28 april 2011

Falsifieerbaar

Er kan geen paradigma shift plaats vinden zonder dat de oudere auteurs van de vorige  paradigma shift overleden of tenminste uitgeschakeld zijn. Dit is een vaststaand gegeven in de wetenschap wat reeds door Thomas Kuhn in The Structure of Scientific Revolutions (1962) beschreven werd en wat in feite een pleidooi is voor het toepassen van actieve eugenics op oudere  wetenschappers. (Schiet nu op de auteur). Een mooi voorbeeld is Lord Kelvin die ooit in 1900  zei:  "There is nothing new to be discovered in physics now.  All that remains is more and more precise measurement." Vijf jaren later  publiceerde  Albert Einstein zijn relativiteitstheorie die zowat de hele basis die Newton legde, op de helling zette. En Kelvin gelukkig nog niet bij het grof vuil. En die had toch voor tweehonderd jaar het ritme bepaald van de fysica. Kuhn had echter geen hinder van doctrinaire dachters.

 In de geneeskunde doet zich hetzelfde voor. Handicap van de geneeskunde is echter dat nogal wat pseudowetenschap zich in de academie genesteld heeft en dat die juist de grootste hinderpaal is voor de paradigma shift die zich opdringt.  We hebben het, hoe kan het ook anders,  over die afdeling van de psychiatrie die zich graag concentreert op de waan van de dag. We citeren in deze graag Karl Popper die zei dat elke authentieke wetenschap falsifieerbaar is wat van de psychiatrie moeilijk kan gezegd worden. In de jaren zeventig vroeg de Nederlandse zielenknijper Swami Deva Amrito alias Jan Foudraine wie van hout was. Iedereen en niemand dus.  Behalve de schizofrenen dan. Kwam Gestalt er aan. Nog minder beeld. Dan de cognitieve therapieën die ons zouden leren aan wat anders te denken dan we al dachten en die vooral goed zijn om soldaten het veld in te sturen. Nu de mindfullness waarbij we verondersteld worden niet aan het verleden maar het heden te denken. Te veel heiligengepraat. Het doet me echter niet twijfelen aan de fundamentele veranderingen in medische wereld die de  laatste twee decennia ontstaan zijn in de patiënt-artsrelatie. Dat is heel wat maar nog niets vergeleken met wat ons te wachten staat. Diverse ontwikkelingen liggen hieraan ten grondslag:

- de veranderde wettelijke context van de patiënt-artsrelatie, zoals vastgelegd in de wet op het recht op de inzage in alle dossiers;

 - de ontwikkelingen rond een elektronisch patiëntendossier, waarbij als Europa de kans krijgt, de kans niet gering is dat er voor een groep patiënten eerder een door de patiënt beheerd 'personal health file' is dan een EPD;

 - en de impact van internet die aanvankelijk vooral de toegang was tot alle relevante informatie over ziekte en behandeling, doch nu in toenemende mate verschuift  naar behandeling. Nog belangrijker is dat het gebruik van internet de relatie met de behandelaar fundamenteel verandert. De patiënt kan en mag verwachten dat hij of zij altijd (zij het a-synchroon) contact kan opnemen met de behandelaar voor advies, uitslagen, et cetera. Naast het persoonlijke contact zullen e-mailcontact en thuisbehandeling een belangrijke rol gaan spelen. Dit geldt niet alleen voor relatief eenduidige klachten, maar zeker ook voor de begeleiding van patiënten met een (complexe) chronische ziekte (thuis of met smartphone bepalen van bloeddruk, ecg, suiker, bloedspiegel van medicijnen). De patiënt komt niet naar de kennis, maar de arts komt met zijn kennis naar de patiënt;

 - de terechte eis van de overheid, voor zolang ze die durft te formuleren , dat de zorgveiligheid van de patiënt zal vergroten, wat vergt dat actuele patiënteninformatie beschikbaar moet zijn, bijvoorbeeld rond medicatieoverdracht - de arts moet altijd weten welke actuele medicatie een patiënt heeft.

Dit zijn fundamentele veranderingen en deze vragen veel van de organisatie van de gezondheidszorg en de daar werkende professionals. Dat de patiënt alle medische informatie mag inzien, is al moeilijk genoeg. Maar ontwikkelingen waarbij de patiënt een meer leidende rol krijgt en de rol van de arts naar die van regisseur of coach verschuift, zijn voor veel artsen een brug te ver.  Maar wat moet nu eigenlijk verwacht worden van de patiënt? De patiënt heeft immers wel rechten, maar natuurlijk ook veel plichten. Merkwaardig dat niemand, arts, noch overheid, noch ziekenfonds daar een antwoord op geeft. De paradigma shift is er dus nog niet. Er moeten eerst slachtoffers vallen.  Gelukkig zijn Kuhn en Popper er nog. En alles wat ik schrijf is wel falsifieerbaar.

