30 oktober 2012

Psychiaters zijn de boosdoeners niet

 

1. Niet toevallig zijn de artsen, internisten of psychiaters, controleartsen of verzekeringsgeneesheren die in België statements afleggen dat CVS een psychologische aandoening is, zelden of nooit aanwezig op gerespecteerde wetenschappelijke fora.  Hun publicaties situeren zich vooral in de lokale medische vakpers, en halen hoogstzelden de internationale wetenschappelijke vakbladen. Dat compenseren ze echter door in de populaire gezondheidspers en bij niet wetenschappelijke uitgevers makkelijk toegankelijke werken te publiceren die relatief hoge oplagecijfers halen en dan ookwel eens aangehaald worden in juridische en verzekeringstechnische discussies. Het is echter moeilijk hun ongelijk te doen aanvaarden, want hun uitspraken zijn overheid en verzekeringsindustrie welgevallig. Het is een schrale troost te weten dat het dezelfde soort specialisten zijn die jarenlang hebben volgehouden dat je van stress maagzweren kreeg of  hartritme stoornissen, zonder ooit een cardioloog gesproken te hebben. Of dat pijn hoofdzakelijk psychologisch is, m.a.w. als je er niet aan denkt voel je niets. Deze zelfverklaarde experts staan ook niet open voor argumenten die hun stelling weerleggen, die krijgen ze in de medische wereld dan ook niet. Maar ze krijgen wel hulp van paramedici die hier een kans zien om zich als medisch wetenschappelijk expert te profileren.

 

2. Omdat hun publicaties zo simpel geschreven zijn – terwijl iedereen weet dat wetenschap  niet altijd even simpel is-  krijgen ze makkelijk toegang tot beleidsmakers zoals ministers en al dan niet publieke verzekeringsinstellingen. Ze krijgen dan ook zitting in instellingen zoals de Hoge Gezondheidsraad. Merkwaardig is dat ze deze functie gebruiken als verkoopsargument en bewijs van hun autoriteit. Echte wetenschappers verwijzen zelden of nooit naar hun extra-universitaire functies. Het zijn hun wetenschappelijke onderzoeksresultaten die de argumenten zijn van hun stelling. Je zal echter in dit land maar geplaagd worden door de zelfverklaarde specialisten die moeten beslissen of je al dan niet aan budget krijgt om je onderzoek verder te zetten.  

 

3. Het spijt me, zal je zo’n specialist nooit horen zeggen, als blijkt dat hij ongelijk heeft. Liever nog sluiten ze zich achteraan bij de goede rij aan, om zich daarna opnieuw naar voor te dringen. Daarbij aarzelen ze niet om gebruik te maken van nep-termen en neologismen. Wetenschappelijk woordcontaminatie, wat staat voor vervuiling, is een techniek die ze perfect beheersen.

 

4. Het heeft al evenmin zin om alle psychiaters aan te vallen. Dat is ongepast en beledigend voor deze artsen die net zoals hun collega’s proberen zo goed mogelijke geneeskunde af te leveren. Men mag echter wel die ondertussen welbekende psychiaters die de CVS-patiënten onrecht aandoen, over de hekel halen. Maar alle psychiaters over dezelfde kam scheren, zoals ik dat nog wel eens hoor, is beledigend en destructief. We kunnen beter onze energie stoppen in meer en betere informatie aan artsen en hulpverleners, want desinformatie is geen natuurlijk gegeven maar aangeleerd gedrag. Onbegrip is niet het gevolg van de natuur maar van kwaad opzet, intellectuele luiheid of onkunde. Daar aan verhelpen is de uitdaging voor alle CVS-activisten die niet bij de pakken willen blijven zitten.

