12 juli 2012

RQ

Hoe komt het dat de ene arts de juiste diagnose stelt die zijn collega over het hoofd gezien heeft? Beschikt die arts over meer kennis, een wonderbaarlijk inzicht of is hij gewoon geniaal? In elk geval is het zo dat hij niet zelden de irritatie, zo niet de woede van zijn collega’s op de hals haalt. Wie boven het maaiveld uitsteekt moet ook in de medische wereld, de kop af. De nieuwste trend in de geneeskunde is het uitzetten van zorgtrajecten. Die beginnen bij een diagnose. Een vaak foute diagnose dus. Daarom zijn ijzeren zorgtrajecten een gevaar voor patiënten. De patiënt kan worden doodbehandeld. Professor Dylan Evans, auteur van het boek Risk Intelligence: How to live with uncertainty zegt de oplossing gevonden te hebben: mensen zijn nu eenmaal slecht in het inschatten van propabiliteiten. Ze lijden of aan een gebrek aan zelfvertrouwen of aan een teveel ervan. Slechts een minderheid van de mensen slaagt er in een intuïtieve kansberekening te maken. Evans, die een doctoraat in de filosofie haalde aan de London School of Economics specialiseert zich in risico intelligentie. Zeer goede dokters zijn als beroepsspelers, zegt hij: niet alleen beschikken ze over een  meticuleuze kennis van de regels van het spel maar kennen ze vooral zichzelf. Wie die twee eigenschappen niet kan combineren heeft een laag risico coëfficiënt (RQ). In een onderzoek stelde hij vast dat 90 percent van de artsen pneumonie diagnosticeerden, waar in werkelijkheid slechts 15 percent van de patiënten aan die aandoening leed. Die artsen die een foute diagnose stelden bleken stuk voor stuk aan een teveel aan zelfvertrouwen te lijden en dachten dat ze het allemaal wel wisten. “Mensen komen bij mij omdat ze ziek zijn,” zegt een van mijn kennissen in de medische stand en hij voegt er cynisch aan toe: “Als ze gezond willen zijn gaan ze maar elders.” Evans zegt dat artsen zoveel beslissingen op zo’n korte termijn moeten maken dat ze niet eens de kans krijgen een goed diagnosemodel op te stellen. “Nochtans gingen die dwalende artsen risico’s niet uit de weg. Ze hadden er zelfs zin in, een bepaald soort appetijt dus. Maar dat betekent niet dat ze over een grote risico intelligentie beschikten. Appetijt is emotie, intelligentie is cognitie. De gevaarlijke combinatie is een grote appetijt voor risico en een lage risico intelligentie. Combineer dat met de need for closure en je bent op weg naar de mislukking.” Dat is de behoefte om ergens definitief van te weten en niet in onzekerheid voort te leven. Heel wat mensen willen absoluut een antwoord, om het even welk antwoord, ook als er geen eenduidig antwoord is. Mensen die veel behoefte aan afsluiting hebben scoren hoog, anderen laag. Wie hoog scoort heeft behoefte aan orde en voorspelbaarheid en heeft hekel aan twijfel, wie laag scoort is flexibeler en is vaak veel creatiever. Mijn behoefte aan duidelijkheid en afronding is nogal willekeurig. Ik hou niet van ijzeren trajecten. Of toch?  ’s Ochtends schrijf ik columns, ’s avonds gedichten. Nooit andersom.
Marc van Impe  

19:08 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.