14 juli 2012

Geluk gewenst

Ik moest voorbidden op het familiefeest. Schoonzus werd zestig. Ik nam een slok en zei: ”Heer zegen die schoonzus voor al haar talenten, die Gij haar gegeven hebt, en vervul haar met uw weldaden.”  Wist u dat er een gebed voor schoonzussen bestaat? Ik in elk geval niet. Ik kwam dit gebed(je) tegen toen ik op zoek was naar literatuur over grote gevoelens zoals hoogmoed, jaloersheid en geluk.  Niet dat mijn schoonzus die eigenschappen koestert. Wat me wel bij de vraag brengt hoe slecht je moet zijn om iedereen gelukkig te willen maken? Het is historisch en sociologisch bewezen dat heilsprofeten, of beter heilsdictators die opkomen voor ’t nut van ’t algemeen, meestal de kortste weg naar langdurige en grondige ellende aanleggen. Verwondert het me dan dat de gelukscampagnes meestal op een sisser uitlopen? Kan iemand me –het mag op een pseudowetenschappelijke wijze- uitleggen hoe succesvol dat gelukplukken ooit geweest is.
Kunnen we niet beter groots opgezette feesten organiseren waar de nonkels Van Grauwel zich aan hun ijdele lusten mogen te buiten gaan? Eén keer per jaar en dan weer aandacht voor echte zaken. Zou dat niet juist zijn? Overigens is het zo dat wie zich gelukkig wil voelen, moet eerst eens ongelukkig geweest zijn. By the way: een gebed voor schoonbroers bestaat er niet. Maar die kunnen altijd een cursus mindfulness volgen. Wij besloten de avond in de tuin onder de lampions. Je kan, zei ze, als je wil, ook aardig zijn. De geleerde vrouw liet me naar huis rijden. De vakantie komt er aan.

Marc van Impe

18:09 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

12 juli 2012

RQ

Hoe komt het dat de ene arts de juiste diagnose stelt die zijn collega over het hoofd gezien heeft? Beschikt die arts over meer kennis, een wonderbaarlijk inzicht of is hij gewoon geniaal? In elk geval is het zo dat hij niet zelden de irritatie, zo niet de woede van zijn collega’s op de hals haalt. Wie boven het maaiveld uitsteekt moet ook in de medische wereld, de kop af. De nieuwste trend in de geneeskunde is het uitzetten van zorgtrajecten. Die beginnen bij een diagnose. Een vaak foute diagnose dus. Daarom zijn ijzeren zorgtrajecten een gevaar voor patiënten. De patiënt kan worden doodbehandeld. Professor Dylan Evans, auteur van het boek Risk Intelligence: How to live with uncertainty zegt de oplossing gevonden te hebben: mensen zijn nu eenmaal slecht in het inschatten van propabiliteiten. Ze lijden of aan een gebrek aan zelfvertrouwen of aan een teveel ervan. Slechts een minderheid van de mensen slaagt er in een intuïtieve kansberekening te maken. Evans, die een doctoraat in de filosofie haalde aan de London School of Economics specialiseert zich in risico intelligentie. Zeer goede dokters zijn als beroepsspelers, zegt hij: niet alleen beschikken ze over een  meticuleuze kennis van de regels van het spel maar kennen ze vooral zichzelf. Wie die twee eigenschappen niet kan combineren heeft een laag risico coëfficiënt (RQ). In een onderzoek stelde hij vast dat 90 percent van de artsen pneumonie diagnosticeerden, waar in werkelijkheid slechts 15 percent van de patiënten aan die aandoening leed. Die artsen die een foute diagnose stelden bleken stuk voor stuk aan een teveel aan zelfvertrouwen te lijden en dachten dat ze het allemaal wel wisten. “Mensen komen bij mij omdat ze ziek zijn,” zegt een van mijn kennissen in de medische stand en hij voegt er cynisch aan toe: “Als ze gezond willen zijn gaan ze maar elders.” Evans zegt dat artsen zoveel beslissingen op zo’n korte termijn moeten maken dat ze niet eens de kans krijgen een goed diagnosemodel op te stellen. “Nochtans gingen die dwalende artsen risico’s niet uit de weg. Ze hadden er zelfs zin in, een bepaald soort appetijt dus. Maar dat betekent niet dat ze over een grote risico intelligentie beschikten. Appetijt is emotie, intelligentie is cognitie. De gevaarlijke combinatie is een grote appetijt voor risico en een lage risico intelligentie. Combineer dat met de need for closure en je bent op weg naar de mislukking.” Dat is de behoefte om ergens definitief van te weten en niet in onzekerheid voort te leven. Heel wat mensen willen absoluut een antwoord, om het even welk antwoord, ook als er geen eenduidig antwoord is. Mensen die veel behoefte aan afsluiting hebben scoren hoog, anderen laag. Wie hoog scoort heeft behoefte aan orde en voorspelbaarheid en heeft hekel aan twijfel, wie laag scoort is flexibeler en is vaak veel creatiever. Mijn behoefte aan duidelijkheid en afronding is nogal willekeurig. Ik hou niet van ijzeren trajecten. Of toch?  ’s Ochtends schrijf ik columns, ’s avonds gedichten. Nooit andersom.
Marc van Impe  

