04 november 2013

Waarom vrouwelijke artsen beter zijn

Uit Canadees onderzoek * blijkt dat vrouwelijke  artsen  meer gewetensvol werken en dus beter presteren dan hun mannelijke collega’s maar ook dat deze laatste een stuk productiever zijn.  Het onderzoek liep in Quebec  en de uitkomst werd  vorige maand gepresenteerd op het  Congrès international ADELF-SFSP  sur la santé publique et la prévention in Bordeaux**.  

Verbaasd ben ik niet. Ik ken ondertussen het ritme van de geleerde vrouw en weet hoeveel tijd zij aan een consultatie besteedt. En zij is niet de enige. Vrouwen, ook in de journalistiek, zijn conscientieuzer, perfectionistischer en kunnen tezelfdertijd beter relativeren dan mannen. Helaas wordt dit zelden geapprecieerd. Vooral aan universiteiten hoor je die klacht. En dat heeft zijn gevolgen : intelligente, goed presterende artsen die een voortgezette opleiding volgen hebben eerder de neiging uit de academische wereld te stappen. Ze kunnen het haantjesgedrag, de zelfingenomenheid en het machisme van hun mannelijke cheffen en collega’s maar matig waarderen. De braindrain is dus voor een groot stuk vrouwelijk.

Bij het onderzoek in Quebec  werden de diabetische patiënten gevolgd  van 906 huisartsen, 431 vrouwen en 451 mannen. De studie was gebaseerd op de data van de regionale   Régie de l'assurance-maladie.  De artsen werden geëvalueerd op basis van het gedrag en de therapietrouw van hun patiënten : controle van de visus om de twee jaar, jaarlijks medisch onderzoek, gebruik van voorschriften, dus net zoals dat hier gebeurt.   Globaal gezien was het gezondheidsgedrag van de patiënten die een vrouwelijke huisarts hadden beter . Ze volgden de adviezen beter op, namen regelmatiger hun medicatie en stonden meer open voor  “counselling” . De resultaten waren dus navenant.  Het is duidelijk dat de vrouwelijke huisartsen op een andere manier werken dan hun mannelijke collega’s.  Dat bleek ook uit het aantal prestaties per jaar:   de dames declareerden 3.100 consultaties tegenover  4.920 voor hun mannelijke collega’s, of een verschil van maar liefst 37%.  Nochtans was de totaal gepresteerde werktijd dezelfde. De vrouwelijke huisartsen besteden dus meer tijd aan hun patiënt.   En de mannelijke huisartsen werken “harder”.   Ze zijn productiever zoals dat heet. Kwaliteit werd geconfronteerd met  productiviteit. Dit was zo evident dat de  onderzoekers ervan schrokken en waarschuwen dat de resultaten niet absoluut zijn.  Voortgezet onderzoek bij andere pathologieën is nodig, zoals dat heet.

Ik wil tenslotte een van de coauteurs van de studie citeren, professor   Régis Blais die zegt dat « een arts die de tijd neemt om zijn patiënten zo volledig en zo goed mogelijk uit te leggen waar het om gaat, minder risico loopt om diezelfde patiënt een maand later terug te zien met bijkomende vragen omdat die zich ongerust maakt. De meest productieve arts is dus niet degene die men op het eerste gezicht denkt.”  

Ik kan daaruit alleen maar concluderen dat de feminisering van het beroep een goede zaak is voor de patiënt en voor de ziekteverzekering.

 

Marc van Impe

 

**http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S039876201300343X

*http://sante.gouv.qc.ca/systeme-sante-en-bref/groupe-de-medecine-de-famille-gmf/

 

10:44 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.