05 januari 2014

De autobiografie van een snob

 

Soms zijn er dingen die je beter niet kan kennen. Zo las ik pas een boek over Richard Dawkins, de geniale auteur van The Selfish Gene en The God Delusion. Dawkins bracht me niet van God los maar wist zijn argumenten zo te formuleren dat ik ze als de mijne herkende. Waarvoor eeuwige dank. Goddeloosheid kan dus ook elegant en goed geschreven verantwoord worden. Groot  waren dan ook de verwachtingen toen ik in An Appetite for Wonder,  The making of a Scientist begon. Het boek is het eerste deel van de autobiografie van de man die me de wetenschappelijke drijfveren van het menselijk gedrag leerde kennen. Het boek begint met de voorgeschiedenis van Dawkins voorouders, generaties van koloniale topambtenaren, landeigenaren, artsen en clerici, maar voor alles allemaal studenten aan Balliol, één van Oxfords  de constituerende colleges dat sinds de 13de eeuw  steeds katholiek gebleven is. Dawkins is trots op zijn afkomst uit de lagere adel, tot het gaat irriteren. Valse pretenties zijn het die niets bijdragen tot zijn onmiskenbare talenten: hij werd een bekend onderzoekwetenschapper, was de uitvinder van een paar computertalen, deed grond brekend onderzoek naar dierlijk gedrag en kreeg de meest prestigieuze jobaanbiedingen tot hij The Selfish Gene schreef. De aanleiding: hij had toch niets te doen want de grote mijnwerkersstaking had het land lamgelegd en zonder elektriciteit werken computers niet.  Die banale aanleiding was mijn eerste teleurstelling.

 

De tweede teleurstelling is dat hij zich bij het eind gaat vergelijken met Charles Darwin. Hij doet dit in “alle bescheidenheid”, schrijft hij en vergelijkt zijn kwaliteiten met die van zijn negentiende eeuwse voorganger. Dat doet me denken aan die andere bij tijden amusante Brit   Anthony M. Daniels alias Theodore Dalrymple. Dawkins blijkt al even zelfingenomen, zelfbewust en zelfgenoegzaam te zijn. Een intellectuele snob dus die er letterlijk trots op is dat hij in kant en klaar geschreven proza denkt. Het verschil is dat Dawkins onder eigen naam schrijft.

 

Ik zie ze een eindje voor mij staan, in de buurt van de fish hand chipskraam bij het station van Oxford. Twee zelf geproclameerde gentlemen die met enige gène en vooral vette handen een proletarische hap nuttigen. En die pretenderen een broodje zalm te degusteren.  God –vergeef me de exclamatie- bespaar me alvast deel twee van die autobiografie van een snob.

 

Marc van Impe

 

15:46 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.