24 april 2013

De les van het paaltje

Ik had er behoorlijk de pest in. Ik was bij een bezoek aan het nieuwe Louvre in Lens tegen een zo’n geheim paaltje gereden en had de hele flank van mijn auto in de vernieling geholpen. Toen ik de volgende maandag mijn garagist belde weigerde die tot mijn verbijstering een directe afspraak maar stelde hij me voor naar zijn website te gaan en daar online in te vullen wat ik dacht dat de schade was. Kwestie van mijn en zijn tijd te besparen. Bij het invullen van de gedetailleerde vragenlijst kreeg ik gelijk een inzicht in het kostenplaatje én de suggestie hoe ik daar op kon besparen. Door bijvoorbeeld zelf op zoek te gaan naar tweedehands carrosseriestukken. ’s Avonds aan de tap van het dorpscafé spreek ik hem daarover aan. Tja, dat heeft hij zelf bedacht. Werkt sneller, is goedkoper en iedereen is tevreden. Bij dure schade gaat de klant toch op zoek naar alternatieven, zegt hij. Waarom dit niet toepassen in de zorg? Dat steeds meer patiënten op internet zelf naar informatie zoeken kan niet ontkend worden. Op die manier hebben ze  dus zelf een actief aandeel in hun zorgproces. Voorafgaand aan een poliklinisch bezoek zouden die patiënt dan ook in een beveiligde online-omgeving bijvoorbeeld vragenlijsten kunnen invullen. Daardoor zou niet alleen hij maar ook de specialist over voorkennis kunnen beschikken vanaf het moment dat de consultatie begint. Dit levert tijdwinst op en een hogere kwaliteit van zorg. En na het bezoek kan de patiënt de voorgestelde behandeling thuis op de computer of tablet nalezen.  En het verhaal gaat verder. Patiënten kunnen thuis ook andere vragenlijsten invullen, dagelijks de eigen bloeddruk bijhouden of online of via een mobiele app een dagboekje invullen over hun eetgedrag of beweegactiviteiten. Op die manier kan de (na)behandeling geëvalueerd worden. Bij vragen kan de patiënt het ziekenhuis direct via de beveiligde berichtenmodule om advies vragen en het eigen behandelteam van de patiënt zou dan binnen de afgesproken tijd kunnen reageren. En bovendien kan de informatie die de patiënt online invoert,  zo direct worden opgenomen in het medisch dossier.  Er is – in Nederland natuurlijk- al een ziekenhuis dat daarmee experimenteert.  De patiënt 2.0 bestaat.

U moet hem alleen maar willen zien.
Marc van Impe

12:32 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

17 april 2013

Wilt u nog gereanimeerd worden?

Een Duitse vriend van mij die bij de Europese Commissie werkt, vertelt hoe verbaasd hij was toen hij bij zijn opname in een Brussels privé ziekenhuis -het betrof een niet ongevaarlijke ingreep- wel gevraagd werd naar zijn status bij zijn hospitalisatieverzekering maar niet eens de vraag kreeg of hij wel gereanimeerd wilde worden. Stel dat het fout gaat, dan is dat toch de eerste vraag die een arts zich moet stellen, zegt hij. Hij begrijpt niet hoe men in dit land van euthanasie en palliatieve zorg de patiënt deze vraag niet durft te stellen. Bovendien droeg hij zijn penning. Dat was toch duidelijk, nicht? In Duitsland, maar ook in Nederland en de Scandinavische landen wordt deze vraag courant gesteld bij een acute opname in het ziekenhuis. Vaak, maar niet altijd, is dat het geval bij een oudere patiënt die al meerdere aandoeningen onder de leden heeft. Zinvolheid van het behandelen van een eventuele hartstilstand bij deze patiënt en de daaraan verbonden eventuele behandelbeperking moet goed genoteerd worden in het medisch dossier. En als de opnemend arts het niet vraagt, dan is het wel de verpleegkundige op de verpleegafdeling waar de patiënt opgenomen wordt. Per slot moet je als zorgverlener toch weten wat je moet doen, mocht er zich een acute noodsituatie voordoen.  Sterker nog, vaak worden zorgverleners achteraf geconfronteerd met een verwijt van de familieleden, want dit ‘zou vader nooit gewild hebben’.
Iemand die me zeer nabij is, werd na een massieve hartaanval tot zijn verbijstering wakker met een kunsthart en kreeg nadien -tegen zijn zin, zegt hij nu- een ruilhart ingeplant. Nu gaat hij gebukt onder schuldgevoelens, gefrustreerd en depressief door het leven. De spoedafdeling, zoals ik nog niet zo lang geleden mocht ervaren, is niet de geschikte afdeling om die vraag te bespreken. De patiënt verkeert daar in een noodsituatie met pijn, kortademigheid, verwardheid of in ieder geval een verminderde mogelijkheid om goed na te denken. En dat alles onder tijdsdruk. Soms de al te nadrukkelijke nabijheid van gezinsleden. Bovendien is de vraag met betrekking tot al of niet reanimeren  niet eenvoudig te beantwoorden. ‘Wat is reanimeren eigenlijk?’ ‘Denkt de dokter dat ik doodga?’ Omgekeerd zijn er patiënten die er wel van tevoren over nagedacht hebben, maar voor wie een euthanasieverklaring te ver gaat. Daarom moet deze vraag besproken worden met de huisarts. Die kan dan zo’n verklaring rond reanimatie in het EPD-systeem opnemen. Ik ben er voor dat het niet mogelijk moet zijn om het opnamedossier af te sluiten voordat deze vraag met een ja of nee  is. Mijn antwoord is gekend. Ik hoef geen penning.
Marc van Impe

12:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

14 april 2013

Wetenschapsfraude: de logica van de autofabriek

 

Als er een zonde is die in Vlaanderen enthousiast beoefend wordt dan is het wel de hypocrisie.  We zijn hypocriet als het gaat over ons bankwezen, onze zwarte economie, onze sport, onze politiek en nu ook blijkbaar over onze wetenschap. Ik lees in alle kranten dat er  geschokt gereageerd wordt op de wetenschappelijke fraude door een biowetenschapper van de VUB. Wat er niet in de krant staat is dat men niet zozeer geschokt is over de manier waarop het zogenaamd wetenschappelijkonderzoek gevoerd werd en hoe uitslagen gemanipuleerd werden, maar over het feit en de wijze waarop de waarheid aan het licht is gekomen.  
Ach, je hebt studies die de uitkomsten van vorige onderzoeken nuanceren of bijstellen, ten gunste of ten ongunste. Meestal bestaat daar weinig twijfel over. En ze passeren meestal onopgemerkt. Dan heb je studies die uitkomsten van vorige studies radicaal tegenspreken. Die zijn meestal  wél juist.  Om de eenvoudige reden dat niemand die bij zijn hoofd is zijn carrière gaat riskeren door de publicatie van totale nonsens.  Die studies vangen wel de meeste tegenwind want zijn vaak politiek niet correct. Neem nu de befaamde zoutstudie. Of de recente cortisolstudie. En dan zijn er de studies die een vooraf ingenomen politieke stelling bevestigen. Die studies dienen niet de wetenschap maar beleidslijnen, die uitgestippeld werden door ziekenfondsen, FOD’s of ministers. Die laatste zijn in ons land legio: meestal kondigen ze weinig goeds aan. Alle auteurs van al die studies staan onder druk.  
De vraag is hoe men de fraude wil bestrijden. KULeuven-rector Mark Waer had al een idee, het klinkt -hoe kan het anders- katholiek: sensibilisering, controle en repressie. Too little too late, zeg ik.
Wetenschappelijke fraude is niet nieuw. Op dezelfde dag dat het fraudenieuws van de VUB bekend raakte, publiceerde het tijdschrift EOS namelijk een enquête waarin één op twaalf Vlaamse medische wetenschappers toegeeft onderzoeksmateriaal te verzinnen of minstens te “masseren”.  Vlaamse rectoren reageren unaniem geschokt op dit nieuws. Dat is op zijn minst hypocriet. Ofwel waren ze ziende blind ze onbekwaam. Of ze knepen een oogje dicht, en dan zijn ze corrupt.  In elk geval  oogsten ze wat ze gezaaid hebben.  Zoals de Gentse professor Paul Verhaeghe het al overtuigend beschreef ,- en hij is de enige niet, zie het Slow Science Manifesto van de Vooruitgroep - zijn universiteiten op relatief korte tijd geëvolueerd naar corporate bastions waar enkel nog kwantiteit en rendement van belang zijn, met alle gevolgen van dien.  Aan de basis van dat alles ligt het onderwijsdecreet van Frank Vandenbroucke dat gebaseerd is op het romantische beeld van de Angelsaksiche elite universiteit. Dat decreet financiert universiteiten  op basis van hun output. Het perfide resultaat is niet alleen meer geslaagde studenten maar ook een toegenomen aantal publicaties in Engelstalige toptijdschriften, meer afgeleverde doctoraten, meer lezingen op internationale congressen, meer citaten  door collega’s en dus ook meer externe projectgelden. Kwaliteit wordt vervangen door kwantiteit. Giet daar de saus van de evidence based leugen over, waarbij het aantal eensluidende citaten primeert boven de onthutsende afwijkende mening van de dappere eenling, en men heeft altijd gelijk. Aan de universiteiten heerst nu de rendementslogica van de autofabriek. Die logica zorgt er voor dat jaarlijks honderdduizenden voertuigen moeten teruggeroepen worden omwille van een ingebouwd mankement. Alleen, auto’s kan je nog terugroepen. Patiënten overleven het onverstand vaak niet. Of zouden ze dat nu bij Ford en Opel ook beseffen?
Marc van Impe

21:15 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)