 

Marc van Impe 

11:57 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

17 oktober 2012

Days

Mijn vriend wil euthanasie. Het zal nu een goed jaar geleden zijn dat we op een avond na een concert samen naar huis reden. Hij kloeg over pijn in de maagstreek. Ga naar de dokter, zei ik. Een week later kwam het verdict en het was niet goed. Nu luisteren we samen naar Dylan, praten over onze kinderen, drink ik zijn rode wijn en hij slokjes ‘echte cola’.  We praten tot het duister wordt en vergeten het licht aan te steken. Hij wil een draaiboek voor zijn afscheid, zegt hij. En wie er ceremoniemeester zal zijn? Er moet goede muziek zijn, iemand moet aanspreekpunt zijn voor de buitenwereld, er moet voor wat eten gezorgd worden, een goede fles single malt. Hij werkt aan zijn checklist. Zo zit hij in elkaar. Altijd veel internationaal gereisd. Op tijd komen. Boarding pass, paspoort, voucher. Altijd onderweg. Mensen geïnterviewd. Reportages geschreven. Doorgevraagd tot hij echt wist hoe de zaken in elkaar zaten. Georganiseerd, volhardend, met oog voor kwaliteit en voor stijl.  Zo wil hij gaan. Ik rij naar huis en sta op scherp. Bij Rumst word ik geflitst. In gedachten rijd ik traag door het donkere landschap. Op de radio zingen de Kinks. In werkelijkheid dus 138 km per uur. Niets bijzonders?, vraagt de geleerde vrouw. Ik hang mijn jas op. Een vallende ster gezien, zeg ik. Het wordt koud ’s avonds. De haard moet aan. Je vriend zijn vrouw heeft gebeld, zegt de geleerde vrouw. Het wordt heel koud.
Marc van Impe

12:08 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (3)

13 oktober 2012

Namen noemen


In ons land bestaat er nog altijd een grote aarzeling tegenover patiëntenreviews. Artsen vrezen dan weer dat hun naam en faam ongefundeerd bekritiseerd kan worden in het openbaar, en zeggen dat ze het lastig hebben om zich te verweren omwille van hun beroepsgeheim. In onze buurlanden, met name in Nederland en het Verenigd Koninkrijk is deze praktijk zelfs bij wet geregeld. Ziekenhuizen, zorginstellingen en zorgverstrekkers worden er ongenadig aan het kritisch oordeel van hun patiënten onderworpen. De patiëntenreviews over artsen en andere professionals op internet zijn daar niet meer weg te denken. Dit alles zit er ook in ons land aan te komen. Nu al circuleren op Facebook ervaringen, kritieken en waarderingen van patiënten over u waar u als zorgprofessional geen weet van hebt. Uit Nederlands onderzoek blijkt nu dat artsen hier hun voordeel mee kunnen doen. Dat zegt Jacqueline Baardman van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie NPCF, een van de initiatiefnemers van patiëntenreviewsite ZorgkaartNederland.  Volgens Baardman is de kans op een publiekelijke naming and shaming klein, omdat het merendeel van de reviews positief is. “Inmiddels zijn er meer dan 80.000 geplaatste patiëntenreviews en is de gemiddelde beoordeling een 7,4. De behoefte om positieve feedback te geven, is groot. De zorg komt zo dichtbij. Bovendien is het niet louter eenrichtingsverkeer, iedereen die een review heeft geplaatst, moet daarop aanspreekbaar zijn door ons. Bij een negatieve beoordeling verwachten wij een onderbouwing. We willen geen klaagmuur zijn en begrijpen de enorme impact van een slechte beoordeling op een zorgverlener of een instantie.” Ook de Nederlandse KNMG, die vorig jaar nog uiterst kritisch stond tegenover Baardmans initiatief,  heeft ondertussen een ‘welwillende kritische houding’ aangenomen. Volgens  Lode Wigersma van de KNMG  “zijn artsen zijn inmiddels meer gewend aan patiëntenreviews en zien ze dat het wel meevalt”. Er zijn wel een paar voorwaarden. In Nederland wordt ZorgkaartNederland weliswaar gesponsord door een aantal zorgverzekeraars maar dat betekent niet dat dit een instrument is dat door de ziekenfondsen gecontroleerd wordt en via welk kanaal slinks kritiek en sfeer gecreëerd wordt rond de zorgverstrekkers. En het NPCF is geen mantelorganisatie van een groot ziekenfonds, maar een echt onafhankelijk initiatief.  
Marc van Impe

13:01 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)