12 maart 2014

Het RIZIV is vijftig jaar oud, tijd voor iets nieuw?

Vorige week donderdag werd op een academische zitting de vijftigste verjaardag van de Belgische ziekte- en invaliditeitsverzekering gevierd. Omdat je op een academische zitting geen vragen mag stellen, een onhebbelijke gewoonte waar journalisten aan lijden, en omdat de geleerde vrouw die dag in het gips ging, hebben we het feestje gelaten voor wat het was. Het uitstekende persagentschap Belga en onze talrijke vrienden hebben ons perfect op de hoogte gebracht.

Uiteraard niets dan hoera en nog vele jaren. Minister Laurette Onkelinx, aldus Belga,  zei nog voor de aanvang van het feest begon dat "politieke keuzes zullen nodig zijn". Wij kunnen dit alleen maar bijtreden.  We zeggen zelfs meer: waarom nu pas?  Zelfs Standard & Poor's zegt dat onze gezondheidszorg naar de dieperik gaat.

Toch blijven onze beleidsmakers juichen dat we de beste gezondheidszorg ter wereld hebben en dat onze burgers het meest tevreden zijn van alle Europeanen. Maar nu de cava op is, de koning naar Laken en het feest voorbij, wordt het tijd om de realiteit weer onder ogen te zien. Na vijfentwintig jaar onafgebroken politique du coeur hebben we bereikt dat de Belg van alle Europeanen het meest uit eigen portemonnee voor zijn gezondheidszorg betaalt, tot zo'n 25%.  De EU-burger betaalt  gemiddelde 15%. De sociale ongelijkheid is er alleen maar op vooruitgegaan. Hooggeschoolden leven maar liefst vijf jaar langer dan laaggeschoolden, en welvarende landgenoten zijn vijftien jaar langer gezond dan armen. Dat bewijzen de cijfers van Koning Boudewijnstichting, van Wetenschapsbeleid en de EU. Een op de zeven Belgische gezinnen stelt een medische interventie uit omwille  van geldtekort! De zachtzinnige Jo De Cock gaf het zelfs toe dat onder de stedelijke bevolking stelselmatig ‘onderverbruik' groeit. Volgens het  KCE scoort ons land als het om duurzame gezondheidszorg gaat laag tot slecht. Kunnen we onze infrastructuur behouden voor onze kinderen? Zijn we wel innoverend genoeg? Kunnen we reageren op nieuwe noden?  Houden we het systeem betaalbaar? Als we   op die vragen al kunnen antwoorden – meestal ontbreken immers de nodige data- dan zijn de antwoorden negatief.  In een open brief klaagden het voorbije weekend zes vooraanstaande Vlaamse medische wetenschappers* deze situatie aan. Er is volgens hen nood aan "een patiëntgericht zorgmodel waarin de patiënt gezien wordt als een volwaardige partner, die met een eigen verantwoordelijkheid zijn gezondheidszorg stuurt." Lees:  de grote ziekenfondsen die pretenderen de patiënt en zijn belangen te verdedigen zijn hierin schromelijk tekort geschoten.

In zijn vrije tribune die we deze week publiceren, klaagt professor Guy Van Camp, cardioloog, dit gebrek aan visie aan. En graag citeren we opnieuw de administrateur-generaal van het Riziv: "Een sluitende begroting … is nog geen waarborg voor een sluitend gezondheidsbeleid. Er is ook een duidelijke visie op de organisatie van de zorg nodig."  "Het is voor de gezondheidszorg vijf voor twaalf," schrijven de Zes*.

Het Riziv bestaat nu 50 jaar. De laatste helft daarvan is er nauwelijks iets veranderd. Alsof de wereld stilstaat. Stel je voor dat het Riziv onze telecom aanstuurde, zegt onze vriend de topambtenaar, dan liepen we nu nog allemaal met een halve kilo GSM in onze binnenzak. Daar kon je toch ook mee bellen. Waarom zou je dan veranderen? Of toch tijd voor iets nieuw?

Marc van Impe

Bron: MediQuality

10:25 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.