25 juni 2011

Démon de la pension

Mijn vriend de huisarts nadert de kaap van de vijfenzestig. Hij heeft besloten om met pensioen te gaan. Hij heeft keurig gespaard, de extra takken van zijn pensioenverzekering gesteund en versterkt, zijn sociaal statuut optimaal uitgebouwd en… is de sleur en paperassen in zijn huisartsenpraktijk moe. De laatste hetse rond de vaccinatiecampagne was er voor hem teveel aan. De beslissing kwam dus een beetje impulsief.

Het pensioen is een van de mooiste vondsten van de westerse mens. Niet meer moeten. Anderzijds zet het de mens met een klap buiten de maatschappij: hij is vanaf nu overbodig en dat in een van de belangrijkste fasen van zijn leven. Zoals de meeste mensen van zijn leeftijd, tussen 65 en 75, verkeert mijn vriend in een uitstekende conditie. Hij heeft de gevaarlijke jaren tussen 48 en 55 overleefd: geen burn-out, geen hart- of herseninfarct, altijd matig gedronken en gegeten, geen darmpoliepen, op tijd gestopt met roken, geen spatje Alzheimer of dementie,  zelfs geen demon du midi die zijn vermogen op slag zou gehalveerd hebben. Hij is flink, gezonder dan ooit tevoren en begiftigd met een enorme levenslust. Hij gaat reizen, wil de Zuidpool ontdekken nu hij er nog is, de boeken lezen die zich jaren hebben opgestapeld, muziek beluisteren en met zijn vrouw van het theater genieten en toch mankeert hem iets. Hij wil vooral respect. In het Oosten zou hij oud en dus wijs zijn maar hier is hij goed voor een huldiging en daarna vooral niets zeggen. Niemand die hem om raad vraagt. Eigenlijk heeft hij nu al spijt van zijn beslissing. Ik weet dat hij ondanks zijn reis naar Egypte, zijn short breaks naar Wenen, Valencia en Sint-Petersburg, zijn wandelweken in een godvergeten Ardens dorp, terug verlangt naar het gezelschap van zijn jongere collega’s. Maar niemand die hem belt. Hij gaat een wijncursus volgen, gastronomisch leren koken en een oldtimer restaureren. Hij gaat leren schilderen en laat zijn baard groeien. En hij gaat vooral zijn dagdagelijkse praktijk missen.

Dit weekend dronken we samen een betere Bordeaux. Hij vertelde waar hij zich deze zomer, toen hij voor het oefenen naar Mexico was gereisd, aan geërgerd had: aan mannen, zwetend, dunne witte benen in shorts, een strohoed op het rode hoofd en een flesje water in de hand. Oude mannen, snoof hij.

Gelukkig, bedacht ik, ik heb nog een half decennium te gaan.

Marc van Impe

10:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.