01 november 2012

Meer dan een half miljoen stofjassen

Ook al is het begrotingsgat zogenaamd dichtgereden, het wordt stilaan duidelijk dat deze regering er niet in slaagt om de zaken op orde te krijgen. We moeten allemaal nog maar eens inleveren.   Maar dat volstaat niet om de begroting in evenwicht te krijgen. Volgens Eurostat ligt het probleem in ons aantal ambtenaren. In ons land werkt één op de drie werknemers in de ambtenarij. Een record in de Europese Unie. Ja, zegt u nu, dat wisten we al. Breuken en verhoudingen zeggen echter niet alles. Daarom de naakte cijfers. Sinds de zogenaamde afbouw van het ambtenarencorps in 2008 nam het aantal ambtenaren in ons land … toe met 200.000 eenheden. Dat betekent dat we nu met z’n allen 1.136.937 ambtenaren onderhouden (cijfers van 31.12.2011).  En dat aantal blijft maar groeien.  Vooral de gemeenten en de provincies werven gretig aan: plus 26% tot 206.000 stuks. De gewesten wierven de voorbije jaren 23% meer ambtenaren wat goed is voor een totaal van 58.000 gewestelijke dreuzels. Maar het leeuwendeel van de aanwervingen ging naar de gezondheidszorg waar het aantal ambtenaren toenam tot 528.000 eenheden of plus 32%.  Voor Luc Coene, de gouverneur van de Nationale Bank die begin van dit jaar al alarm sloeg, is dit dé oorzaak van de ontsporing van de uitgaven.  Dus niet het voorschrijfgedrag van de artsen, niet de supplementen in eenpersoonskamers, niet de ongebreidelde consumptiedrang van de patiënt. Maar de virale wildgroei van het ambtenarencorps. Dat vertaalt zich overigens ook in een lawine van regeltjes, al dan niet retroactief: het Belgisch Staatsblad publiceert elk jaar alleen voor de ziekenhuiswereld 1.500 bladzijden.
Ik begon ooit mijn carrière als jongste ambtenaar op een of andere rijksdienst voor financiën. Elke week kregen we door een bode een twaalftal dossiers aangereikt. Het was onze opdracht op de naam en het adres van de aanvrager van een hypotheek over te schrijven op een steekkaart. Die steekkaart ging in een houten bakje dat op zijn beurt werd opgehaald door een andere bode. We waren met zijn tienen. Op een dag werd ik bij het diensthoofd geroepen. Er was een probleem. Mijn kaartenbakje was op maandagavond al vol. Dat stàk. Of ik niet wat trager kon werken. Ik garandeer u dat de tijden nog niet veranderd zijn. Zo weet men nog altijd niet hoeveel artsen er nu eigenlijk per discipline al dan niet aan het werk zijn.
Marc van Impe

09:29 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.