Marc van Impe

10:33 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)

26 april 2011

Reaguurders

Ik heb een vriend en die is dichter, als hij niet in het parlement werkzaam is, en die mocht tante zeggen tegen de bisschop van Brugge. Op zondag als hij zijn jurk aan had. Tegenwoordig zegt hij niets meer over zijn nonkel Roger. Hij heeft zo wel gehad met de bisschop. Hij is niet alleen. Ik kom daar straks op terug. Wat Roger V.  heeft aangericht is niet min. Maar wie zegt dat dit misselijk makend is,  is hypocriet. Dit is wat gedurende jaren gangbaar was. Niet alleen in kerkelijke kringen –wat bepaalde lieden graag voorhouden- maar ook in sportverenigingen, muziekscholen, seminaries, tekenacademies, universiteiten, heropvoedingsgestichten, vakbonden, culturele bonden, jeugdbewegingen, vogelpikkringen en loze vissersclubs en overal waar ouderen omwille van hun functie moreel en fysiek gezag uitoefenen over jongeren. Dat moet ons mateloos storen en het is niet meer dan normaal dat daar tegen opgetreden wordt. Maar jarenlang was het wel de regel. Wat mij mateloos stoort is de hypocriete reactie van allen die dat alles tot voor kort met de mantel der liefde of nog erger met een schijn van begrip bedekten. Zoals in het boek Mijnheer doktoor een huisarts vergoelijkend vertelt hoe een boer zijn dochters misbruikte. Jarenlang werd dit verzwegen, werden de daders weliswaar geminacht, soms gevreesd, heimelijk bewonderd maar gespaard en waren de slachtoffers verneukelinkskes, sukkels, waarmee men meelij had. Iedereen wist het en niemand deed er wat aan. De biechtvaders zwegen. En nu staan de kranten vol van reacties van mensen,  die blijkbaar niet in contact staan met hun eigen oprechte gevoel maar die hun frustratie afreageren , frustratie die eigenlijk te maken heeft met heel andere zaken in hun leven. Mensen gebruiken lezersbrieven en liefst anonimiteit op Internetfora om die frustratie te uiten. Daar worden ze niet minder gefrustreerd van.  Het beleid zou zich moeten afvragen waar die frustratie vandaan komt, zodat het er iets aan kan doen. In het Nederlands hebben ze daar een nieuw woord voor: reaguurders, mensen die zich graag in disputen mengen, en daarbij hun gebrek aan zelfrespect en dat voor anderen waarover ze schrijven onbeschaamd uiten.  Reaguurders schrijven wat in ze opkomt. En dat, weet ik uit ervaring, is nooit goed.  Het wordt hoogtijd dat die vrijheid van emotie-uiting volgens de regels van respect en fatsoen worden ingeperkt. 

Hola, ga je de moraalridder spelen?  Vraagt de geleerde vrouw. Maar nee, ik vind dat je het pad zo breed mogelijk moet bewandelen en langs de rand van de afgrond groeien de mooiste bloemen, dus val je er ook wel eens in. Wie me kent weet dat ik hou van ongehoorzaamheid. Maar dat is iets anders dan grofheid. Ik ben van het leven en laten leven, maar niet van de emotie en de hypocrisie. Ik ben evenmin voor de censuur van de angsthaas die liever de dingen niet bij naam noemt.

Over dat laatste nu. Ofwel zijn alle specialisten, politici, regelgevers, beleidsmakers en bijstuurders al die jaren blind en doof geweest –wat wel eens zou kunnen: eigendunk is als oorsmeer en oogsnot een buffer voor de realiteit-, of ze wisten het wel -zoals wij allen- en ze deden niets. Ik ga er van uit dat de beleidsmakers niet opgegroeid zijn in een Poolse jeugdfilm uit de jaren vijftig met de gebroeders Kazcynski, ik hou het bij de laatste stelling. Toen ik mijn journalistieke carrière begon, was er het schandaal van Vrij en Vrolijk waar tot in 1974 arme socialistische kindjes door grote socialisten op vieze manieren gepakt werden. De linkse kerk is er nog altijd niet goed van en houdt zich sindsdien verre van alles wat met jeugdzorg te maken heeft. Paters met groene vingers, bisschoppen in het paars hebben die moede taak graag overgenomen. We hebben wat we gewild hebben.  

