14 september 2011

Toezicht moet ook evidence-based

Als geneeskunde en zorg evidence based moeten zijn, dan zeker het toezicht ook. Het wordt dus hoog tijd dat de inspectie voor de gezondheidszorg wetenschappelijk onderbouwd gaan werken. En dat is lang niet het geval. De manier waarop het toezicht in ons land wordt georganiseerd is meer à la tête du client dan wat anders. Meestal doet de overheid een beroep op bevriende decanen van de medische faculteiten. De relatie hangt meer af van de zin voor en de beheersing van de technieken der public relations dan van de wetenschappelijke kwalificaties. Voor wetenschappelijk advies rekruteert men in voorkomend geval graag bij de Koninklijke Academie, voor veldcontrole doet men een beroep op artsen die zich om de meest variabele redenen geroepen voelen om veldwachter te spelen. Dat is niet alleen in ons land zo.

In Nederland deed men diepgaand onderzoek naar de kwaliteit van de inspecteurs. De conclusie was onthutsend. De wetenschap achter het toezicht staat nog in de kinderschoenen, concludeert de Nederlandse Gezondheidsraad na een literatuurstudie. Nederland investeert in het onderzoek naar de kwaliteit van zijn toezicht 3 miljoen euro onderzoekssubsidie in een periode van vier jaar. Daarnaast ontmoeten externe onderzoekers en de medewerkers van de IGZ elkaar in een academische werkplaats, volgens het advies ‘Een goede manier om de interactie tussen wetenschap, praktijk en onderwijs vorm te geven.’ In België niets van dat alles. Hier bestaan geen criteria voor geneeskundig inspecteurs, het is zowat de afvalbak van de opleiding geworden. Hier kunnen gewezen huisartsen die inspecteur geworden zijn bij de DGEC onverbloemd op hun website mededelen dat ze voor die carrière gekozen hebben omdat ze het zware huisartsenwerk moe waren. Toezichthouder als uitkomst na burn out, als het ware. Daarop past maar één reactie, zoals de geleerde Sjef van Oekel het zei: Reeds!

Marc van Impe

20:37 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.