17 januari 2012

Namen noemen

Het vervelende aan al dat gedoe met het Riziv en met de adviserende geneesheren van het ziekenfonds is dat de patiënt meestal alleen staat met zijn verhaal. Dat hij vaak zelfs niet weet met wie hij nu eigenlijk gesproken heeft. Adviserende geneesheren blijken zich in de regel niet voor te stellen. Toch zijn ze verplicht een naamkaartje te dragen, net zoals andere zorgverstrekkers, maar dat hangt dan meestal aan de jaszak als het al niet in de zak zit. Namen noemen kan daarom nuttig zijn. Daarom hier het verhaal waarin niet alleen de patiënt maar ook de adviserende geneesheer aan het woord komt. In de hoofdrol dokter Catherine Haentjes, van het ziekenfonds Partena, plaats van het gebeuren: Coupure , Gent, we schrijven 2008. Op de vraag van een patiënte of ze geen therapie kon proberen om deeltijds opnieuw aan het werk te gaan kreeg deze te horen: “Zeg, wie denk jij wel dat je bent, de ziekenkas is wel voor mensen die echt ziek zijn en niet voor mensen zoals u die nog willen werken. En gij moet niet klagen gij, want gij woont alleen, gij weet niet wat dat is voor mensen die kinderen hebben zeker.” Bijzonder fijngevoelig van een arts tegenover iemand die al twintig jaar met haar gezondheid sukkelt en die het daardoor maar niet lukt om een vaste relatie op te bouwen, laat staan aan kinderen te beginnen. Als de patiënte daarop in tranen uitbarst luidt het met de empathie die de echte arts kenmerkt: “Maar meisken toch, misschien moet ge ne keer bij een psychiater gaan en kom dan ne keer terug met een verslag.” Dat bleek patiënte al gedaan te hebben, en die dokter had haar terecht naar de afdeling fysische geneeskunde van het UZ Gent teruggestuurd , ze had zelfs een lijstje van alle artsen die haar daar volgden.  Zegt dokter Haentjens: “ Aja? Denkt ge dat wij niks beter te doen hebben. Denkt ge nu echt dat wij ons gaan bezighouden met het UZ en dergelijke op te bellen?” Patiënte gaat in beroep en de beslissing haar te schorsen wordt ingetrokken. Op eigen vraag mag ze aan graded excercise beginnen. “Na een lange omweg en enkele fouten van hunnentwege kon ik zogezegd aan een progressieve stage beginnen. Ik had zelf gevraag om te beginnen met 4 a 8 u per week en als dat goed ging op te bouwen.” Krijgt ze van haar jobcoach Tim Vincent te horen dat ze eigenlijk wel 12 uur aan kan. Wat uiteindelijk 19 uur per week werden. “Resultaat, na 2 weken ben ik volledig gecrasht en heb ik contractbreuk moeten plegen. Ik klaagde bij de persoon die boven Tim stond en die zei letterlijk: ‘Ja wat de VDAB over ons vertelt klopt niet helemaal. En wij hebben sinds een half jaar opdracht van de overheid gekregen om geen rekening meer te houden met jullie beperking maar jullie zo vlug mogelijk aan het werk te krijgen… sinds die crash in oktober ben ik achteruitgegaan en nooit weer echt op mijn oud niveau gekomen.” Daarop moet patiënte in 2010 verschijnen voor een commissie van het RIZIV Gent onder voorzitterschap van geneesheer –inspecteur Dr. Jozef Van Steenberghe, die de catch 22 regel bovenhaalt: “Aangezien u reeds een 20 tal jaar gezondheidsproblemen heeft en het u daardoor niet lukt om te werken, maar werkzoekend was op het ogenblik dat u ziek viel, komt uw niet in aanmerking om op de ziekenkas te blijven staan en achten wij uw geschikt voor de arbeidsmarkt. U zult zelf een oplossing moeten vinden...”  Als patiënte opmerkt dat ze op eigen initiatief  al wat vrijwilligerswerk doet is het schip helemaal aan. “En ja dan moest ik mij nog bukken en kreeg de opmerking, ‘Ge zijt nog lenig genoeg.’”

Marc van Impe 

18:07 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.