De rattenvangers zullen er altijd zijn. Ze waren er toen als de wiedeweerga bij. Nu hebben ze opnieuw big business geroken: het grote herstel. Rukt aan gij heir van logen en agogen! Rukt aan! U wachten zilverlingen en doctoraten. Zo dicht mijn vriend,  wiens tante nu ver in het verborgene van kluis naar klooster holt.

Marc van Impe

10:30 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (2)

24 april 2011

Volumeknop

Wetenschap is nu eenmaal een moeizame tak van sport, en soms gaat de weg voorwaarts via zijpaadjes en doodlopende stegen.  Het is zoals speleologie, eigenlijk. Soms loop je onherroepelijk vast en moet je gewoon terug naar af. Daar is meer moed voor nodig dan je denkt.

Dat brengt me bij een vraag die me regelmatig gesteld wordt.  Of ik wat tegen psychiaters heb? Hoe vaak heb ik die vraag al gesteld gekregen. Ik hoorde ooit een bekende Leuvense zielenknijper vertellen dat ik, die met de geleerde vrouw getrouwd ben, lijd aan Selbsthass. De man die me toen nog niet van gezicht kende schrok zich rot, toen ik hem voor die analyse van de kouwe grond bedankte, niet na een uurtje in de slag geweest te zijn over het geval Van Impe. Tot zover de anekdote.

Wat ik de psy’s niet verwijt is dat ze mensen willen helpen. Maar wel dat ze die hulp tot elke prijs willen opdringen. Er is een wet die aanzetten tot ontucht, drankmisbruik of geweld verbiedt. Er moest één bestaan die het opdringen van psychotherapie verbiedt. En wat ik hen nog meer kwalijk neem is dat ze koste wat kost, een verklaring proberen te vinden voor wat ze met hun ideologische kijk op de geneeskunde, niet begrijpen. En dat ze zelden of nooit hun ongelijk willen toegeven. Ze blijven liever vastzitten in de grot van hun eigen gelijk.

Gezondheid is een samenspel van lichaam, omgeving en ingesteldheid.  Ik wil de literaire begrippen geest en ziel bewust niet gebruiken. De vraag die ik me stel is hoe je een ziekte kan begrijpen als je niet weet waar het controlemechanisme zit. Het is zoals muziek van een CD spelen zonder te weten waar de volumeknop zit. Stel je voor dat je naar een uitvoering van de Brockes Passion van Georg Friedrich Händel zit te luisteren. In de loop van het concert slaat de volumeknop op hol. Eerst vallen de snaren uit. Vervolgens gaan de bassen zo hard dat ze alles overstemmen. Waarop de rieten er enkele decibels meer uitpersen. Ik wed dat je wegloopt van deze kakafonie. Op dezelfde wijze zorgt een ziekte ervoor dat een biochemisch proces op hol slaat. Verantwoordelijk voor dat alles zijn een specifiek soort moleculen , de microRNA’s.  Het microRNA is de volumeknop die maakt dat processen harmonieus verlopen. MicroRNA is nog niet zo lang geleden ontdekt en je kan het de oude geleerde heren die nog pap van Freud en Marx gekregen hebben en er niet zo goed weg mee weten, niet verwijten. Maar volgens professor Luke O’Neill, professor biochemie aan het Dublinse Trinity College, die ik vorige week aan de bar tegen kwam, spelen ze een bepalende rol in ons immuunsysteem en dus bij elke ziekte. MicroRNA’s zijn korte stukjes RNA die door genen gecodeerd worden. Ze remmen of starten de activiteiten van specifieke proteïnen en zijn dus de volumeknop van ons lichaam. O’Neill is zo’n vier jaar exclusief met microRNA bezig, dat oorspronkelijk bij wormen werd vastgesteld. Hij stelde vast dat microRNA onder andere inflammatie onder controle houdt. Hij vergelijkt het microRNA met een volumeknop. Zo maar, aan de bar bij een pint Guinness. “Na een infectie is het dus bijzonder belangrijk dat het microRNA het lawaai van lichaam weer tot een normaal volume kan brengen.” Deze zomer begint O’Neill met het onderzoek naar het getouwtrek tussen microRNA 155 en versie 21. Daar krijgt hij geld voor van de European Research Foundation. “Natuurlijk zijn we er nog niet, dit is basaal onderzoek. Maar we zijn er van overtuigd dat we op het goede pad zijn. Ziekten kunnen luid of zachtjes spelen, maar geluid maken ze. Een kwestie dus om de volumeknop te vinden. Die hebben we alvast.” En wat vindt hij van de psychotherapie voor inflammatoire aandoeningen? “Ik doe aan wetenschap,” luidt het antwoord.

Kijk, daar drink ik nog een Guinness op.

Marc van Impe

11:29 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (2)