psychotherapie en alternatieve therapieën, die Onkelinx graag "zachte" of "parallelle" geneeswijzen noemt, maar die aan Vlaamse kant alleen maar de ergernis van de academie opwekken. Geen enkele van de Franstalige partijen wil eigenlijk dat het bestaande systeem verandert.
In Vlaanderen daarentegen zien we opmerkelijke overeenkomst tussen de linkse partijen sp.a en Groen en de N-VA die alle drie willen dat de artsen correcter betaald worden en dat de patiënt –lees het ziekenfonds- van een stuk administratieve rompslomp verlost wordt. De N-VA wil een rem op de spoeddiensten, Groen wil een abonnementsgeneeskunde voor de eerste lijn, en de sp.a wil net zoals de twee reeds genoemde partijen, de groene doktersbriefjes bij de huisarts afschaffen. De CD&V wil de artseninkomens herijken, waarbij dus specialisten zonder technische prestaties meer gaan verdienen. Er is dus één groep artsen die voluit op de tenen getrapt wordt en dat zijn de specialisten die een lab runnen, of technische prestaties uitvoeren.
Er is slechts één partij die voluit voor zware besparingen gaat en dat is het Vlaams Belang: die willen 4 miljard wegsnijden, dat is zo'n 15% eraf. Volgens die partij bestaan er in ons land twee medische culturen, de Vlaamse en de Waalse, en daarom moet de gezondheidszorg gesplitst. Maar de marsrichting blijft voor alle partijen dezelfde: de betaling per prestatie moet eruit!
En wat de ziekenfondsen betreft is de N-VA het duidelijkst: "Het zal niet langer mogelijk zijn dat ziekenfondsen zowel de regels opstellen als ze uitvoeren én controleren." Waarop Michel Jadot riposteert: " Que ceux qui prétendent pouvoir faire mieux que les mutualités prennent notre place s'ils le veulent. »
 
Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

15:52 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

19 mei 2014

Ide, De Block of Brotchi

VILVOORDE 16/05 - De Semois staat hoger dan gewoonlijk en het weer is kouder. We vergelijken Hollandse, Franse en Oostenrijkse trappist en bespreken de komende verkiezingsuitslagen. Dat meer dan de helft van de Vlaamse artsen op 25 mei voor de N-VA zal stemmen, is ook tot aan onze tafel doorgedrongen. Met een score van 56 procent voor het Vlaams parlement en de Kamer laat N-VA een verpletterende indruk na in deze uithoek van Wallonië waar niemand naar een Belgische zender kijkt en de helft van het cafépubliek uit Fransen bestaat die hier goedkoop bier en sigaretten halen.
… En die aan de toog graag het hoge woord voeren. Een paar weken geleden nog moest ik hier een eulogie op Marine Le Pen aanhoren, maar nu wordt De Wever geschoren. Het zit de Vlamingen in het bloed, weet er een, sinds generaties zijn ze zo, dat krijg je er niet uit. Mijn vriend, de huisarts, beaamt. Toch zal ook hij, weer thuis in Brussel,  voor een Vlaming stemmen. Net zoals 56% van zijn Franstalige collega's zullen stemmen voor de MR van Didier Reynders. Centrumrechts dus.
Het stemgedrag van de Vlaamse en Waalse artsen loopt parallel, zo blijkt ook uit de kiesenquête van de Artsenkrant en Le Journal du Médecin. Centrumrechts krijgt in Vlaanderen in combinatie met centrumlinks waar de Open VLD zich feitelijk sociaal situeert, zelfs een luxueuze meerderheid. Nog een parallel: de CD&V haalt in Vlaanderen 9 procent, terwijl het CdH in Franstalig België 10% haalt. Alle andere partijen vallen beneden de 10%. Maar onbekend is ook in België onbemind. Voor de Vlaamse artsen wordt de N-VA-politicus dokter Louis Ide minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, (39 procent), gevolgd door dokter Maggie De Block van Open VLD (37 procent). In Franstalig België kiezen de artsen voor Jacques baron Brotchi van de Mouvement Réformateur en neurochirurg uit Luik.
De uitkomst van deze niet-wetenschappelijke peiling onder 500 Vlaamse en 245 Franstalige artsen, die echter wel een duidelijke tendens aangeeft, mag allerminst verbazen. Om te beginnen is men 25 jaar socialistisch bewind op Sociale Zaken meer dan beu. Op de Vlaming Frank Vandenbroucke na, die door zijn eigen partij gedefenestreerd werd, werd het een pleiade van politique politicienne en droegen de besluiten de muffe geur van de achterkamertjes waar ze bekokstoofd werden. In feite hadden de PS-ministers het beleid voor Volksgezondheid uitbesteed aan de twee grote ziekenfondsen.  En dat wordt allerminst geapprecieerd.
Het cliché dat Vlamingen en Walen over zowat alles een tegengestelde mening zouden hebben is dus gebarsten. Dat blijkt ook uit de onderzoeken naar de kiesintenties van de VRT, VTM, RTBF en RTL.  Wel blijkt dat de partijen in Noord en Zuid andere oplossingen voorstellen voor dezelfde problemen. Zo wil N-VA tegen 2019 maar liefst 16 % besparen op de uitgaven van Volksgezondheid. De Vlaamse arts blijkt daar niet wakker van te liggen. Net zomin als hij wakker ligt van communautaire kwesties, dat interesseert hem slechts voor 11.3%. Uit de stemtest www.uwregering.be (Het Nieuwsblad/Gazet van Antwerpen/Het Belang van Limburg) blijkt overigens dat er in het algemeen op heel wat vlakken een kloof gaapt tussen wat de Vlaming denkt en wat de twee grootste Vlaamse partijen, N-VA en CD&V voorstaan. Maar dat is in Franstalig België niet anders.
De verklaring daarvoor is dat de kiezer, ook al is hij arts, zijn stemkeuze niet laat bepalen door rationele argumenten pro of contra een partijprogramma. Vlamingen en Walen hebben grosso modo dezelfde meningen, maar hun  buikgevoel is anders. Het imago is belangrijker dan het beleid. Met dat verschil dat de doorsnee Vlaming trendgevoeliger is dan de doorsnee Waal. Ik weet dat ik hiermee kort door de bocht ga.  Maar anders kan je niet verklaren waarom in Vlaanderen op tien jaar tijd de populairste politicus achtereenvolgens een socialist, een christendemocraat, een liberaal en nu een Vlaams-nationalist was. Dat is Wallonië anders, daar is men conservatiever en gold entre les deux mon coeur balance. Nu pas is die balans pas nu goed naar de rechterkant doorgeslagen.
Ik herinner me een bachelorscriptie van de Waalse Vincenza Russo die een paar jaar geleden in het kader van het Erasmus Belgica programma aan de Kempische Hogeschool kwam afstuderen op het verschil tussen Leeuwen en Hanen. Zij besloot dat het grootste verschil hierin bestond: "In Vlaanderen groeten mensen elkaar pas op de feestdagen: kerstmis, nieuw jaar, enz. Maar dat blijft toch een heel kleine bijzonderheid wanneer we beschouwen dat ook heel grote verschillen daarover in Wallonië bestaan. Als we maar het voorbeeld van Doornik nemen kunnen we ook zeggen dat sommige Walen afstandelijk zijn. Eigenlijk kussen de mensen zich vier keer in Doornik om mekaar te groeten, terwijl in andere Waalse steden pas één kus gegeven wordt." En dat klopt. De Vlamingen komen hier stil binnen, de Walen daarentegen…
Overigens blijkt uit onze discussie dat van de meeste aanwezigen niemand enige relevante programmapunten kent. Van geen enkele partij. Ook de aanwezige West-Vlamingen die zich met de hun kenmerkende bescheidenheid op de achtergrond hielden weten in feite niet waarom ze een voorkeur voor een of andere kandidaat hebben. De apotheker meent te weten dat West-Vlamingen uiteraard voor dokteur Ide zullen stemmen. "Dat is er immers ene van ons." Ide is inderdaad van Roeselare. Nobody is perfect.


Marc Van Impe

 

Bron : MediQuality

11:25 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)