19:08 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

10 juli 2012

Goochelaars

Ook al vliegt de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel, zegt het spreekwoord maar dat geldt niet voor leugens die psychologen vertellen. Voor u naar mij uithaalt, dat is niet mijn conclusie maar die van professor Eric-Jan Wagenmakers van de universiteit van Amsterdam die zegt dat positieve resultaten in de wereld van de psychologie werken zoals geruchten: makkelijk te verspreiden moeilijk te ontkrachten. Ze halen de voorpagina in de vakpers, zijn dominant in het debat en wanneer ze herhaald moeten worden leidt dit vaak tot niets, maar daar verschijnt geen letter over of die wordt niet gelezen. “Er zijn experimenten van wie iedereen weet dat ze niet kunnen herhaald worden, maar dat haalt de literatuur niet,” zegt hij. Dat maakt het psychologisch onderzoek zo stevig als een kaartenhuis. Niet dus. Twee voorbeelden: vlakbij huis Diederik Stapel die de hufterigheid van vleeseters in scène zette. En ver van huis Robert Spitzer die beweerde dat hij holebi’s kon genezen middels een conversie therapie. Maar er is zoveel meer. John Ioannidis, een epidemioloog aan de Stanford School of Medicine in California stelt dat “de meeste gepubliceerde onderzoeksresultaten vals zijn.” Daniele Fanelli, socioloog aan de University of Edinburgh, stelt onomwonden dat psychologie en psychiatrie vijf maal onbetrouwbaarder zijn dan ruimtevaartkunde, de meest betrouwbare wetenschap. Fanelli onderzocht meer dan 4600 studies gepubliceerd tussen 1990 en 2007.  In 1959, had de statisticus Theodore Sterling al vastgesteld dat 97% van de studies in de vier belangrijkste publicaties eenzijdig positief waren. In 1995 was er niets veranderd. Statistisch gezien kàn dit niet. Een verklaring voor dit pathologisch leugenachtig gedrag is het feit dat de psycholoog of psychiater de nadruk legt op een “slightly freak-show-ish” resultaat, zegt Chris Chambers, een experimenteel psycholoog aan Cardiff University. “High-impact journals often regard psychology as a sort of parlour-trick area,” citeer ik hem letterlijk. De onderzoeker als goochelaar dus. Simmons weet waarover hij het heeft. In Psychological Science ‘bewees’ hij dat luisteren naar de song When I'm Sixty-four van The Beatles het leven van de luisteraar verkort met anderhalf jaar.  Ik kan u deze vakantie de lectuur van Nature in deze aanraden. Ondertussen kunt u met cognitieve gedragstherapie ongeveer alles genezen: een oorlogstrauma, chronische vermoeidheid, de pijn van het zijn en die tweet in uw oor. Veel leesplezier gewenst en een goede vakantie. En na een voorspoedige hemelvaart gezond weer op! You can never underestimate the stupidity of the general public, schreef Scott Adams in The Dilbert Future.
Marc van Impe

22:37 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)